Print

Raad van State - Arrest 238.054 van 14 oktober 2016 - Onteigening

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
238.054
Indiener
-
Samenvatting

De vordering tot schorsing is accessoir ten opzichte van de vordering tot nietigverklaring. Er werd geen verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn.

Niet alleen liet verzoeker na een vordering tot nietigverklaring in te dienen, bovendien bevat zijn verzoekschrift tot schorsing, dat welgeteld één bladzijde beslaat, geen uiteenzetting met betrekking tot de spoedeisendheid. De RvS is van mening dat de zaak zich als dermate simpel voordoet dat er reden is om de toe te kennen rechtsplegingsvergoedingen te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro.

 

Tekst arrest

-