Raad van State - Arrest nr. 251.648 van 28 september 2021 - Beroep tot nietigverklaring

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
251.648
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
dinsdag 28 september 2021
Samenvatting

 

De gemeente hééft al een beslissing genomen en hééft er meer bepaald reeds voor gekozen haar rechtspositieregeling te wijzigen. Een gebeurlijke vernietiging van het bestreden ministerieel besluit heeft alleen tot gevolg dat die beslissing herleeft. Voorts is het niet meer dan een blote gissing, een losse speculatie, dat een vernietiging tegen de wil van de gemeente zou ingaan en dat zij zou verkiezen dat haar beslissing vernietigd blijft. Dat zij het verzet tegen het ministerieel vernietigingsbesluit overlaat aan de begunstigde van de vernietigde beslissing, is op zich ontoereikend om haar toe te schrijven dat zij het vernietigde besluit niet meer wenst. Overigens zou het, zelfs indien zij intussen toch van die mening mocht zijn, nog niets afdoen aan de hoedanigheid en het belang van verzoekster om met een annulatieberoep op te komen voor het behoud van een beslissing die haar direct bevoordeelt.

Verzoekster daarentegen is van mening dat "de salarisschaal van de gemeentesecretaris" in artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur verwijst naar de salarisschaal die de gemeentesecretaris te Middelkerke persoonlijk genoot. De Raad van State deelt deze zienswijze niet. Naar het oordeel van de Raad drukt de zin uit dat voor de salarisschaal van de algemeen directeur teruggevallen wordt op datgene wat artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit voorschrijft inzake de salarisschaal van de gemeentesecretaris - althans in principe, met dien verstande dat de salarisschaal van de gemeentesecretaris met 30 % wordt verhoogd vermits de functie van algemeen directeur een andere, nieuwe functie is dan die van gemeentesecretaris.

Tekst arrest

 

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

ARREST

nr. 251.648 van 28 september 2021
in de zaak A. 227.706/X-17.470

In zake : Ann DESSEYN
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Cies Gysen
kantoor houdend te 2800 Mechelen
Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Bart Staelens
kantoor houdend te 8000 Brugge
Gerard Davidstraat 46/1
bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 25 maart 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et Ministerieel besluit van 24 januari 2019 houdende de vernietiging van de beslissing van de gemeenteraad van Middelkerke d.d. 30 augustus 2018 betreffende diverse wijzigingen aan de rechtspositieregeling voor wat betreft de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de algemeen directeur en de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de adjunct-financieel directeur van het gemeentebestuur van Middelkerke”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2021.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Joris De Wit, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor verzoekster, en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: decreet lokaal bestuur) vervangt de bestaande decreten die de organisatie en de werking van de Vlaamse lokale besturen regelen. Het voorziet onder meer in het nieuwe ambt van de algemeen directeur, die in de plaats treedt van zowel de gemeentesecretaris als de OCMW-secretaris, en van dat van de financieel directeur, die in de plaats treedt van zowel de financieel beheerder van de gemeente als van de financieel beheerder van het OCMW.

Verzoekster, die financieel beheerder van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te Middelkerke was, wordt aangesteld als adjunct-financieeldirecteur.

Bij besluit van 30 augustus 2018 besluit de gemeenteraad van de gemeente Middelkerke tot diverse wijzigingen aan de lokale rechtspositieregeling. Artikel 11 vervangt de salarisschaal gemeentesecretaris-overgangsstelsel (35.562,09 – 52.516,94) door de salarisschaal algemeen directeur-overgangsstelsel (45.074,97 – 66.565,20). Artikel 12 vervangt de salarisschaal financieel beheerder-overgangsstelsel (34.673,05 – 51.204,00) door de salarisschaal adjunct-financieeldirecteur-overgangsstelsel (43.948,07 – 64.901,08).

Het gemeenteraadsbesluit van 30 augustus 2018 wordt op 30 oktober 2018 door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen in zijn uitvoering geschorst “voor wat betreft de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de algemeen directeur met als minimum 45.074,97 en maximum 66.565,20 en de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de adjunct-financieeldirecteur met als minimum 43.948,07 en maximum 64.901,08”.

