Geeft het diploma van “gegradueerd verpleegkundige van het hoger beroepsonderwijs HBO5” toegang tot de functie die in de wetgeving betreffende de gezondheidszorgberoepen ook “gegradueerd verpleegkundige” heet?

Antwoord

We merken op dat de benamingen voor de verpleegkundige functie in het KB nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen niet meer in overeenstemming zijn met de benamingen van diploma’s in het geëvolueerde onderwijslandschap. Dat kan voor verwarring zorgen. In het KB nr. 78 is er nog altijd sprake van de “gegradueerd verpleegkundige”, waarmee in het hedendaagse onderwijslandschap de bachelor in de verpleegkunde (of daarmee gelijkgesteld) bedoeld wordt. Daarnaast verwijst het KB nr. 78 ook naar de verpleegkundige met een bepaald diploma of brevet en is er sprake van “gediplomeerd of gebrevetteerd verpleegkundige.”

Het nieuwe diploma van “gegradueerd verpleegkundige van het hoger beroepsonderwijs verpleegkunde (HBO5)” is in de huidige stand van zaken identiek aan de diploma’s met de naam van ‘gebrevetteerd verpleegkundige’ of ‘gediplomeerd verpleegkundige’ in de genoemde federale wetgeving betreffende de gezondheidszorgberoepen. Het wordt door dezelfde Vlaamse secundaire scholen (al dan niet verbonden met een hogeschool) uitgereikt als voorheen de diploma’s van ‘gediplomeerd of gebrevetteerd verpleegkundige’. Er heeft alleen een naamsverandering plaatsgevonden en geen inhoudelijke upgrading. Deze vorm van “hoger beroepsonderwijs verpleegkunde HBO5” vormt daarbij een uitzondering in vergelijking met andere graduaatsdiploma’s, meer bepaald uit het hoger volwassenenonderwijs.

De instanties die op grond van genoemd KB nr. 78 door de minister van Volksgezondheid bevoegd verklaard zijn om een beroepstitel van verpleegkundige uit te reiken (scholen, provinciale commissie) zullen aan een persoon die een diploma voorlegt met de nieuwe naam van ‘gegradueerd verpleegkundige’ uit het hoger beroepsonderwijs voor verpleegkunde HBO5, de beroepstitel van ‘gebrevetteerd of gediplomeerd verpleegkundige’ toekennen en zeker niet de beroepstitel van ‘gegradueerd verpleegkundige’ als bedoeld in artikel 21quater, §1, die geldt voor de bachelor in de verpleegkunde.

De OCMW-besturen moeten voor de situering van de verpleegkundige dus in eerste instantie kijken naar de beroepstitel in de zin van artikel 21quater van het KB nr. 78, die op het diploma van de kandidaat vermeld staat.

Aan het diploma van “gegradueerd verpleegkundige van het hoger beroepsonderwijs verpleegkunde HBO5” worden nog steeds de salarisschalen en functionele loopbaan C3-C4 gekoppeld, zoals bepaald in artikel 77, §1, 3°, d) van het BVR RPR O van 12 november 2010 en niet de functionele loopbaan BV1-BV3. De functionele loopbaan BV1-BV3 blijft voorbehouden voor de bachelors in de verpleegkunde of de daarmee gelijkgestelde diploma’s.