Print

Raad van State - Arrest 243.002 van 20 november 2018 - Beroepscommissie voor Tuchtzaken - Vernietiging tuchtstraf ontslag van ambtswege

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
243.002
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
dinsdag 20 november 2018
Samenvatting
Vernietiging tuchtstraf van het ontslag van ambtwege.
 
De RvS valt het standpunt van verzoeker bij dat, wat het gevolg van het vernietigingsarrest betreft, zijn loopbaan integraal moet worden gereconstrueerd, met inbegrip van een aanstelling van rechtswege met ingang van 1 augustus 2018 als waarnemend algemeen directeur.
 
Tekst arrest
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
 
Xe KAMER
 
ARREST
 
nr. 243.002 van 20 november 2018
in de zaak A. 217.463/X-16.399.
 
In zake: 
XXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door
avocaat Bart Van Baeveghem
kantoor houdend te 9200 Dendermonde
Brusselsestraat 108
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
tegen
 
1. het VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse
regering en door de beroepscommissie voor tuchtzaken
bijgestaan en vertegenwoordigd door 
advocaten Koen Geelen en Wouter Moonen
kantoor houdend te 3500 Hasselt
Gouverneur Roppesingel 131
bij wie woonplaats wordt gekoezen
2. de GEMEENTE MERELBEKE
bijgestaan en vertegenwoordigd door 
advocaat Wily Van Der Gucht 
kantoor houdend te 9000 Gent
Voskenslaan 34
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
I. Voorwerp van het beroep
 
1. Het beroep, ingesteld op 2 november 2015. strekt tot de nietigverklaring van de beslissing
van de tuchtcommissie van de gemeenteraad van de gemeente Merelbeke van 2 maart 2015
om XXX de tuchtstraf van het ontslag van ambstwege op te leggen, evenals van het besluit
van de beroepscommissie voor tuchtzaken van 31 augustus 2015 om de eerste beslissing niet
te vernietigen.
 
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arest nr. 234.634 van 3 mei 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd.
 
De verwerende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
 
De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
 
Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.
 
De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.
 
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2018.
 
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
 
Advocaat Bart Van Baeveghem, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Wouter Moonen, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Willy Van Der Gucht, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
 
Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
 
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
 
II. Feiten
3. Wat de uiteenzetting van de feiten betreft, wordt verwezen naaar 's Raads arrest nr. 234.634 van 3 mei 2016.
 
IV. Regelmatigheid van de procedure
4. Met een op 17 september 2018 gedateerd verzoekschrift is namens de tweede verwerende partij een verzoek tot wraking ingediend. Aangezien het zonder voorwerp is geworden, behoeft er geen uitspraak meer over te worden gedaan.
 
V. Onderzoek van het derde, vierde en vijfde middel
 
Standpunt van de partijen
5.1. Verzoeker voert in zijn verzoekschrift een derde middel aan. "schending van de artikelen 2 en 3, Wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke mmotivering van bestuurshandelingen, artikel 142. Gemeentedecreet, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, gebrek aan bewijskracht van de verklaringen en getuigenissen van de leden van het college van burgemeester en schepenen en de heer (F.V.) (financieel beheerder) wegens vooringenomenheid en vijandigheid ten aanzien van de verzoekende partij".
 
Het middel verwijt de verkaringen en getuigenissen van de leden van het schepencollege en van de financieel beheer gebrek aan bewijskracht "wegens vooringenomenheid en vijandigheid ten aanzien van de persoon van de verzoekende partij (partijdigheid)". In dat verband merkt verzoeker onder andere op dat er in de gemeente sinds het najaar van 2013 wordt gewerkt met "schaduwcolleges" waarbij verzoeker niet aanwezig is, dat de leden van het College en "ongekende verbetenheid" aan de dag leggen om hem "gratuit te beschuldigen van talrijke mogelijke tuchtfeiten", en dat schepen E.L. de zienswijze van verzoeker uitdrukkelijk heeft bevestigd tijdens zijn getuigenissen van 15 december 2014.
 
In deze context, aldus verzoeker, is het voor de tuchtcommissie relevant om elementen aangebracht door buitenstaanders te betrekken in haar beoordeling. Meer bepaald verwijst verzoeker naar de verklaring van G.B., die als enige externe persoon door de tuchtcommissie is gehoord, en naar de resultaten van een conflictenanalyse door de externe dienst Securex, beëindigd op 11 september 2014, die de bevoegde schepen "halsstarrig" weigert ter beschikking te stellen. Volgens verzoeker doet de bestreden tuchtbeslissing "deze elementen geheel ten onrechte eenvoudigweg af als irrelevant zonder er op in te gaan".
 
5.2. In een vierde middel doet verzoeker de schending gelden "van de artikelen 2 en 3, Wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, artikel 142, Gemeentedecreet, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, ongegrondheid van de weerhouden tenlastenleggingen".
 
Hij betoogt dat de tuchtfeiten die de eerste bestreden beslissing in aanmerking neemt, niet voor bewezen kennis worden gehouden.
- Obstructie bij het opstellen en de implementatie van de beleids- en beheerscyclus (hierna BBC) (derde tenlastenlegging). De tuchtcommissie verwijst uitsluitend naar het gevoerde tuchtonderzoek en sluit zich daarbij aan; het verweer van verzoeker wordt zelfs niet betrokken bij de beoordeling.
"Obstructie" houdt een bewust tegenwerken in; het vermeend gebrek aan initiatief van verzoeker is niet relevant voor het bewezen zijn van de tenlastenlegging. Als verzoeker sinds 2012 niet zou meemerken aan de BBC, an is het opmerkelijk dat hierover nooit een tuchtprocedure is gevoerd en is de tenlastenlegging verjaard. Verzoeker "heeft wel degelijk een bijdrage geleverd voor zover dit hem is toegelaten". Hij heeft daaromtrent stukken bijgebracht. Daaruit blijkt formeel dat hij zijn medewerking heeft verleend aan de aanpassing van het meerjarenplan en de budgetwijzigingen, evenals aan de werking van het managementteam.