Raad van State - Arrest nr. 251.720 van 1 oktober 2021- Beroep tot nietigverklaring

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
251.720
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
vrijdag 1 oktober 2021
Samenvatting

 

De Raad van State oordeelt dat artikel 588, §§ 1 en 2, van het decreet lokaal bestuur de salarisschalen voor de titularissen van de nieuwe functies van algemeen directeur en van financieel directeur uniform vastlegt op de salarisschaal van de gemeentesecretaris en die van financieel beheerder zoals bepaald in respectievelijk artikel 122 en artikel 124 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, verhoogd met 30 %. Uniform dus niet ten persoonlijke titel gelet op het feit dat de functies van gemeentesecretaris en financieel beheerder verdwijnen en de functies van algemeen directeur en financieel directeur nieuwe functies zijn. De oude waarborgregeling uit de Nieuwe Gemeentewet voor de functies gemeentesecretaris en ontvanger is niet meer cumulatief van toepassing.

Er is dan ook geen noodzaak om tot een prejudiciële vraagstelling over te gaan.

De zienswijze dat in concreto eerst de salarisschaal van een individuele functiehouder wordt verlaagd, om ze dan te verhogen naar aanleiding van een aangepast takenpakket, is een onjuiste voorstelling van zaken. De gemeentesecretaris of financieel beheerder die algemeen, respectievelijk financieel, directeur wordt, verlaat zijn oude functie, om over te stappen naar een nieuwe functie, waaraan een eigen, aangepaste salarisschaal vastzit.

Tekst arrest

 

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

ARREST

nr. 251.720 van 1 oktober 2021
in de zaak A. 228.142/X-17.502

In zake : Benoit WILLAERT
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Steven Michiels
kantoor houdend te 2800 Mechelen
Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Tom De Sutter
kantoor houdend te 9000 Gent
Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 17 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et Ministerieel besluit van 20 maart 2019 houdende de vernietiging van de beslissing van de gemeenteraad van Nieuwpoort d.d. 22 maart 2018 voor wat betreft artikel 3 waarbij de salarisschaal van de algemeen directeur wordt vastgesteld en van de beslissing van de gemeenteraad van Nieuwpoort d.d. 26 juli 2018 voor wat betreft artikel 3 waarbij de salarisschaal van de financieel directeur wordt vastgesteld”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart 2021.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jonas Dewit, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: decreet lokaal bestuur) vervangt de bestaande decreten die de organisatie en de werking van de Vlaamse lokale besturen regelen. Het voorziet onder meer in het nieuwe ambt van de algemeen directeur, die in de plaats treedt van zowel de gemeentesecretaris als de OCMW-secretaris, en van dat van de financieel directeur, die in de plaats treedt van zowel de financieel beheerder van de gemeente als van de financieel beheerder van het OCMW.

Bij beslissing van 22 maart 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Nieuwpoort de salarisschaal van algemeen directeur vast, gaande van 43.517,60 tot 64.065,96 (artikel 3).

Op 24 mei 2018 neemt de gemeenteraad kennis van de aanstelling van rechtswege van verzoeker, die gemeentesecretaris te Nieuwpoort was, als algemeen directeur. Hij wordt ingeschaald in de salarisschaal van algemeen directeur zoals vastgesteld in de gemeenteraadszitting van 22 maart 2018.

De gemeenteraad stelt op 26 juli 2018 de salarisschaal van financieel directeur vast (artikel 3).

Een afschrift van de gemeenteraadsbeslissingen van 22 maart 2018 en 26 juli 2018 wordt op 30 januari 2019 aan de gouverneur gezonden.

Bij besluit van 20 maart 2019 vernietigt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding de gemeenteraadsbeslissing van 22 maart 2018 “voor wat betreft artikel 3 waarbij de salarisschaal van de algemeen directeur met als minimum 43.517,60 en maximum 64.065,96 wordt vastgesteld” (artikel 1), evenals de gemeenteraadsbeslissing van 26 juli 2018 “voor wat betreft artikel 3 waarbij de salarisschaal van de financieel directeur met als minimum 41.405,00 en maximum 60.905,00 wordt vastgesteld” (artikel 2).