Na kennisneming van de beslissing van de gouverneur, besluit de gemeenteraad op 20 december 2018 de geschorste wijzigingen te rechtvaardigen.

Op 24 januari 2019 vernietigt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding de gemeenteraadsbeslissing van 30 augustus 2018 “voor wat betreft de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de algemeen directeur met als minimum 45.074,97 en maximum 66.565,20 en de salarisschaal op persoonlijke titel toegekend aan de adjunct-financieeldirecteur met als minimum 43.948,07 en maximum 64.901,08”.

Wat de salarisschaal op persoonlijke titel voor de algemeen directeur betreft, wordt gemotiveerd dat ze in strijd is met artikel 588 van het decreet lokaal bestuur en de daarin bepaalde salarisschaal voor het ambt van algemeen directeur (in de gemeente Middelkerke: 42.602,73 – 62.172,16). Wat de salarisschaal op persoonlijke titel voor de adjunct-financieel beheerder betreft, argumenteert de Vlaamse minister dat de salarisschaal meer is dan de salarisschaal van de algemeen directeur en daarom artikel 111, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 ‘houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn’ (hierna: het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit) schendt, dat bepaalt dat de salarisschaal van de gemeentesecretaris de hoogste salarisschaal is binnen de gemeentelijke organisatie. Bovendien is de salarisschaal van de adjunct-financieeldirecteur hoger dan die van de financieel directeur, terwijl ze overeenkomstig het redelijkheids- en zuinigheidsbeginsel steeds lager zou moeten zijn gezien de financieel directeur de hiërarchische meerdere is.

IV. Ontvankelijkheid

Exceptie

4. Volgens de verwerende partij, in de memorie van antwoord, is het evident dat verzoekster er belang bij heeft dat de bestreden beslissing uit de rechtsorde verwijderd wordt, maar beschikt zij niet over het vermogen om het geschil daarover bij de rechter aan te brengen. Het ministerieel besluit richt zich tot de gemeente. Nu de gemeente zich klaarblijkelijk bij het ministerieel besluit neerlegt, “[kan] de verzoekende partij de gemeente Middelkerke niet […] dwingen om alsnog de rechtspositieregeling te wijzigen zoals deze waartoe beslist werd bij gemeenteraadsbeslissing van 30 augustus 2018”.

In de laatste memorie voegt de verwerende partij daar nog aan toe dat niet kan worden aanvaard dat verzoekster “tegen de wil in van de gemeente Middelkerke” de bestreden beslissing kan laten vernietigen en het op die manier mogelijk kan maken “om de gemeente Middelkerke te verplichten tot het nemen van een besluit dat ze eigenlijk zelf al niet meer wil nemen”. Tevens benadrukt de verwerende partij dat de gemeente het zelfs niet nodig vond om in de voorliggende procedure tussen te komen, al zou dat er in voorkomend geval niets aan veranderd hebben dat het beroep onontvankelijk is, gezien alleen de gemeente over de vereiste hoedanigheid ervoor beschikt.

Beoordeling

5. De exceptie gaat er ten onrechte van uit dat de gevorderde vernietiging de gemeente zou verplichten tot het nemen van een beslissing en namelijk om “alsnog” haar rechtspositieregeling te wijzigen. Dat is niet het geval. De gemeente hééft al een beslissing genomen en hééft er meer bepaald reeds voor gekozen haar rechtspositieregeling te wijzigen. Een gebeurlijke vernietiging van het bestreden ministerieel besluit heeft alleen tot gevolg dat die beslissing herleeft.

Voorts is het niet meer dan een blote gissing, een losse speculatie, dat een vernietiging tegen de wil van de gemeente zou ingaan en dat zij zou verkiezen dat haar beslissing vernietigd blijft. Dat zij het verzet tegen het ministerieel vernietigingsbesluit overlaat aan de begunstigde van de vernietigde beslissing, is op zich ontoereikend om haar toe te schrijven dat zij het vernietigde besluit niet meer wenst.
Overigens zou het, zelfs indien zij intussen toch van die mening mocht zijn, nog niets afdoen aan de hoedanigheid en het belang van verzoekster om met een annulatieberoep op te komen voor het behoud van een beslissing die haar direct bevoordeelt.

