Begrippen

Gecumuleerd Budgettair Resultaat
Autofinancieringsmarge (AFM)
Exploitatiesaldo 
ESR-saldo 
Exploitatie-ontvangsten 
Totaal belastingen en retributies 
Ontvangsten onroerende voorheffing 
Aanslagvoet onroerende voorheffing 
Ontvangsten aanvullende personenbelasting 
Aanslagvoet aanvullende personenbelasting 
Eigen belastingen en retributies
Totaal ontvangen werkingssubsidies
Exploitatie-uitgaven 
Uitgaven goederen en diensten 
Uitgaven personeel (excl. onderwijs) 
Totaal toegestane werkingssubsidies 
Werkingssubsidie aan het OCMW 
Werkingssubsidie aan de politiezone 
Totaal investeringsuitgaven over 6  jaar 
Financiële schulden 
Netto leningslasten

Gecumuleerd Budgettair Resultaat

Het gecumuleerd budgettair resultaat is het saldo van alle ontvangsten en uitgaven, met inbegrip van het saldo van de vorige jaren. Het is de som van het budgettaire resultaat van het boekjaar en het gecumuleerde budgettaire resultaat van de vorige boekjaren. Het budgettaire resultaat van het boekjaar is het verschil tussen alle ontvangsten en alle uitgaven van het boekjaar.

Autofinancieringsmarge (AFM)

De AFM is het verschil tussen het exploitatiesaldo en de aflossingen van leningen. Ze geeft weer of de financiën van het bestuur op een structurele manier in evenwicht zijn en duidt aan of het bestuur in staat is zijn leningslasten (aflossingen  van kapitaal en intresten) te dragen met het overschot uit de gewone werking (het saldo van de exploitatie-ontvangsten en uitgaven).

Een positieve AFM betekent dat er van het exploitatiesaldo, na het vereffenen van de leningslasten, nog middelen overblijven om een deel van de investeringsuitgaven rechtstreeks te financieren of om bijkomende leningen aan te gaan.

Voor gemeenten en provincies moet de AFM positief zijn in het laatste boekjaar van de financiële nota van het meerjarenplan. Voor OCMW’s moet ook de som van de autofinancieringsmarges van elk jaar van de planningsperiode positief zijn. Die bijkomende voorwaarde moet vermijden dat OCMW’s zouden kunnen gedwongen worden om activa te verkopen om de dagelijkse werking te financieren.

Exploitatiesaldo 

Het exploitatiesaldo is het verschil tussen de exploitatie-ontvangsten en de exploitatie-uitgaven van het boekjaar. Dat is dus het saldo van de dagelijkse werking van het bestuur.

ESR-saldo

ESR is het Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen (ESR) dat de registratieregels bevat voor de boekhouding van de lidstaten van de Europese Unie. Het ESR-vorderingensaldo is een macro-economisch gegeven. Het is één van de belangrijkste normen waaraan de begrotingen van de lidstaten moeten voldoen.

Het ESR-saldo is in principe gelijk aan het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven, met uitsluiting van:

  • de opname van nieuwe leningen of leasings;
  • de aflossing van lenings- en leasingsschulden;
  • de investeringen in en de verkoop van financiële vaste activa.

Veel gebruikte synoniemen zijn:  ESR-vorderingensaldo, overheidstekort of –overschot,  vorderingensaldo volgens de Maastrichtnorm.

Exploitatie-ontvangsten

De exploitatie-ontvangsten bevatten de ontvangsten uit de gewone dagelijkse werking (vergoedingen die het bestuur krijgt voor geleverde prestaties, bv. toegangsgelden voor het zwembad, musea), de fiscale ontvangsten en boetes, de algemene en specifieke werkingssubsidies, de recuperatie van specifieke kosten sociale dienst (voor het OCMW) en de financiële ontvangsten (bv. ontvangen dividenden, intresten op beleggingen).

Ze worden opgesplitst volgens soort (bv. verschillende belastingsoorten, ontvangen werkingssubsidies, enz.) of volgens herkomst (de verschillende maatschappelijke domeinen waar het bestuur ze voor ontvangt, bv. onderwijs, cultuur, sport, mobiliteit, milieubeheer, lokale economie, ruimtelijke ordening, zorg en opvang, algemeen bestuur, enz.).

Totaal belastingen en retributies

Een belasting is een verplichte bijdrage aan de algemene uitgaven van de overheid, opgelegd door het verkozen orgaan (voor gemeentebelastingen is dat de gemeenteraad, voor provinciebelastingen is dat de provincieraad). Tegenover een belasting staat geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid.

