Hoe moet omgegaan worden met de opmaak van het budget of budgetwijzigingen nadat de principiële beslissing genomen is om tot een fusie over te gaan?

Bij een fusie die ingaat op 1 januari 2019 kan de nieuwe gemeenteraad maar een (gezamenlijk) budget en meerjarenplan voor de nieuwe fusiegemeente vaststellen vanaf voornoemde datum.

  • Artikel 32 van het decreet vrijwillige samenvoeging van gemeenten van 24 juni 2016 bepaalt dat de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het eerste meerjarenplan moet vaststellen voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen (eerste jaar van de eerste bestuursperiode) en voor hij beraadslaagt over het budget van het volgende boekjaar. Dat meerjarenplan start in het jaar dat volgt op de installatie van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente (tweede jaar van de eerste bestuursperiode) en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen (eerste jaar van de tweede bestuursperiode). Dat meerjarenplan bevat de beleidskeuzes van het nieuwe bestuur en de financiële vertaling ervan voor de volledige periode van het meerjarenplan.
  • Artikel 33 van het decreet vrijwillige samenvoeging van gemeenten van 24 juni 2016 bepaalt dat de nieuwe gemeente tegen uiterlijk 31 maart van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen (het eerste jaar van de eerste bestuursperiode) het budget voor dat boekjaar moet vaststellen. Dat budget moet niet passen in een meerjarenplan. Opdat de nieuwe gemeente in het eerste jaar van haar eerste bestuursperiode zo snel mogelijk over een degelijke financiële planning en een uitvoerbaar budget zou kunnen beschikken, zal men best al in de loop van het daaraan voorafgaande jaar een ontwerp van budget opmaken. In die fase moet men dat ontwerp van budget veeleer beschouwen als een “technisch-financieel” document, met een beperkt beleidsmatig luik, dat verder wordt uitgewerkt in de loop van het eerste jaar van de eerste bestuursperiode. 

Voor een fusie die ingaat op 1 januari 2019 betekent dit dus dat de budgetten en budgetwijzigingen die worden opgemaakt tussen de datum van de principiële beslissing tot samenvoeging en 31 december 2018 en die betrekking hebben op de boekjaren 2017-2018, nog moeten worden opgemaakt per individuele gemeente.

Dat geldt ook voor de aanpassingen van de meerjarenplannen 2014-2019 die in die periode worden opgemaakt.

Aangezien de financiële nota van het (aangepaste) meerjarenplan steeds minstens 3 boekjaren moet omvatten, zal de aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 naar aanleiding van de opmaak van het budget 2017 en 2018 minstens de jaren 2014 tot 2019, respectievelijk 2014 tot 2020 moeten bevatten.

De geraamde uitgaven en ontvangsten voor de boekjaren 2019 en 2020 zullen in dat geval nog betrekking moeten hebben op de individuele besturen, ook al zal er in de praktijk voor de toewijzing van bepaalde ontvangsten en uitgaven misschien met een bepaalde verdeling gewerkt worden. In voorkomend geval, wordt dit het best opgenomen in de toelichting.

Het bovenstaande geldt ook voor de samenvoeging van de OCMW’s.