Bevoegdheden lokale besturen na afkondiging van de pandemiewet (update)

Publicatiedatum
dinsdag 9 november 2021

De epidemiologische situatie verslechtert de laatste weken. Om die reden heeft de federale overheid via Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie afgekondigd. Daarnaast is er een Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 waarin de nodige maatregelen van bestuurlijke politie zijn opgenomen ten einde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken. Beide Koninklijke Besluiten zijn genomen op basis van de Pandemiewet.

Algemene informatie hierover vind je terug op info-coronavirus.be.

Welke aanvullende maatregelen kunnen lokaal genomen worden?

Tijdens de epidemische noodsituatie vormt de Pandemiewet het uitgangspunt. In de Pandemiewet is in artikel 4, §2 opgenomen dat wanneer de lokale omstandigheden het vereisen de gouverneurs en burgemeesters, elk voor het eigen grondgebied, maatregelen kunnen nemen die strenger zijn dan de federale maatregelen overeenkomstig de eventuele instructies van de bevoegde minister. De burgemeesters overleggen daartoe met de bevoegde federale en deelstatelijke overheden in functie van de beoogde maatregel. In elk geval worden de maatregelen beoogd door de burgemeester vastgesteld na overleg met de gouverneur.

De maatregelen dienen noodzakelijk en geschikt te zijn en in verhouding te staan tot de nagestreefde doelstelling. Met andere woorden moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • er bestaan epidemiologische omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen
  • de beslissing moet proportioneel zijn, goed gemotiveerd en beperkt in de tijd
  • er is voorafgaand overleg geweest met de gouverneur als het wettelijk kader dat vereist
  • de maatregel moet blijvend gemonitord worden op basis van de lokale uitbraak en de lokale besmettingscijfers

Met een ministeriële omzendbrief heeft de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken de lokale besturen instructies gegeven over het aannemen van lokale maatregelen van bestuurlijke politie met het oog op de bestrijding van de epidemische noodsituatie en de uitvoering van de procedure Local Outbreak Management. De omzendbrief geeft aan welke procedure een burgemeester moet volgen bij het aannemen van aanvullende maatregelen. De juridische grondslag voor de aanvullende maatregelen ligt in artikel 25 van het KB van 28 oktober 2021 en in artikelen 134 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet.

In de bijlage bij de ministeriële omzendbrief is een Toolbox opgenomen met maatregelen die lokale besturen kunnen aannemen. Het gaat bijvoorbeeld om het opleggen van bijkomende mondmaskerplicht, het beperken van activiteiten van verenigingen, beperken van betogingen,…

Bij een aantal maatregelen is vereist dat er voorafgaand overleg plaatsvindt met de gouverneur. Die maatregelen zijn in de Toolbox in het vet aangeduid.

Wat het Covid Safe Ticket (CST) betreft, is aangegeven wat de mogelijkheden zijn van een burgemeester. Een burgemeester kan op vlak van CST enkel strenger kunnen zijn wat betreft het aantal aanwezigen. Een burgemeester kan strengere minimumgrenzen opleggen op het vlak van het aantal bezoekers. Dit betekent dat er meer evenementen als een massa-evenement worden beschouwd in de betrokken gemeente, waarvoor het CST verplicht is. De juridische basis daarvoor ligt in artikel 12, §3, vierde lid van het KB van 28 oktober 2021 en in het Samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021.

Burgemeesters kunnen het gebruik van het Covid Safe Ticket (CST) niet uitbreiden naar andere domeinen dan deze voorzien in het decreet van 29 oktober 2021 over het COVID safe ticket. Deze bevoegdheid bestaat ook niet op grond van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet.

 

Handhaving

Wanneer de verplichte maatregelen, vervat in het KB van 28 oktober houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken en het decreet van 29 oktober 2021 over het gebruik van het Covid save ticket niet worden nageleefd, kan de overtreder gesanctioneerd worden op basis van artikel 6 § 1 en §2 en artikel 7 van het voornoemd KB.

Het toezicht op de naleving van de maatregelen wordt verzekerd door het operationeel kader van de politiediensten en de leden van de inspectiediensten van de federale overheid.

Veelgestelde vragen