Er bestaan veel verschillende soorten belastingen. Gemeenten heffen op eigen initiatief lokale belastingen (bv. verblijfsbelasting, nachtwinkels, huisvuil, drijfkracht, afgifte van administratieve stukken, markten, kermissen, reclamedrukwerk, enz.) en aanvullende belastingen (door het bepalen van een bijkomende aanslagvoet op de personenbelasting en op de onroerende voorheffing).

Een retributie is een billijke vergoeding voor een individuele prestatie die het bestuur levert op verzoek van de burger of een onderneming (bv. voor het gebruik van de sporthal of de toegang tot een museum).

Ontvangsten onroerende voorheffing

De onroerende voorheffing is de jaarlijkse belasting van het Vlaamse gewest op inkomsten uit onroerende goederen.

Als u eigenaar bent van een onroerend goed, ook als u dat zelf bewoont, wordt dat als een inkomst beschouwd. De basisbelasting wordt geheven door het Vlaamse gewest. De gemeente voegt daar een heffing aan toe door het bepalen van de aanslagvoet in de vorm van een aantal opcentiemen (hondersten).

Als een gemeente bv. beslist om 1.000 opcentiemen te heffen, betekent dit dat de belastingplichtige voor elke euro die hij moet betalen voor de basisbelasting, 10 euro (=1000/100) bijkomend moet betalen voor de gemeente.

De inning gebeurt in principe door het Vlaamse gewest en wordt afgedragen aan de gemeente.

Aanslagvoet onroerende voorheffing

De aanslagvoet onroerende voorheffing is het aantal opcentiemen dat de gemeente bepaalt voor de aanvullende heffing op de onroerende voorheffing van het Vlaamse gewest.

De onroerende voorheffing is de jaarlijkse belasting van het Vlaamse gewest op inkomsten uit onroerende goederen.

Als u eigenaar bent van een onroerend goed, ook als u dat zelf bewoont, wordt dat als een inkomst beschouwd. De basisbelasting wordt geheven door het Vlaamse gewest. De gemeente voegt daar een heffing aan toe door het bepalen van de aanslagvoet in de vorm van een aantal opcentiemen (hondersten).

Als een gemeente bv. beslist om 1.000 opcentiemen te heffen, betekent dit dat de belastingplichtige voor elke euro die hij moet betalen voor de basisbelasting, 10 euro (=1000/100) bijkomend moet betalen voor de gemeente.

De inning gebeurt in principe door het Vlaamse gewest en wordt afgedragen aan de gemeente.

Ontvangsten aanvullende personenbelasting

De personenbelasting is een jaarlijkse belasting die de federale overheid heft op het inkomen van particulieren. De gemeente voegt daar een aanvullende heffing aan toe door de bepaling van de aanslagvoet in de vorm van een percentage.

Wanneer de gemeente bv. beslist om 7% aanvullende personenbelasting (APB) te heffen, moet de belastingplichtige voor  elke 100 euro die hij moet betalen voor de basisbelasting, 7 euro (=100 euro x 7%) bijkomend betalen voor de gemeente.

De inning gebeurt door de federale overheid en wordt afgedragen aan de gemeente.

Aanslagvoet aanvullende personenbelasting

De aanslagvoet aanvullende personenbelasting is het percentage dat de gemeente bepaalt voor de aanvullende heffing op de personenbelasting van de federale staat.

De personenbelasting is een jaarlijkse belasting die de federale overheid heft op het inkomen van particulieren. De gemeente voegt daar een aanvullende heffing aan toe door de bepaling van de aanslagvoet in de vorm van een percentage.

Wanneer de gemeente bv. beslist om 7% aanvullende personenbelasting (APB) te heffen, moet de belastingplichtige voor  elke 100 euro die hij moet betalen voor de basisbelasting, 7 euro (=100 euro x 7%) bijkomend betalen voor de gemeente.

De inning gebeurt door de federale overheid en wordt afgedragen aan de gemeente.

Eigen belastingen en retributies

Er bestaan veel verschillende soorten belastingen. Naast de aanvullende belastingen (op de personenbelasting en op de onroerende voorheffing), kunnen de gemeenten op eigen initiatief lokale belastingen heffen (bv. verblijfsbelasting, nachtwinkels, huisvuil, drijfkracht, afgifte van administratieve stukken, markten, kermissen, reclamedrukwerk, enz.). De belastingen die de gemeente op eigen initiatief heft, noemen we de eigen belastingen.

De eigen gemeentebelastingen zijn afgestemd op de lokale omstandigheden en worden door de gemeente zelf geïnd (in tegenstelling tot de aanvullende belastingen, die door de federale (voor de personenbelasting) of de Vlaamse overheid (voor de onroerende voorheffing) worden geïnd).
Een retributie is een billijke vergoeding die het bestuur aanrekent voor een individuele prestatie dat het levert op verzoek van de burger of een onderneming (bv. het gebruik van de sporthal of de toegang tot een museum).

