Bestaan er uitzonderingen op regiovorming voor algemene of specifieke vormen van bovenlokale samenwerking?

Antwoord

Ja. De volgende vormen van samenwerking vallen in hun geheel buiten het toepassingsgebied van regiovorming door hun specifieke karakter en door de nood aan voldoende flexibiliteit:

  • organiseren van overleg en feitelijke samenwerking tussen lokale besturen als dit niet leidt tot blijvende nieuwe structuren (bijvoorbeeld bij Europese subsidieaanvragen);
  • samenwerking die gebonden is aan landschappen, of fysische en natuurlijke structuren, zoals de bekkenbesturen, structuren voor gemeenschappelijk beheer van een natuurgebied (bijvoorbeeld Bosgroepen), projectstructuren voor de uitwerking van een gemeenschappelijke visie of programma (bijvoorbeeld specifieke T.OP-werkingen), overleg tussen kustgemeenten;
  • toeristische regio’s en samenwerkingsverbanden;
  • samenwerkingsverbanden die op hogere schaal dan de regio’s georganiseerd zijn, waar schaalvoordeel de enige drijfveer is, en waar de rechtstreekse link met het lokale/regionale strategische beleid beperkt is (bijvoorbeeld crematoria, woonzorgcentra, zwembaden, verzekeringen, samenwerking voor IT)
  • vrijwillige samenwerking tussen scholen om schaalvoordelen na te streven op het vlak van logistiek, studieaanbod, personeelsbeleid, enz.;
  • alle leidinggebonden nutssectoren (bijvoorbeeld energiedistributie, riolering, waterdistributie en telecom).

Daarnaast zijn er specifieke uitzonderingen. Een specifiek samenwerkingsverband kan een aanvraag indienen tot tijdelijk uitstel of definitieve afwijking (‘pas toe of leg uit’-principe). Deze aanvraag moet uitgaan van een concreet samenwerkingsverband (geen sector), grondig motiveren waarom het uitstel of de afwijking wenselijk is, en ingediend worden bij de bevoegde Vlaamse minister. De minister agendeert het voorstel op een ministerraad, waarna de Vlaamse Regering beslist.