Print

Raad van State - Arrest 242.088 van 10 juli 2018 - Benoeming burgemeester

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
242.088
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
dinsdag 10 juli 2018
Samenvatting

/

Tekst arrest
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
 
Xe KAMER
 
ARREST
 
nr. 242.088 van 10 juli 2018
in de zaak A. 219.532/X-16.658.
 
In zake : Jan DE DIER
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten Jan Ghysels, Kris Wauters en Jo Rams
kantoor houdend te 1170 Brussel
Terhulpsesteenweg 187
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
tegen : 
 
1. het VLAAMS GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door 
advocaat Bart Staelens
kantoor houdend te 8000 Brugge
Gerard Davidstraat 46/1
bij wie woonplaats wordt gekozen 
 
2. de GEMEENTE DENDERLEEUW
bijgestaan en vertegenwoordigd door 
advocaat Marc Cottyn
kantoor houdend te 9300 Aalst
Leopoldlaan 48
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 20 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding
van 18 april 2016 waarbij J. Fonck wordt benoemd als burgemeester van de gemeente Denderleeuw.
 
II. Verloop van de rechtspleging
Bij arrest nr. 238.771 van 4 juli 20017 wordt het debat heropend.
 
De tweede verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een "tweede memorie van wederantwoord na heropening van de debatten" ingediend.
 
Auditeur Iris Verheven heeft een aanvullend verslag opgesteld.
 
De eerste verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De tweede verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een tweede laatste memorie ingediend.
 
De partijen zijn opgeroepn voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevnden op 18 mei 2018.
 
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
 
Advocaten Jan Ghysels en Jo Rams, die verschijen voor verzoeker, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Wim Raaschaert, die verschijnt voor de tweede verzoekende partij, en advocaat Patrick Jacobs, die loco advocaat Marc Cottyn verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
 
Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.
 
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
 
III. Feiten
 
3. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012 is te Denederleeuw een bestuurscoalitie gevormd met de N-VA, CD&V en Open VLD-Plus, Verzoeker (N-VA) werd burgemeester.
 
Op 25 juni 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente Denderleeuw voor de tweede keer de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vast. op 6 oktober 2015 beslist de gemeenteraad de procedure te starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen.
 
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding besluit op 16 november 2015 tot het ontslag van verzoeker als burgemeester van de gemeente Denderleeuw. Dit is het voorwerp van het beroep gekend onder nr. A. 218.107/X-14.690.
 
Op 18 april 2016 benoemt de Vlaamse minister J. Fonck als burgemeester van de gemeente Denderleeuw. Die beslissing is het voorwerp van voorliggend beroep.
 
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
 
Standpunt van de partijen
 
4. Verzoeker bestwist de ontvankelijkheid van de memorie van antwoord ingediend door de tweede verwerende partij, "vertegenwoordigd door hetcollege van burgemeester en schepenen". Volgens verzoeker hebben "de actuele of zittende leden van het college van burg[e]meester en schepenen, minstens de burgemeester" een rechtstreeks belang bij de procedure en moest, gelet op artikel 193 van het gemeentedecreet, dan ook de gemeenteraad de gemeente hebben vertegenwoordigd bij het indienen van de memorie van antwoord.
 
5. De tweede verwerende partij bestwist dat niet. Verwijzend naar het auditoraatsverslag waarin wordt geoordeeld dat minstens de burgemeester een prohibitief belang bij de procedure heeft, dient de gemeenteraad namens de gemeente een laatste memorie in, en keurt hij de memorie van antwoord goed.
 
Beoordeling
 
6. Aangezien de burgemeester bij het voorliggende beroep een rechtstreeks belang heeft, dient ter zake, overeenkomstig artikel 193, § 1, van het gemeentedecreet, de gemeenteraad namens de gemeente op te treden.
 
De namens de gemeente door het college van burgemeester en schepenen ingediende memorie van antword wordt uit het debat geweerd. De goedkeuring van die memorie door de gemeenteraad, buiten de termijn die voor het indienen ervan is bepaald, kan de onregelmatige indiening ervan door het college van burgemeester en schepenen niet remediëren.
 
V. Ten gronde
 
7. Verzoeker voert twee middelen aan, waarin hij de onwettigheid beargumenteert van de beslissing tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid die de gemeenteraad van de gemeente Denderleeuw in het kader van de toepassing van artikel 47bis van het gemeetnedecreet op 25 juni 2015 nam.
 
Op grond van dezelfde middelen vorderde hij eerder, in de zaak A. 218.104/X-16.490 de nietigverklaring van zijn ontslag van 16 novemebr 2015 als burgemeester van de gemeente Denderleeuw.
 
8. In het tussenarrest nr. 238.771 van 4 juni 2017 oordeelde de Raad van State dat zo weliswaar de bestreden benoeming van J. Fonck buiten de complexe administratieve verrichting valt van de vervanging van het college van burgemeester en schepenen waarin artikel 47bis van het gemeentedecreet voorziet in een geval van structurele onbestuurbaarheid van de gemeente, dit niet belet dat de benoeming van J. Fonck bij wege van medesleping wordt vernietigd met en precies vanwege een eventuele vernietiging van verzoekers ontslag als burgemeester.
 
9. Het arrest nr. 242.087 van 10 juli 2018 verwerpt de middelen in de zaak A. 218.107/X-16.490 en wijst het beroep tot nietigverklaring van verzoekers ontslag af.
 
Er volgt uit dat ook het voorliggende beroep verworpen moet worden.
 
10. De kosten van het beroep komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst zijn ten laste van de tussenkomende partij; zij kan, gelet op artikel 30/1 van de gecoördineerde op de Raad van State, geen rechtsplegingsvergoeding genieten.
 
BESLSSING
 
1. De raad van State verwerpt het beroep.
 
2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die aan elk van de verwerende partijen verschuldigd is.
 
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
 
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 juli 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uiit:
 
Johan Lust, kamervoorzitter,
Jan Clement, staatsraad,
Stephan De Taye, staatsraad,
 
bijgestaan door 
 
Silvan De Clercq, griffier. 
 
De griffier
Silvan de Clercq
 
De voorzitter
Johan Lust