Print

Raad van State - Arrest 233.952 van 26 februari 2016 - Beroepscommissie Tuchtzaken - Tuchtrechtelijke kwalificatie

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
233.952
Indiener
-
Samenvatting

Art. 87, § 1, van het gemeentedecreet schrijft voor dat de gemeenteecretaris instaat voor de werking van de gemeentelijke diensten inzake de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid, en dat hij zich gedraagt naar de onderrichtingen die hem worden gegeven door de gemeenteraad, de voorzitter van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, al naargelang hun respectieve bevoegdheden. Niet elk verzuim va nde gemeentesecretaris om gevolg te geven aan een onderrichting als bedoeld in dit voorschrift, moet noodzakelijk als een tuchtvergrijp worden gekwalificeerd. Er is geen sprake van een onvermijdelijk automatisme, los van de concrete omstandigheden van de zaak. In casu zijn het juist die concrete omstandigheden die de beroepscommissie ertoe gebracht hebben te oordelen dat de gemeentesecretaris geen disciplinaire fout beging door zich te hebben onthouden van zijn tussenkomst bij het kopiëren van het tuchtdossier: omdat het net om een tuchtdossier te zijnen laste ging. De beroepscommissie gaat met dit oordeel de wettigheidsgrenzen van haar discretionaire beoordelingsvrijheid niet te buiten.

Of het gedrag van een personeelslid al dan niet te beschouwen is als een tuchtredelijk te bestraffen tekortkoming aan de beroepsplichten, is een aangeledenheid waaromtrent de tuchtoverheid over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid beschikt. De tuchtoverheid beschikt - over een appreciatieruimte waarvan zij naar eigen inzicht gebruik mag maken. De uiteindelijke tuchtoverheid te dezen is de beroepscommissie.

Tekst arrest

-