Print

Raad van State - Arrest 240.753 van 20 februari 2018 - Benoeming burgemeester

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
240.753
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
dinsdag 20 februari 2018
Samenvatting

/

Tekst arrest
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
 
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
 
ARREST
 
nr. 240.753 van 20 februari 2018
in de zaak A. 216.940/X-16.347.
 
In zake : 
 
Christiane DE VEUSTER
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten Jan Ghysels, Kris Wauters en Jo Rams
kantoor houdend te 1170 Brussel
Terhulpensesteenweg 187 
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
Tussenkomende partij : 
 
Peter GYSBRECHTS
bijgestaan en vertegenwoordigd door 
advocaat Nick Schellemans
kantoor houdend te 2580 Putte
Waversesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
I. Voorwerp van het beroep
 
1. Het beroep, ingesteld op 11 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van "[h]et besluit van de Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 14 juli 2015 houdende de benoeming van de heer Peter Gysbrechts tot burgemeester van de gemeente Putte".
 
II. Verloop van de rechtspleging
 
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
 
Peter Gysbrechts heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 10 december 2015.
De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
 
Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.
 
Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 17 november 2017.
 
Op 4 december 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 'tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State'.
 
Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
 
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in title VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
 
III. Beoordeling
 
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
 
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de veroekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verlag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen de termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
 
Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
 
4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
 
BESLISSING
 
1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
 
2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de de verwerende partij.
 
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
 
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
 
Johan Lust, 
kamervoorzitter,
 
bijgestaan door
 
Frank Bontinck,
griffier,
 
De griffier 
Frank Bontinck
 
De voorzitter
Johan Lust