Met betrekking tot de salarisschaal van de algemeen directeur wordt hoofdzakelijk gemotiveerd:

“In voormeld artikel 588, §1 [van het decreet lokaal bestuur] slaat ‘de salarisschaal van de gemeentesecretaris’ op de organieke salarisschaal van het ambt van gemeentesecretaris en niet op de salarisschaal die desgevallend in overgang en ten persoonlijke titel aan de gemeentesecretaris werd toegekend met toepassing van artikel 226 van [het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 ‘houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel, en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositieregeling van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna: het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit)]. Indien de decreetgever dit laatste had bedoeld dan had deze mogelijkheid voorzien moeten zijn geweest in de overgangsbepalingen van het [decreet lokaal bestuur], wat niet het geval is.

De organieke salarisschaal van de gemeentesecretaris wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 122 [van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit].

De gemeente Nieuwpoort telt 11.552 inwoners op 1 januari 2018 volgens de bevolkingscijfers gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad d.d. 19 februari 2018.

Volgens artikel 122, §1 [van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit] bepaalt de gemeenteraad de salarisschaal van de gemeentesecretaris, binnen de hieronder vastgestelde minimum- en maximumgrenzen, uitgedrukt in euro, die gelden vanaf 1 januari 2009: 2° gemeenten van 6.001 tot 15.000 inwoners: 30.226,21 – 44.643,33.

Deze organieke salarisschaal van de gemeentesecretaris, verhoogd met 30% geeft de salarisschaal van de algemeen directeur in de gemeente Nieuwpoort, met als minimum 39.294,07 en als maximum 58.036,33.

De salarisschaal voor de algemeen directeur vastgesteld in artikel 3 van de beslissing van de gemeenteraad van Nieuwpoort d.d. 22 maart 2018 met als minimum 43.517,60 en maximum 64.065,96 is om genoemde reden in strijd met artikel 588 [van het decreet lokaal bestuur].”

III. Ontvankelijkheid

4. Volgens de verwerende partij is het beroep alleen ontvankelijk in zoverre het artikel 1 van het ministerieel besluit van 20 maart 2019 betreft.

Verzoeker sluit zich daar in de laatste memorie bij aan.

5. Ook de Raad van State is van oordeel dat het beroep enkel ontvankelijk is wat dit artikel 1 aangaat.

IV. Onderzoek van de middelen

A. Eerste middel

Uiteenzetting van het middel

6. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 255 van het gemeentedecreet en van het rechtszekerheidsbeginsel, doordat de toezichtstermijn voor de verwerende partij liep van 7 februari 2019 tot en met 8 maart 2019 en de bestreden beslissing buiten de termijn in artikel 255 van het gemeentedecreet is genomen.

Beoordeling

7. Het middel gaat ervan uit dat de gemeenteraadsbeslissingen die door het bestreden besluit werden vernietigd, geen beslissingen zijn waarvan, zoals door artikel 253 van het gemeentedecreet vereist, een kopie naar de gouverneur moet worden gezonden.

Mocht dat immers wel het geval zijn, dan verstreek de toezichtstermijn, gelet op artikel 599 van het decreet lokaal bestuur juncto artikel 255, §§ 1 en 2, van het gemeentedecreet, niet op 8 maart 2019, maar pas op 24 maart 2019, zijnde de vijftigste dag na de derde dag volgend op de verzending van de beslissingen op 30 januari 2019.

8. Artikel 253, § 1, 1°, van het gemeentedecreet schrijft voor dat binnen twintig dagen na het besluit een kopie wordt verzonden naar de provinciegouverneur van de besluiten van de gemeenteraad betreffende de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel. Zoals de memorie van toelichting bij het gemeentedecreet ten overvloede bevestigt (Parl.St. Vl.Parl. 2004-05,347/1, 110), behoren tot de besluiten betreffende de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, onder meer de salarisschalen.

