Dient het personeelslid aan te tonen waarvoor het politiek verlof wordt benut?

Antwoord

Het personeelslid van een lokaal bestuur dat een politiek mandaat opneemt, moet niet aantonen waarvoor het politiek verlof wordt gebruikt, dit in tegenstelling tot de werknemers uit de privésector.

Het politiek verlof voor ambtenaren bij de lokale besturen is geregeld in het decreet van 14 maart 2003 houdende regeling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de provincies, gemeenten, de agglomeraties van gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn, alsook de openbare instellingen die onder hun controle of toezicht vallen.

Het bestuur heeft op grond van artikel 4 van dat decreet geen appreciatiebevoegdheid en kan de dienstvrijstelling dus niet weigeren. De tekst van artikel 4 luidt:

“Op verzoek van het personeelslid, vermeld in artikel 2, § 1, wordt, binnen de hieronder bepaalde perken, twee dagen per maand dienstvrijstelling verleend voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten:

  1. gemeenteraadslid;
  2. lid van de raad voor maatschappelijk welzijn dat geen gemeenteraadslid is;
  3.  ..."

Het betrokken personeelslid blijft in dienstactiviteit en behoudt het recht op salaris, op bevordering en op salarisverhoging. Het behoudt zijn aanspraken in het kader van het rust- en het overlevingspensioen. De dagen dienstvrijstelling worden bezoldigd en er is geen verrekening.

De regelgeving die geldt voor werknemers uit de privésector (artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 december 1976 betreffende de duur en de voorwaarden van de gebruikmaking van het verlof, verleend bij de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat) bevat in die zin de volgende bepaling: "Het in het eerste lid bedoelde politiek verlof mag enkel worden gebruikt voor het vervullen van de opdrachten die rechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van hun mandaten of ambten."

Dergelijke bepaling ontbreekt echter in het decreet van 14 maart 2003, zodat die niet van toepassing is op personeelsleden van lokale besturen die een politiek mandaat opnemen.