6. De exceptie wordt verworpen.

V. Onderzoek ten gronde

A. Vooraf

7. De bestreden vernietiging berust op twee motieven. Het eerste en meest prominente motief komt erop neer dat, gelet op artikel 588 van het decreet lokaal bestuur, de salarisschaal van de algemeen directeur als minimum 42.602,73 en als maximum 62.172,16 moest hebben en dat de salarisschaal die voor de adjunct-financieeldirecteur werd vastgesteld niet hoger mocht zijn. Volgens een tweede motief – “ten overvloede”, aldus de laatste memorie van de verwerende partij – mocht de salarisschaal van de adjunct-financieeldirecteur ook die van de financieel directeur niet overschrijden.

8. Verzoekster voert twee middelen aan, waarvan het eerste wezenlijk gericht is tegen het eerste motief en het tweede middel tegen het tweede motief.
Voor een vernietiging van de bestreden beslissing is vereist dat beide middelen gegrond zijn. Blijkt één middel ongegrond, dan kan het andere niet meer de gevraagde nietigverklaring meebrengen.

B. Eerste middel

Uiteenzetting van het middel

9. Verzoekster leidt een eerste middel af “uit een schending van artikel 588, §1 en § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur, artikel 226 van het Rechtspositieregelingsbesluit, artikel 29 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 10.1.20 van de lokale rechtspositieregeling van de gemeente Middelkerke”.

Uiteengezet wordt dat de verwerende partij ten onrechte van mening is dat “in casu de organieke salarisschalen van toepassing zijn” en ten onrechte verzoekster het behoud van haar persoonlijke salarisschaal ontzegt.

Volgens verzoekster verwijst artikel 588 van het decreet lokaal bestuur naar de salarisschaal van de (individuele) gemeentesecretaris als basis voor de verhoging met 30 %. Alleszins bepaalt het artikel niet dat met de salarisschalen op persoonlijke titel geen rekening meer mag worden gehouden. Weliswaar wordt in de memorie van toelichting bij het decreet verwezen naar de organieke salarisschalen ex artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, maar “met de belangrijke duiding en nuancering dat deze slechts in beginsel – en a contrario dus niet in alle gevallen – als basis dienen”.

Voorts argumenteert verzoekster dat nergens in het decreet wordt geraakt aan artikel 29 van de nieuwe gemeentewet en artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit. Die bepalingen en de lokale rechtspositieregeling waarborgen het behoud van de salarisschaal op persoonlijke titel. Dit behoud wordt bevestigd door artikel 588, § 3, van het decreet lokaal bestuur, dat de geldende rechtspositieregeling van de secretarissen, adjunct-secretarissen en de financieel beheerders van overeenkomstige toepassing verklaart voor de ambten van algemeen en financieel directeur, en adjunct-algemeendirecteur. Ook wijst verzoekster op de analogie met artikel 383 van het decreet lokaal bestuur.

De “FAQ” (frequently asked question) waarnaar de bestreden beslissing verwijst, is door de administratie opgesteld, bevat per definitie het standpunt van de minister en heeft geen rechtskracht.
Besluitend doet verzoekster gelden “dat de salarisschaal van de algemeen directeur op persoonlijke titel ([45.074,97] – 66.565,20) kan behouden blijven, waardoor de salarisschaal van de adjunct-financieel directeur deze niet overschrijdt en aldus artikel 111, § 2 van het Rechtspositieregelingsbesluit niet schendt”.

Beoordeling

10. Verzoekster betwist terecht niet dat, gelet op artikel 111, § 2, van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, haar salarisschaal (43.948,07 – 64.901,08) lager moet zijn dan die van de algemeen directeur.