9. In zoverre verzoeker doet gelden dat de salarisschaal van algemeen directeur die de gemeenteraad op 22 maart 2018 overeenkomstig artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur vaststelde, een individueel besluit betreft, vergist hij zich. De salarisschaal heeft een algemene, onpersoonlijke draagwijdte. De gemeenteraad paste de salarisschaal op 24 mei 2018 toe op verzoeker, door hem, na kennis te hebben genomen van zijn aanstelling van rechtswege als algemeen directeur, in te schalen “in de salarisschaal van algemeen directeur zoals bepaald door de raad in zitting van 22 maart 2018”.

10. Het blijkt niet dat de verwerende partij met het bestreden ministerieel besluit van 20 maart 2019 de toezichtstermijn te buiten is gegaan. Het eerste middel wordt verworpen.

B. Tweede middel

Uiteenzetting van het middel

11. Een tweede middel wordt afgeleid uit “een schending van artikel 588, § 1 en § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur, artikel 226 van het Rechtspositieregelingsbesluit en artikel 321 van de lokale rechtspositieregeling van de stad Nieuwpoort, artikel 29 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 10 en 11 van de Grondwet en het daarin verankerde gelijkheidsbeginsel”. Naar verzoeker betoogt, bepaalt het bestreden ministerieel besluit in strijd met de aangevoerde artikelen dat hij in een (lagere) organieke salarisschaal van algemeen directeur moet worden ingeschaald en ontzegt het hem aldus zijn persoonlijke salarisschaal.

Toegelicht wordt dat artikel 588 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de salarisschaal van de algemeen directeur gelijk is aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris verhoogd met 30%, waarbij de geldende rechtspositieregeling van toepassing wordt verklaard. Verzoeker betoogt dat de memorie van toelichting bij het decreet verduidelijkt “dat het nieuwe salaris het (individuele) salaris van de gemeentesecretaris betreft met een verhoging van 30 %”. Nadat de gemeenteraad van de stad Nieuwpoort dat toepaste door op 22 maart 2018, bij de bepaling van de nieuwe weddeschaal, het salaris van de gemeentesecretaris als uitgangspunt te nemen voor de verhoging met 30 %, ging de verwerende partij over tot vernietiging omdat de salarisschaal van de gemeentesecretaris zou slaan op de organieke salarisschaal en niet op de salarisschaal ten persoonlijke titel die desgevallend met toepassing van artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit werd toegekend.

Nochtans raakt het decreet lokaal bestuur niet aan de mogelijkheid van een afwijkende persoonlijke salarisschaal waarin artikel 29 van de nieuwe gemeentewet voorziet en werd artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit dat het behoud van de salarisschaal op persoonlijke titel waarborgt, niet gewijzigd of opgeheven.

De interpretatie van de verwerende partij, aldus nog verzoeker, zou tot gevolg hebben “dat binnen de groep van secretarissen die als algemeen directeur werden aangesteld, verzoekende partij ongelijk behandeld wordt in nadelige zin”. Eventueel moet aan het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld worden:

“Schendt artikel 588 [van het decreet lokaal bestuur] de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het daarin vervatte gelijkheidsbeginsel indien dit zo wordt geïnterpreteerd dat de gemeentesecretarissen die voor de inwerkingtreding van deze bepaling een organieke salarisschaal genoten overeenkomstig artikel 122 van [het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit], en die vervolgens als algemeen directeur werden aangesteld een decretale salarisverhoging ten bedrage van 30% wordt toegekend terwijl dit niet geldt voor de gemeentesecretarissen die voor de inwerkingtreding van deze bepaling een afwijkende salarisschaal genoten overeenkomstig artikel 226 van hetzelfde Rechtspositieregelingsbesluit en die vervolgens als algemeen directeur werden aangesteld.”

Beoordeling

12. Artikel 588, § 1, eerste en tweede lid, van het decreet lokaal bestuur voorziet met betrekking tot het nieuwe ambt van algemeen directeur in de volgende overgangsregeling:

“De algemeen directeur wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van algemeen directeur zoals die door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

De salarisschaal van de algemeen directeur is gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris verhoogd met 30%”.

13. Volgens de verwerende partij refereert “de salarisschaal van de gemeentesecretaris” aan de organieke regeling in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit. Die stelt de salarisschaal van de gemeentesecretaris in een gemeente van 6.001 tot 15.000 inwoners, zoals de stad Nieuwpoort, vast van 30.226,21 tot 44.643,33. Verhoogd met 30 % is dit: 39.294,07 – 58.036,33.

