Print

Aanslagvoeten opcentiemen en aanvullende belastingen

De onderstaande linken geven in een Exceltabel de aanslagvoeten van de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing weer van alle Vlaamse gemeenten van 2008 tot en met 2019.
In 2019 staan daar voor het eerst een aantal nieuwe gemeenten tussen, ontstaan uit de fusie van twee of meer vroegere gemeenten. Zie https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/strategische-projecten/fusie.

De breuklijn in de tarieven van de onroerende voorheffing in 2018 ten opzichte van de voorgaande jaren, valt te verklaren met een eenvoudige rekensom. In dat jaar werd een deel van het takenpakket van de provincies (persoonsgebonden aangelegenheden) overgeheveld naar het Vlaamse Gewest en de gemeenten. De provinciale opcentiemen op de onroerende voorheffing werden geïntegreerd in de Vlaamse basisheffing, die daardoor steeg met een factor 1,588. Omdat die verhoging automatisch zou doorwerken in de ontvangsten die de gemeenten verwerven via hun opcentiemen op de Vlaamse basisheffing, verlaagden de gemeenten hun tarieven navenant met een quotiënt 1,588.
Daarnaast stond het de gemeenten uiteraard vrij om hun (omgerekende) opcentiemen te verhogen of te verlagen. Zie https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/strategische-projecten/afslanking-provincies.  

In de tabellen in de bijlagen werd ook een gemiddeld tarief berekend voor alle Vlaamse gemeenten. Wat de gemeentelijke tarieven precies aan de gemeenten opleveren, rekening houdend met hun bevolkingssamenstelling en de onroerende goederen op hun grondgebied en hun waardering, kan bekeken worden in de financiële analysetool van het Agentschap Binnenlands Bestuur. Die maakt ook mogelijk om vergelijkingen te maken met buurgemeenten, gemeenten in dezelfde sociaaleconomische cluster en het gemiddelde binnen het Vlaamse Gewest.
Zie https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/bbc-strategisch-en-financieel-beleid/data-en-analyses/bbc-data-o...