Weliswaar is haar salarisschaal lager dan de salarisschaal die de verwerende partij op persoonlijke titel aan de algemeen directeur heeft gegeven (45.074,97 – 66.565,20), maar die salarisschaal zou volgens de verwerende partij onwettig zijn, want niet conform artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur.

11. Artikel 588, § 1, eerste en tweede lid, van het decreet lokaal bestuur voorziet met betrekking tot het nieuwe ambt van algemeen directeur in de volgende overgangsregeling:

“De algemeen directeur wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van algemeen directeur zoals die door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
De salarisschaal van de algemeen directeur is gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris verhoogd met 30%.”

12. Volgens de verwerende partij refereert “de salarisschaal van de gemeentesecretaris” aan de organieke regeling in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit. Die stelt de salarisschaal van de gemeentesecretaris in een gemeente van 15.001 tot 20.000 inwoners, zoals de gemeente Middelkerke, vast van 32.771,33 tot 47.824,74. Verhoogd met 30 % is dit: 42.602,73 – 62.172,16.

Verzoekster daarentegen is van mening dat “de salarisschaal van de gemeentesecretaris” in artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur verwijst naar de salarisschaal die de gemeentesecretaris te Middelkerke persoonlijk genoot.

13. In de memorie van toelichting die aan het decreet lokaal bestuur voorafgaat, wordt met betrekking tot de hiervoor geciteerde bepalingen van artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur uiteengezet (Parl.St. Vl.Parl. 2017-2018, 1353/1, 165):

“De algemeen directeur en de financieel directeur krijgen de salarisschaal die verbonden is aan hetgeen bij decreet in overgang wordt bepaald. Hun inschaling is in beginsel gebaseerd op hetgeen is bepaald in artikel 122 en 124 van het besluit van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het salaris is 130% van het salaris van gemeentesecretaris. De geldelijke anciënniteit bepaalt de salaristrap in de salarisschaal.”

14. Uit de woorden “in beginsel” in de tweede zin leidt verzoekster af dat de inschaling “slechts” in beginsel “en a contrario dus niet in alle gevallen” steunt op wat is bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit.

De Raad van State deelt deze zienswijze niet. Naar het oordeel van de Raad drukt de zin uit dat voor de salarisschaal van de algemeen directeur teruggevallen wordt op datgene wat artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit voorschrijft inzake de salarisschaal van de gemeentesecretaris – althans in principe, met dien verstande dat de salarisschaal van de gemeentesecretaris met 30 % wordt verhoogd vermits de functie van algemeen directeur een andere, nieuwe functie is dan die van gemeentesecretaris.

15. Dat artikel 588, § 1, als referentiepunt voor de verhoging met 30 % de salarisschaal van de gemeentesecretaris in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit beoogt, en niet zoals verzoekster meent “de huidige salarisschaal van de (individuele) gemeentesecretaris”, wordt op 20 maart 2018 duidelijk bevestigd bij de behandeling van de vragen om uitleg 1386 en 1498 (2017-2018) in de commissie voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering en Stedenbeleid van het Vlaams Parlement.

De commissievergadering heeft plaats zeer korte tijd nadat het decreet lokaal bestuur op 15 februari 2018 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd en de overgangsbepalingen inzake de algemeen en de financieel directeur op 25 februari 2018 in werking traden. In haar antwoord op de vragen betoogt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding met betrekking tot de functie van algemeen directeur onder andere wat volgt:

“Ik volg de redenering dat het om een nieuwe verzwaarde betrekking gaat en dat een hogere salarisschaal daarbij gepast is. Dat was volgens mij ook de motivatie van iedereen om dit artikel goed te keuren. Men moet namelijk twee functies combineren. Vroeger was er een OCMW-secretaris en een gemeente- of stadssecretaris, nu moet men als algemeen directeur die beide functies combineren. Voor financieel beheerder geldt uiteraard ook hetzelfde principe.Ik sta achter deze regeling en met mij het parlement dat die 130 procent heeft gestemd. Ik herhaal – het staat drie keer op mijn blad, dus mijn medewerkers zullen dat belangrijk hebben gevonden: eerst unaniem in deze commissie en vervolgens ook in de plenaire vergadering. Op deze manier wordt de lijn van de uniforme salarisschalen voor de decretale graden niet doorbroken [cursivering door de Raad van State].”