Verzoeker daarentegen is van mening dat “de salarisschaal van de gemeentesecretaris” in artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur verwijst naar de salarisschaal die de gemeentesecretaris te Nieuwpoort persoonlijk genoot.

De Raad van State volgt niet de zienswijze van verzoeker dat de tekst van de geciteerde bepalingen zo klaar en duidelijk is dat hij geen interpretatie behoeft.

14. In de memorie van toelichting die aan het decreet lokaal bestuur voorafgaat, wordt met betrekking tot de hiervoor geciteerde bepalingen van artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur uiteengezet (Parl.St. Vl.Parl. 2017-2018, 1353/1, 165):

“De algemeen directeur en de financieel directeur krijgen de salarisschaal die verbonden is aan hetgeen bij decreet in overgang wordt bepaald. Hun inschaling is in beginsel gebaseerd op hetgeen is bepaald in artikel 122 en 124 van het besluit van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het salaris is 130% van het salaris van gemeentesecretaris. De geldelijke anciënniteit bepaalt de salaristrap in de salarisschaal.”

15. Uit de woorden “in beginsel” in de tweede zin leidt verzoeker af dat de inschaling “dus niet in alle gevallen” steunt op wat is bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit en dat “er ook afwijkende salarisschalen mogelijk zijn, zoals in hoofde van verzoekende partij”.

De Raad van State valt dat niet bij. Naar zijn oordeel drukt de zin uit dat voor de salarisschaal van de algemeen directeur teruggevallen wordt op datgene wat artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit voorschrijft inzake de salarisschaal van de gemeentesecretaris – althans in principe, met dien verstande dat de salarisschaal van de gemeentesecretaris met 30 % wordt verhoogd vermits de functie van algemeen directeur een nieuwe, andere functie is dan die van gemeentesecretaris.

16. Dat artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur als referentiepunt voor de verhoging met 30 % de salarisschaal van de gemeentesecretaris in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit beoogt, en niet zoals verzoeker meent “de salarisschaal ten persoonlijke titel welke desgevallend werd toegekend met toepassing van artikel 226 van het [Vlaamse] Rechtspositieregelingsbesluit”, wordt op 20 maart 2018 duidelijk bevestigd bij de behandeling van de vragen om uitleg 1386 en 1498 (2017-2018) in de commissie voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering en Stedenbeleid van het Vlaams Parlement.

De commissievergadering heeft plaats zeer korte tijd nadat het decreet lokaal bestuur op 15 februari 2018 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd en de overgangsbepalingen inzake de algemeen en de financieel directeur op 25 februari 2018 in werking traden. In haar antwoord op de vragen betoogt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding met betrekking tot de overgangsbepalingen onder andere wat volgt:

“Ik volg de redenering dat het om een nieuwe verzwaarde betrekking gaat en dat een hogere salarisschaal daarbij gepast is. Dat was volgens mij ook de motivatie van iedereen om dit artikel goed te keuren. Men moet namelijk twee functies combineren. Vroeger was er een OCMW-secretaris en een gemeente- of stadssecretaris, nu moet men als algemeen directeur die beide functies combineren. Voor financieel beheerder geldt uiteraard ook hetzelfde principe.

Ik sta achter deze regeling en met mij het parlement dat die 130 procent heeft gestemd. Ik herhaal – het staat drie keer op mijn blad, dus mijn medewerkers zullen dat belangrijk hebben gevonden: eerst unaniem in deze commissie en vervolgens ook in de plenaire vergadering. Op deze manier wordt de lijn van de uniforme salarisschalen voor de decretale graden niet doorbroken [cursivering door de Raad van State]”.

Tevens verwijst de minister in haar antwoord expliciet naar de uitlegging van de overgangsregeling in vragen en antwoorden, die – op 1 en 21 februari 2018 – op de webstek van het agentschap Binnenlands Bestuur zijn verschenen “[o]m misvattingen en foute interpretaties tegen te gaan”. De eerste reeks werd door de verschillende beroepsfederaties in samenwerking met de VVSG en het agentschap Binnenlands Bestuur opgesteld. Het agentschap voegde er nadien nog een tweede reeks vragen en antwoorden aan toe.

Eén van de vragen waarop al op 1 februari 2018 op de website een antwoord kon worden gelezen, luidt: “Wat indien men op dit ogenblik als cumulerend secretaris via een dubbele aanstelling meer dan 130 % salaris geniet (bv. 75 % bij zowel gemeente als OCMW)?” Geantwoord wordt onder meer:

“Het decreet laat op het vlak van de vast te stellen salarisschaal geen ruimte. Indien men algemeen directeur wordt bij de gemeente [krijgt men] een salarisschaal van 130% van de (organieke) betrekking van gemeentesecretaris. Aan de oude betrekkingen van gemeentesecretaris en van OCMW-secretaris komt een einde, dus ook aan de salarissen gekoppeld aan die oude betrekkingen.”

Op 21 februari 2018 verschijnt als antwoord op de vraag “Hoe wordt de nieuwe salarisschaal van de algemeen directeur of financieel directeur vastgesteld, wanneer die geniet van een salarisschaal op persoonlijke titel in overgang of die reeds een salaristoeslag had op basis van een beheersovereenkomst?”:

“Bij de vaststelling van de salarisschaal van de nieuwe betrekking van algemeen/financieel directeur moet rekening gehouden worden met de organieke salarisschaal van de betrekking van gemeentesecretaris/financieel beheerder van de gemeente. Met de salarisschaal die op persoonlijke titel in overgang zou zijn toegekend aan een secretaris of financieel beheerder kan geen rekening gehouden worden. Evenmin kan rekening gehouden worden met de mogelijke bestaande salaristoeslag (max 30% jaarsalaris) als gevolg van een uitbreiding van het takenpakket van secretaris respectievelijk financieel beheerder op grond van een beheersovereenkomst.

Op basis van artikel 588 van het [decreet lokaal bestuur] is de nieuwe salarisschaal van de algemeen/financieel directeur gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris/financieel beheerder, vastgesteld op basis van artikel 122 en 124 van het [Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit] van 7 december 2007, verhoogd met 30%.”

17. Uit wat voorgaat, wordt dan ook besloten dat artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur de salarisschaal voor de titularissen van de nieuwe functie van algemeen directeur uniform vastlegt op de salarisschaal van de gemeentesecretaris zoals bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, verhoogd met 30 %.

18. Het voorschrift in artikel 588, § 3, van het decreet lokaal bestuur, volgens hetwelk de geldende rechtspositieregeling van de secretarissen van overeenkomstige toepassing is voor het ambt van algemeen directeur, vermeld in paragraaf 1, heeft noch tot doel noch tot gevolg daar aan af te doen.

19. Ook artikel 29 van de nieuwe gemeentewet, artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit en artikel 321 van de plaatselijke rechtspositieregeling kunnen niet tot een andere zienswijze bewegen.
Artikel 29 van de nieuwe gemeentewet schreef voor dat de gemeenten die behoren tot de klassen 1 tot en met 19, bepaald bij artikel 28, § 1, op hun verzoek voor de vaststelling van de weddeschaal verbonden aan het ambt van gemeentesecretaris door de Koning kunnen worden ingedeeld bij een hogere klasse dan die waartoe zij behoren op grond van hun bevolkingscijfer. Artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, op zijn beurt, voorziet erin dat de gemeentesecretaris in dienst, die na een klasseverhoging met toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet een hogere salarisschaal heeft gekregen, die salarisschaal op persoonlijke titel behoudt zolang die gunstiger is dan de salarisschaal die hij met toepassing van artikel 122 zou krijgen. In lijn hiermee bepaalde de rechtspositieregeling van de stad Nieuwpoort in artikel 321 dat de gemeentesecretaris in dienst, die na een klasseverhoging met toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet een hogere salarisschaal heeft verkregen, die salarisschaal op persoonlijke titel behoudt zolang die gunstiger is dan de salarisschaal die hij met toepassing van artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit zou krijgen.

De waarborgregeling die deze bepalingen inhouden, is – louter – ten gunste van de gemeentesecretaris in dienst. De functie van algemeen directeur is evenwel een andere, nieuwe betrekking, waarvoor een eigen, aan de nieuwe functie aangepaste, salarisschaal geldt. Die salarisschaal wordt door artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur voor alle titularissen van die nieuwe functie eenvormig vastgelegd op de organieke salarisschaal van de gemeentesecretaris bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, verhoogd met 30 %.

20. Voor het eerst in de laatste memorie, brengt verzoeker ook artikel 589, § 1, van het decreet lokaal bestuur ter sprake. Volgens die bepaling wordt de titularis van het ambt van gemeentesecretaris, die niet wordt aangesteld als algemeen directeur, op persoonlijke titel aangesteld als adjunct-algemeendirecteur of in een passende functie van niveau A, “met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als secretaris, zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie”.

“Waar het niet wordt betwist”, aldus verzoeker, “dat de salarisschaal waarvan sprake [in het citaat] slaat op de organieke salarisschaal, zoals voorzien in het Rechtspositieregelingsbesluit van 7 december 2007 dan wel de persoonlijke, afwijkende salarisschaal (nl. al naargelang de concrete omstandigheden), is het hoogst onduidelijk, minstens kennelijk onverantwoord, waarom eenzelfde interpretatie niet zou gelden voor de secretaris die wél wordt aangesteld als algemeen directeur…”

De reden voor het verschil is nochtans niet ver te zoeken. De regeling van artikel 589, § 1, van het decreet lokaal bestuur maakt een waarborg uit voor de gewezen gemeentesecretaris die geen algemeen directeur is geworden. De gemeentesecretaris die – zoals verzoeker – wél algemeen directeur wordt, heeft die waarborg niet nodig. In zijn geval verzekert artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur voldoende dat hij in de nieuwe functie van administratief directeur geen ongunstigere salarisschaal geniet dan voorheen.

21. Wat de in het middel aangevoerde schending van de gelijkheid betreft, en de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof die ter zake wordt voorgesteld, legt verzoeker in de laatste memorie uit dat hij niet bekritiseert “dat de concrete loonsverhoging in speciën niet identiek zou zijn voor iedere tot algemeen directeur aangestelde secretaris, maar wél dat de procentuele invulling van de decretaal voorziene salarisverhoging (nl. à 30%) – klaarblijkelijk – niet voor iedereen op gelijke wijze wordt toegepast. Het kan immers niet ontkend worden dat verzoekende partij, ingevolge de bestreden beslissing, géén salarisverhoging heeft toegekend gekregen ten belope van 30% ten opzichte van zijn salarisschaal als gemeentesecretaris (cfr. art. 588, § 1, 2de lid Decreet Lokaal Bestuur), maar een geringer percentage”.

Verzoeker gaat ervan uit dat de decreetgever met artikel 588 van het decreet lokaal bestuur beoogd heeft de (alle) gewezen secretarissen die als algemeen directeur worden aangesteld een salarisschaalverhoging met 30 % te bezorgen, zodat de toepassing ervan in de interpretatie die de verwerende partij voorstaat, leidt tot een verschil in behandeling tussen de gewezen gemeentesecretarissen die voorheen de salarisschaal bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit genoten en de voormalige gemeentesecretarissen die voorheen op persoonlijke titel een hogere salarisschaal hadden. Dat uitgangspunt is verkeerd. Met de bepaling heeft de decreetgever alleen beoogd te voorzien in een uniforme salarisschaal voor al wie titularis wordt van de nieuwe functie van algemeen directeur. Dat artikel 588 deze salarisschaal vastlegt op wat is bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, plús 30 %, doet daar niet aan af. De aldus voorgeschreven salarisschaal wordt voorts voor iedere tot algemeen directeur aangestelde gemeentesecretaris op gelijke wijze toegepast.

Er is geen aanleiding toe om het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen die op een foutieve premisse berust.

