Hoeveel vakantiedagen heeft een contractueel personeelslid van de gemeente bij verandering van gemeentebestuur?

Antwoord

Regeling
De vaststelling van vakantierechten is afhankelijk van de keuze die de raden in de plaatselijke rechtspositieregeling van beide gemeentebesturen met toepassing van artikel 17 van de wet houdende sociale en diverse bepalingen van 26 juni 1992 hebben vastgesteld voor de niet-vastbenoemde personeelsleden.

Onder niet-vastbenoemde personeelsleden worden in die regeling verstaan:

  • de contractuele personeelsleden;
  • de statutaire personeelsleden op proef.

De gemeenteraden moeten kiezen welk vakantiestelsel van toepassing is op die personeelscategorieën, namelijk:

  • ofwel het vakantiestelsel van de vastbenoemden;
  • ofwel het vakantiestelsel voor bedienden in de privé-sector.

Toepassing

  • Een contractueel personeelslid afkomstig van een gemeentebestuur met het vakantiestelsel voor het vastbenoemde personeel, wordt bij een andere gemeente aangesteld in contractueel dienstverband. Dat personeelslid heeft:
    •  geen recht op jaarlijkse vakantiedagen, als in het nieuwe bestuur het vakantiestelsel voor bedienden uit de privésector van toepassing is op het contractuele personeel.
    • wel recht op jaarlijkse vakantiedagen als in het nieuwe bestuur eveneens het vakantiestelsel van het vastbenoemde personeel van toepassing is op het contractuele personeel.
  • Als beide besturen voor de contractuele personeelsleden de vakantieregeling voor bedienden in de privé-sector volgen, dan moet het contractuele personeelslid bij verandering van gemeentebestuur het vakantieattest van het vorige jaar (= vakantiedienstjaar) voorleggen aan zijn nieuwe werkgever. De vorige werkgever is verplicht een dergelijk attest af te leveren bij het vertrek van zijn personeelslid. Het aantal jaarlijkse vakantiedagen wordt dan pro rata toegekend.