Tevens verwijst de minister in haar antwoord expliciet naar de uitlegging van de overgangsregeling in vragen en antwoorden, die – op 1 en 21 februari 2018 – op de webstek van het agentschap Binnenlands Bestuur zijn verschenen “[o]m misvattingen en foute interpretaties tegen te gaan”. De eerste reeks werd door de verschillende beroepsfederaties in samenwerking met de VVSG en het agentschap Binnenlands Bestuur opgesteld. Het agentschap voegde er nadien nog een tweede reeks vragen en antwoorden aan toe.

Eén van de vragen waarop al op 1 februari 2018 op de website een antwoord kon worden gelezen, luidt: “Wat indien men op dit ogenblik als cumulerend [secretaris] via een dubbele aanstelling meer dan 130 % salaris geniet (bv. 75 % bij zowel gemeente als OCMW)?” Geantwoord wordt onder meer:

“Het decreet laat op het vlak van de vast te stellen salarisschaal geen ruimte. Indien men algemeen directeur wordt bij de gemeente [krijgt men] een salarisschaal van 130% van de (organieke) betrekking van gemeentesecretaris. Aan de oude betrekkingen van gemeentesecretaris en van OCMW-secretaris komt een einde, dus ook aan de salarissen gekoppeld aan die oude betrekkingen.”

Op 21 februari 2018 verschijnt als antwoord op de vraag “Hoe wordt de nieuwe salarisschaal van de algemeen directeur of financieel directeur vastgesteld, wanneer die geniet van een salarisschaal op persoonlijke titel in overgang of die reeds een salaristoeslag had op basis van een beheersovereenkomst?”:

“Bij de vaststelling van de salarisschaal van de nieuwe betrekking van algemeen/financieel directeur moet rekening gehouden worden met de organieke salarisschaal van de betrekking van gemeentesecretaris/financieel beheerder van de gemeente. Met de salarisschaal die op persoonlijke titel in overgang zou zijn toegekend aan een secretaris of financieel beheerder kan geen rekening gehouden worden. Evenmin kan rekening gehouden worden met de mogelijke bestaande salaristoeslag (max 30% jaarsalaris) als gevolg van een uitbreiding van het takenpakket van secretaris respectievelijk financieel beheerder op grond van een beheersovereenkomst.

Op basis van artikel 588 van het [decreet lokaal bestuur] is de nieuwe salarisschaal van de algemeen/financieel directeur gelijk aan de salarisschaal van de gemeentesecretaris/financieel beheerder, vastgesteld op basis van artikel 122 en 124 van het [Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit] van 7 december 2007, verhoogd met 30%.”

16. Uit wat voorgaat, wordt dan ook besloten dat artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur de salarisschaal voor de titularissen van de nieuwe functie van algemeen directeur uniform vastlegt op de salarisschaal van de gemeentesecretaris zoals bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, verhoogd met 30 %.

17. Het voorschrift in artikel 588, § 3, van het decreet lokaal bestuur, volgens hetwelk de geldende rechtspositieregeling van de secretarissen van overeenkomstige toepassing is voor het ambt van algemeen directeur, vermeld in paragraaf 1, heeft noch tot doel noch tot gevolg daar aan af te doen.

18. Evenmin kunnen de overige bepalingen waarvan verzoekster in het middel de schending aanvoert, tot een andere zienswijze bewegen.