22. Het tweede middel wordt verworpen.

C. Derde middel

Uiteenzetting van het middel

23. Verzoeker voert in een derde middel de schending aan “van artikel 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel in combinatie met artikel 10 en 11 van de Grondwet, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht als beginselen van behoorlijk bestuur”.

Verzoeker licht toe dat noch uit het bestreden besluit noch uit het administratief dossier kan worden opgemaakt op grond van welke motieven de verwerende partij tot de interpretatie komt dat “de salarisschaal van de gemeentesecretaris”, in artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur, op de organieke salarisschaal van het ambt van gemeentesecretaris slaat en niet op de salarisschaal die desgevallend op persoonlijke titel aan de gemeentesecretaris werd toegekend met toepassing van artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit.

“Bijkomend” argumenteert verzoeker dat de verwerende partij zelf in het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit erin heeft voorzien “dat de in het verleden toegekende klasseverhogingen ten persoonlijke titel behouden blijven”. Indien het de bedoeling is om dit ongedaan te maken, moet dat expliciet gebeuren. Indien geoordeeld zou worden dat de interpretatie die de verwerende partij aan artikel 588 van het decreet lokaal bestuur geeft, dient te worden aangehouden, “vormt dit de facto een wijziging en impliciete opheffing van artikel 226 van het Rechtspositieregelingsbesluit”. Dan dringt zich, volgens verzoeker, de volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof op:

“Schendt artikel 588 [van het decreet lokaal bestuur] het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel als beginselen van behoorlijke regelgeving in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet indien dit zo wordt geïnterpreteerd dat zonder enige objectieve en redelijke verantwoording de met toepassing van artikel 29 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 226 van het [Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit] toegekende klasseverhogingen worden afgeschaft ten aanzien van de gemeentesecretarissen die voor de inwerkingtreding van deze bepaling een afwijkende salarisschaal genoten overeenkomstig artikel 226 van dit Rechtspositieregelingsbesluit en die als algemeen directeur werden aangesteld, waardoor deze in tegenstelling tot de gemeentesecretarissen die voor de inwerkingtreding van deze bepaling een organieke salarisschaal genoten overeenkomstig artikel 122 van hetzelfde Rechtspositieregelingsbesluit en die werden aangesteld als algemeen directeur de decretaal voorziene salarisverhoging van 30% wordt ontzegd.”

Beoordeling

24. Uit het feitenrelaas, sub 3, in fine, en de beoordeling van het tweede middel volgen dat het bestreden ministerieel besluit een formeel toereikende en een deugdelijke motivering bevat ter verantwoording van de vernietiging van de salarisschaal van de algemeen directeur die de gemeenteraad vaststelde.

25. Zoals reeds sub 19 is overwogen, betreft de waarborgregeling die artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit inhoudt, uitsluitend de gemeentesecretaris in dienst. De waarborg geldt alleen zolang de hogere salarisschaal die de gemeentesecretaris na de klasseverhoging met toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet heeft verkregen, gunstiger is dan de salarisschaal die hij met toepassing van artikel 122 zou krijgen.
Evenwel is de gemeentesecretaris die in de nieuwe functie van algemeen directeur werd aangesteld, geen gemeentesecretaris in dienst meer. Trouwens geniet de voormalige gemeentesecretaris, in die nieuwe functie van algemeen directeur overeenkomstig artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur een salarisschaal die gunstiger is dan de salarisschaal die hij voorheen als gemeentesecretaris genoot.

26. Het voorgaande wijst uit dat verzoeker de verwerende partij onterecht verwijt dat zij “zonder enige objectieve en redelijke verantwoording” de klasseverhogingen heeft afgeschaft die met toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet en artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit werden toegekend. Hieruit volgt dat de voorgestelde prejudiciële vraag van een foutief uitgangspunt vertrekt en dat geen schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel aannemelijk wordt gemaakt. Er is andermaal geen aanleiding toe om het Grondwettelijk Hof prejudicieel te ondervragen.

27. Ook het derde en laatste middel wordt verworpen.

 

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.

2. De Raad van State verwijst verzoeker in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

 

Johan Lust, kamervoorzitter,
Jan Clement, staatsraad,
Stephan De Taeye, staatsraad,
bijgestaan door
Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter