Print

Soorten dotaties

  • Hoofddotatie Gemeentefonds (Hoofdstukken I, II en III van het Gemeentefondsdecreet)

De Vlaamse Regering verdeelt de hoofddotatie van het Gemeentefonds jaarlijks onder alle gemeenten volgens een aantal criteria. Gemeenten die minder eigen ontvangsten kunnen voortbrengen, krijgen meer middelen uit het fonds en omgekeerd.

De criteria van het Gemeentefonds steunen op:

  • de centrumfunctie;
  • de fiscale armoede;
  • de open ruimte;
  • een aantal sociale elementen.

Daarnaast genieten de centrumsteden, de provinciale steden en de kustgemeenten van een bijzondere financiering.

De hoofddotatie van het Gemeentefonds groeit jaarlijks met 3,5 %.

Het fonds bevat ook een basisfinanciering voor de OCMW’s. Die bedraagt automatisch 8 % van het gemeentelijke aandeel, tenzij de gemeenteraad en de OCMW-raad samen beslissen om een andere verdeelsleutel toe te passen.

 

  • Aanvullende dotatie Elia-compensatie (Hoofdstuk IIIbis van het Gemeentefondsdecreet)

In 2008 voegde de Vlaamse Regering een dotatie toe aan het Gemeentefonds om de gemeenten te compenseren voor de afschaffing van de Elia-taks.

De Elia-taks was een federale heffing op de elektriciteitsdistributie via Elia, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk. De taks belastte het elektriciteitsverbruik van bedrijven en gezinnen. Het moest het dividendverlies van de gemeenten compenseren na de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt.

De Vlaamse Regering besliste om dat dividendverlies zelf te compenseren vanaf 2008 en voegde die middelen toe aan het Gemeentefonds. Het gaat om een jaarlijks bedrag van 83 miljoen euro, dat niet wordt geïndexeerd.

De Elia-compensatie wordt op dezelfde manier onder de gemeenten verdeeld als het bedrag van de vroegere federale bijdrage voor 2007 (art. 22bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt).

 

  • Aanvullende dotatie sectorale subsidies (Hoofdstuk IIIquater van het Gemeentefondsdecreet)

In 2016 integreerde de Vlaamse Regering zeven Vlaamse sectorale subsidies in het Gemeentefonds:

  • lokaal cultuurbeleid;
  • lokaal jeugdbeleid;
  • lokaal sportbeleid;
  • flankerend onderwijsbeleid;
  • bestrijding kinderarmoede;
  • gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking;
  • integratiesubsidies

De toevoeging van die sectorale middelen aan het Gemeentefonds betekent dat die middelen niet langer geoormerkt zijn en dat de voorwaarden voor het verkrijgen van die subsidies en de daaraan verbonden rapporteringsverplichtingen niet langer bestaan.

De bedragen per gemeente liggen forfaitair vast. Bijlage 1 bij het Gemeentefondsdecreet bevat de bedragen, die de Vlaamse Regering berekende op basis van het aandeel dat de gemeenten in 2014 kregen uit al die subsidieregelingen samen. De sectorale middelen worden niet geïndexeerd.

 

  • Aanvullende dotatie centrumsteden (Hoofdstuk IIIquinquies van het Gemeentefondsdecreet)

In 2017 voegde de Vlaamse Regering de middelen voor de centrumsteden uit het Stedenfonds toe aan het Gemeentefonds als een nieuwe voorwaardenvrije dotatie. Die dotatie groeit jaarlijks met 3,5%.

Drie vierde van de dotatie vloeit naar de grootsteden Antwerpen en Gent. De resterende middelen worden verdeeld onder de centrumsteden Aalst, Brugge, Genk, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout, op basis van de recentste bevolkingsaantallen.

 

  • Aanvullende dotatie provinciale instellingen (Hoofdstuk IIIsexies van het Gemeentefondsdecreet)

Sinds 2018 zorgt de afslanking van de provincies voor bijkomende middelen in het Gemeentefonds, maar alleen voor de zeven gemeenten die provinciale instellingen overnamen.

De bedragen vanaf 2018 voor die gemeenten zijn nominatief vermeld in het Gemeentefondsdecreet. De voor die bedragen opgenomen indexaanpassing wordt niet verrekend in de begrotingsjaren 2020 tot en met 2024