Print

Intergemeentelijke samenwerking

Wat is intergemeentelijke samenwerking?

Intergemeentelijke samenwerking is de samenwerking op vrijwillige basis tussen twee of meer gemeenten. Dit met het oog op het realiseren van een gemeenschappelijke doelstelling van twee of meer gemeenten.

Welke wetgeving is van toepassing?

Decreet - Voor de intergemeentelijke samenwerking in Vlaanderen is het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 van toepassing. Een link naar dit decreet staat onderaan deze webpagina.

Vormen van intergemeentelijke samenwerking

Het decreet onderscheidt 5 vormen van samenwerkingsverbanden:

  • Interlokale vereniging: samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid en zonder beheersoverdracht. Een overeenkomst tussen de partners, die tezelfdertijd de statuten omvat, vormt de basis. De interlokale vereniging dient vooral voor de realisatie van in omvang beperkte projecten.
  • Projectvereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid met een sterk vereenvoudigde structuur. Ook hier is er geen beheersoverdracht; de statuten bepalen de werking en worden goedgekeurd door de partners. De projectvereniging is opnieuw bedoeld voor kleinschalige projecten, maar kan wel optreden als afzonderlijke rechtspersoon, met alle implicaties er aan verbonden (bv. de mogelijkheid eigen personeel te hebben).
  • Dienstverlenende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid, zonder beheersoverdracht en met door alle partners goedgekeurde statuten. De dienstverlenende vereniging wil voornamelijk activiteiten ontwikkelen voor de aangesloten gemeenten, op domeinen waarvoor deze geen overdracht van hun beheersbevoegdheid kunnen of willen toestaan.
  • Opdrachthoudende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid en met een beheersoverdracht die statutair vastgelegd is. Daardoor doen de gemeenten afstand van het recht om zelfstandig de opdrachten uit te voeren waarvan de realisatie op grond van hun eigen beslissing toevertrouwd is aan het samenwerkingsverband.
  • Opdrachthoudende vereniging met private deelname: een opdrachthoudende vereniging waaraan privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen overeenkomstig artikel 396, §2 van het decreet houdende over het lokaal bestuur. Deze vijfde vorm werd ingevoerd bij decreet van 27 april 2016 (B.S. 17 juni 2016) en trad in werking op 27 juni 2016. Uit de voorwaarden van artikel 396, §2 van het DLB blijkt dat deze vorm enkel mogelijk is voor samenwerkingsverbanden in de energie- of afvalsector.

Voor meer informatie over 1 van deze vormen kan u klikken op één van de submenu's van deze pagina.

Evaluatie van het decreet intergemeentelijke samenwerking (februari 2014)

Het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) hebben samen het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking in 2014 grondig geëvalueerd. Het decreet was immers reeds een geruime tijd in werking en in die periode is het Vlaams bestuurlijk landschap gewijzigd onder meer door de mogelijkheden tot verzelfstandiging die geboden worden door het Gemeentedecreet, het OCMW-decreet en het Provinciedecreet.

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur ontving in februari 2014 een evaluatierapport. Het rapport bevatte een vijftigtal aanbevelingen.

Studie leidinggebonden nutssectoren

In opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur voerde CapGemini in 2016 een studie uit over de leidinggebonden nutssectoren in Vlaanderen. Deze studie resulteerde in een studierapport dat u hier kan downloaden.

(Gewest)grensoverschrijdende samenwerking

Landsgrensoverschrijdende samenwerking - Verenigingen en gemeenten kunnen deelnemen in rechtspersonen van publiekrecht met grensoverschrijdende werking. Dit kan zowel voor gebieden aan de Nederlandse als aan de Franse grens. De juridische basis uit het DLB moet dan wel ondersteund worden door de Conventie van Madrid en de aanvullende protocollen.

Gewestgrensoverschrijdende samenwerking - Voor de verenigingen die gewestgrenzen overschrijden is het Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales van toepassing, dat op 1 juli 2014 in werking trad.

Toezicht

Op de interlokale verenigingen is er geen bestuurlijk toezicht voorzien in het DLB. Het toezicht verloopt hier indirect via het algemeen bestuurlijk toezicht op de beslissingen van de gemeenten in verband met die verenigingen.

Op de projectverenigingen is er vanaf 1 mei 2013 een heel beperkt toezicht. Deze verenigingen moeten hun beslissingen niet verzenden naar de toezichthoudende overheid, maar er loopt wel een termijn van toezicht zodra de beslissing werd genomen. De Vlaamse Regering kan binnen die termijn de beslissingen opvragen, schorsen en vernietigen.

Voor de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen is een uitgebreid bestuurlijk toezicht voorzien.

Naast de oprichting zijn ook de statutenwijzigingen aan bijzonder goedkeuringstoezicht onderworpen, meer concreet aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering (met delegatie aan de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden).

Sinds de inwerkingtreding van het decreet lokaal bestuur (DLB) is er een nieuw goedkeuringstoezicht vanaf 2019 op de deelname van dienstverlenende/opdrachthoudende verenigingen in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die zelf niet die rechtsvorm hebben aangenomen. Dit goedkeuringstoezicht is opgenomen in artikel 472 DLB.

Daarnaast zijn alle andere beslissingen van die verenigingen onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht.

Jaarlijkse controle op de presentiegelden

Artikel 448 van het DLB bepaalt dat de leden van de bestuursorganen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging per bijgewoonde vergadering een presentiegeld kunnen ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend.

Deze perken en toekenningsvoorwaarden staan in Hoofdstuk 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris. Dit besluit bevat de bepalingen over de presentiegelden en vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende en de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend.

Jaarlijks wordt een per mandataris geïndividualiseerd overzicht van de vergoedingen en presentiegelden die in het in het voorbije boekjaar zijn ontvangen, bij de documenten gevoegd die aan de deelnemende gemeenten worden bezorgd. Dat overzicht bevat, in voorkomend geval, ook de vergoedingen en presentiegelden die werden ontvangen vanwege de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging rechtstreeks of onrechtstreeks deelneemt, overeenkomstig artikel 472.

De overzichten moeten ook worden ook bezorgd aan de toezichthoudende overheid.

Het overzicht moet voorgelegd worden aan de toezichthoudende overheid via het Agentschap Binnenlands Bestuur. Hiervoor is een modelinzending opgelegd, die te gebruiken is door alle dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. Een excelbestand moet ingevuld worden op dezelfde manier als de vroegere papieren formulieren & is opgedeeld in zeven onderdelen. De zeven deelformulieren kan u openen door onderaan op de tabs in het excelblad te klikken. Om van het ene formulier naar het andere te gaan klikt u op de bijhorende tab. De tab van het actieve formulier wordt vet weergegeven. Als het exceldocument ingevuld is, slaat u het op & stuurt u het door naar het e-mailadres presentiegeldenintercommunales@vlaanderen.be

Het exceldocument met het modelsjabloon is hier te downloaden.