Wat is de timing voor de invulling van de passende functie (overgangsregeling decretale graden)?

Vraag

Wanneer dient de gewaarborgde passende functie uiterlijk ingevuld te worden? Moet er gelijktijdig een beslissing worden genomen over de invulling van de directeursfunctie en de niet gekozen functiehouder? Kan de passende functie reeds ingevuld worden vooraleer de gemeenteraad een oproep doet? Kan men de aanstelling van de directeur en de niet aangestelde functiehouder niet het best opsplitsen in twee beslissingen?

 

Antwoord

Artikel 589 DLB bevat geen uiterste datum waarop de functiehouder die niet als directeur werd aangesteld, moet worden aangesteld als adjunct of in een passende functie.

Overeenkomstig artikel 587 DLB zullen de taken en bevoegdheden van de secretarissen en financieel beheerders van zowel gemeente als OCMW immers vanaf de aanstelling en uiterlijk op 1 augustus 2018 overgaan naar de directeursfuncties. Zodoende blijft er geen functie meer over, zodat in principe op dat ogenblik de passende functie moet ingevuld worden.

Analoog wordt deze redenering doorgetrokken voor wat betreft de waarnemende functie.

MvT: "De nieuwe (waarnemende) functiehouder neemt op 1 augustus 2018 alle ambtsbevoegdheden van de secretarissen en/of financieel beheerders over. Dit houdt ook in dat die laatsten met toepassing van artikel 589, al dan niet voorlopig, een nieuw takenpakket moeten krijgen."

De overgangsbepalingen voorzien niet in de verplichting om gelijktijdig zowel de directeursfunctie als de gewaarborgde passende (adjunct)functie in te vullen.

Artikel 589 DLB bepaalt dat de niet aangestelde functiehouder wordt aangesteld als adjunct of in een passende functie. Dit houdt een zekere chronologie in. De gewaarborgde functie en overige waarborgen ex artikel 589 DLB ontstaan pas nadat gebleken is dat men niet werd aangesteld als directeur.

Men kan de aanstelling van de directeur en de niet aangestelde functiehouder inderdaad het best opsplitsen. Aangezien het om twee onderscheiden besluiten gaat, is het aangewezen om deze in twee afzonderlijke beslissingen op te nemen.