Wat is de invloed van een fusie op de lokale adviescommissies (LAC) omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water?

Artikel 7, §1 van het decreet minimale levering stelt dat er in iedere gemeente een LAC wordt opgericht, waarvan de samenstelling en de procedure door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de LAC omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water stelt in artikel 2 de samenstelling vast. Artikel 2 stelt:

“In elke gemeente wordt een commissie opgericht die samengesteld is uit:

1° de hoofd-maatschappelijk assistent(e) van de Sociale Dienst van het OCMW, of diens afgevaardigde, die het voorzitterschap van de commissie waarneemt;

2° één lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, aangeduid door deze Raad, dat, in voorkomend geval, zitting heeft in het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst van het OCMW van de gemeente waar de huishoudelijke abonnee zijn woonplaats heeft;

3° één vertegenwoordiger van de betrokken netbeheerder, aardgasnetbeheerder of exploitant, naargelang van het geval;

4° één vertegenwoordiger van de erkende instelling voor schuldbemiddeling, als de huishoudelijke afnemer, huishoudelijke aardgasafnemer of huishoudelijke abonnee, naargelang van het geval voor zijn sociale begeleiding een beroep gedaan heeft op een dergelijke instelling.

Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het OCMW.”

De samenvoeging van gemeenten heeft van rechtswege bij elke nieuwe gemeente de oprichting van een nieuw OCMW tot gevolg. Ten gevolge van de fusie van gemeenten zullen 2 LAC’s er dus één worden, en zullen dus die personen, zeker 1° en 2°, moeten worden heraangeduid. Want ook die dubbele functies zullen worden gefusioneerd. Na de fusie gaat een OCMW van de nieuwe gemeente immers geen twee hoofd-maatschappelijk assistenten hebben.

Het LAC van de nieuwe gemeente neemt als rechtsopvolger de dossiers over van de oude LAC’s.