Totaal ontvangen werkingssubsidies

Het totaal van de ontvangen werkingssubsidies bevat de algemene werkingssubsidies (bv. het gemeentefonds, de gemeentelijke bijdrage voor een OCMW) en de specifieke werkingssubsidies (subsidies die worden toegekend voor bepaalde projecten, bv. in het kader van buurtwerking of jongerenwerking, of een bepaald type dienstverlening, bv. het aanbieden sociale huisvesting). Ze zijn bij de verkrijging niet afhankelijk van een investering in vaste activa.

Exploitatie-uitgaven

De exploitatie-uitgaven bevatten de uitgaven voor de gewone dagelijkse werking: aankoop van goederen en diensten, administratieve en operationele werking, personeel, specifieke uitgaven sociale dienst (voor OCMW), toegestane werkingssubsidies (bv. de gemeentelijke bijdrage aan het OCMW, aan de politiezone, aan de kerkfabriek, enz.), financiële uitgaven (bv. intresten van leningen).

Ze worden opgesplitst volgens soort (bv. werking, personeel, toegestane werkingssubsidies, enz.) of volgens bestemming (de verschillende maatschappelijke domeinen waar het bestuur ze voor inzet, bv. onderwijs, cultuur, sport, mobiliteit, milieubeheer, lokale economie, ruimtelijke ordening, zorg en opvang, algemeen bestuur, enz.).

Uitgaven goederen en diensten

De uitgaven voor de aankoop van niet-duurzame goederen en diensten die het bestuur gebruikt voor de werking, zoals de kosten voor elektriciteit, gas, water, verzekeringen, huur van gebouwen, kantoorbenodigdheden.

Uitgaven personeel (excl. onderwijs)

De uitgaven voor personeel omvatten de uitgaven voor bezoldigingen, sociale lasten, overige personeelskosten en pensioenen van het personeel (vastbenoemden, contractuelen, politieke mandatarissen) dat het bestuur in dienst heeft. De uitgaven voor het onderwijzend personeel van de gemeentescholen zijn hier niet in opgenomen omdat ze integraal gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid.

Totaal toegestane werkingssubsidies 

De toegestane werkingssubsidies omvatten de tussenkomsten van het bestuur in de werking van andere besturen en verenigingen. Hiertoe behoren onder meer de werkingsbijdrage aan het OCMW, aan de politiezone, aan de kerkfabriek, aan het autonoom gemeentebedrijf en de subsidies aan sport- en culturele verenigingen.

Werkingssubsidie aan het OCMW

Als het OCMW niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van zijn opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeente. Die gemeentelijke bijdrage wordt in de uitgaven van het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening van de gemeente ingeschreven als de werkingssubsidie aan het OCMW. Bij het OCMW moet het overeenstemmende bedrag als ontvangst ingeschreven worden.

Werkingssubsidie aan de politiezone

De gemeentelijke bijdrage voor de werking van de politiezone wordt in de uitgaven van het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening van de gemeente ingeschreven als de werkingssubsidie aan de politiezone. Bij de politiezone moet het overeenstemmende bedrag als ontvangst ingeschreven worden.

Totaal investeringsuitgaven over 6  jaar

De investeringen zijn de uitgaven die het bestuur doet voor de aanschaf van duurzame goederen die het gebruikt om zijn maatschappelijke opdracht te vervullen en de dienstverlening te organiseren (bv. gebouwen, wegen, gemeentelijk wagenpark, deelnemingen in verbonden besturen).
De totale investeringsuitgaven over 6 jaar bevatten de uitgaven die het bestuur zelf gedaan of gepland heeft en de toegestane investeringssubsidies aan andere organisaties, zoals het OCMW, de politiezone, de kerkfabriek of verenigingen.

Financiële schulden

De financiële schulden zijn de schulden van leningen, leasings of soortgelijke overeenkomsten.

Netto leningslasten 

De netto leningslasten worden gevormd door de som van de netto kapitaalsaflossingen en de netto intresten van leningen en leasings.

We spreken van periodieke lasten als het bestuur het geleende kapitaal in verschillende in de tijd gespreide schijven terugbetaalt volgens een welbepaald afgesproken schema.

Omdat het bestuur sommige leningslasten kan recupereren bij derden, spreken we van netto leningslasten. Dat betekent dat hier rekening gehouden wordt met de leningslasten die het bestuur terugvordert van andere besturen en verenigingen.