Artikel 29 van de nieuwe gemeentewet schreef voor dat de gemeenten die behoren tot de klassen 1 tot en met 19, bepaald bij artikel 28, § 1, op hun verzoek voor de vaststelling van de weddeschaal verbonden aan het ambt van gemeentesecretaris door de Koning kunnen worden ingedeeld bij een hogere klasse dan die waartoe zij behoren op grond van hun bevolkingscijfer. Artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, op zijn beurt, voorziet erin dat de gemeentesecretaris in dienst, die na een klasseverhoging met toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet een hogere salarisschaal heeft gekregen, die salarisschaal op persoonlijke titel behoudt zolang die gunstiger is dan de salarisschaal die hij met toepassing van artikel 122 zou krijgen. In lijn hiermee bepaalde de rechtspositieregeling van de gemeente Middelkerke in artikel 10.1.7 dat, met toepassing van artikel 226 van de Vlaamse rechtspositieregeling, de op 1 januari 2009 in dienst zijnde gemeentesecretaris op persoonlijke titel de salarisschaal van gewezen klasse 18 met loopbaanspreiding over vijftien jaar behoudt.

De waarborgregeling die deze bepalingen inhouden, is – louter – ten gunste van de gemeentesecretaris in dienst. De functie van algemeen directeur is evenwel een andere, nieuwe betrekking, waarvoor een eigen, aan de nieuwe functie aangepaste, salarisschaal geldt. Die salarisschaal wordt door artikel 588, § 1, van het decreet lokaal bestuur voor alle titularissen van die nieuwe functie eenvormig vastgelegd op de organieke salarisschaal van de gemeentesecretaris bepaald in artikel 122 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit, verhoogd met 30 %.

19. In dit verband merkt verzoekster in de laatste memorie op dat de algemeen directeur te dezen van rechtswege is aangesteld, dat de betrokkene niet voor de nieuwe functie heeft gekandideerd, en dat zij niet geacht kan worden door haar kandidaatstelling wetens en willens afstand te hebben gedaan van de waarborgregeling in artikel 226 van het Vlaamse rechtspositieregelingsbesluit.

De pertinentie van de opmerking ontgaat de Raad van State. Als gemeentesecretaris genoot de betrokkene de salarisschaal gemeentesecretaris-overgangsstelsel 35.562,09 – 52.516,94. Als algemeen directeur wordt haar salarisschaal, gelet op artikel 588 van het decreet lokaal bestuur, niet lager, maar integendeel hoger: 42.602,73 – 62.172,16.

20. Wat, ten slotte, de verwijzing van verzoekster naar artikel 383 van het decreet lokaal bestuur betreft, wordt vastgesteld dat die bepaling ressorteert onder titel 8 ‘Vrijwillige samenvoeging van gemeenten’, hoofdstuk 4 ‘Diverse bepalingen’. De waarborgregeling die dat hoofdstuk, overigens in artikel 382, bevat ten gunste van de algemeen directeur is er een ten voordele van de gewezen algemeen directeur van een samengevoegde gemeente, die niet als algemeen directeur van de nieuwe gemeente is aangesteld.

Dit doet te dezen niet ter zake.

21. Het eerste vernietigingsmotief van het bestreden ministerieel besluit houdt bijgevolg stand. Verzoekster overtuigt er niet van dat de verwerende partij de gemeenteraadsbeslissing van 30 augustus 2018 onterecht verwijt dat de vastgestelde salarisschaal voor de algemeen directeur hoger is dan de salarisschaal waarin artikel 588 van het decreet lokaal bestuur voor de algemeen directeur voorziet en dat de salarisschaal voor de adjunct-financieeldirecteur deze salarisschaal waarin artikel 588 voor de algemeen directeur voorziet, overschrijdt.

Het eerste middel is ongegrond.

22. Er volgt uit dat ook het tweede middel moet worden verworpen, aangezien het, gelet op de overweging sub 8, niet (meer) tot nietigverklaring kan leiden. Zoals de verwerende partij in de laatste memorie terecht opmerkt, is het tweede middel niet van aard de motivering van het bestreden besluit te ontkrachten dat verzoekster geen hogere salarisschaal mag genieten dan de algemeen directeur.

Het beroep wordt dan ook in zijn geheel verworpen.

 

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De Raad van State verwijst verzoekster in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten behoeve van de verwerende partij.

 

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter,
Jan Clement, staatsraad,
Stephan De Taeye, staatsraad,
bijgestaan door
Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust