Autofinancieringsmarge

Definitie:

De autofinancieringsmarge (AFM) is het verschil tussen enerzijds het deel van de ontvangsten en uitgaven uit de exploitatie dat gebruikt kan worden voor de vereffening van de netto periodieke leningsuitgaven, en anderzijds de netto periodieke leningsuitgaven.

Bron:

BVR BBC art. 1

Omschrijving:

De AFM is het verschil tussen het exploitatiesaldo en de aflossingen van leningen. Ze geeft weer of de financiën van het bestuur op een structurele manier in evenwicht zijn en duidt aan of het bestuur in staat is zijn leningslasten (aflossingen  van kapitaal en intresten) te dragen met het overschot uit de gewone werking (het saldo van de exploitatie-ontvangsten en uitgaven).

Een positieve AFM betekent dat er van het exploitatiesaldo, na het vereffenen van de leningslasten, nog middelen overblijven om een deel van de investeringsuitgaven rechtstreeks te financieren of om bijkomende leningen aan te gaan.

De AFM moet positief zijn in het laatste boekjaar van de financiële nota van het meerjarenplan. Als dat niet het geval is, schorst de provinciegouverneur het meerjarenplan.

Opdat niet-recurrente verrichtingen geen vertekend beeld zouden geven, wordt de AFM maar geëvalueerd op het laatste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan. Voor de tussenliggende jaren is wel een negatieve autofinancieringsmarge mogelijk.

Voor OCMW’s moet ook de som van de autofinancieringsmarges van elk jaar van de planningsperiode positief zijn. Die bijkomende voorwaarde moet vermijden dat OCMW’s zouden kunnen gedwongen worden om activa te verkopen om de dagelijkse werking te financieren.

Berekeningswijze:

Vanuit de geraamde en de geboekte bedragen op de algemene rekeningen (AR) van het rekeningenstelsel voor de budgettaire verrichtingen wordt de AFM berekend volgens het volgende schema:

AutofinancieringsmargeI - II
  
I. Financieel draagvlakI.A - I.B
  A. ExploitatieontvangstenAR 7
  B. Exploitatie-uitgaven exclusief de nettokosten van schuldenI.B.1 - I.B.2
    1. Exploitatie-uitgavenAR 6
    2. Nettokosten van de schuldenI.B.2.a - I.B.2.b
      a. Kosten van de schuldenAR 6500 + AR 6502
      b. Terugvordering van de kosten van de schuldenAR 7531 + AR 758
  
II. Netto periodieke leningsuitgaven II.A + II.B
  A. Netto-aflossingen van schuldenII.A.1 - II.A.2
    1. Periodieke aflossingen van schuldenAR 421 + AR 422 + AR 423 + AR 424
    2. Terugvordering van periodieke aflossingen van schuldenAR 4952 + AR 4943 + AR 4944
  B. Nettokosten van schuldenII.B.1 - II.B.2
    1. Kosten van de schuldenAR 6500 + AR 6502
    2. Terugvordering van de kosten van de schuldenAR 7531 + AR 758

Verwante info: