Kan de kost van een betalingsaanmaning volgens het Invorderingswetboek doorgerekend worden aan de belastingplichtige?

Antwoord

In het Invorderingswetboek is op twee verschillende momenten sprake van een betalingsaanmaning. Beide hebben een andere finaliteit.

Betalingsaanmaning na niet-voldoen van de schuld (artikel 13,  §1 van het Invorderingswetboek)

Een belastingschuld moet betaald zijn binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Volgens het Invorderingswetboek kan een nalatige schuldenaar vanaf de tiende dag na het verstrijken van de betaaltermijn, tot betaling aangemaand worden via een gewone herinneringsbrief. De kost voor deze gewone herinneringsbrief wordt niet aangerekend aan de schuldenaar. Dat laatste staat niet letterlijk in de wet, maar vinden we terug in haar memorie van toelichting (Artikelsgewijze toelichting, p. 29).

Betalingsaanmaning als verjaringsstuitende handeling (artikel 24, eerste lid, 3° van het Invorderingswetboek)

Als de fiscale schuldvordering dreigt te verjaren, vijf jaar na de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier, kan het nodig zijn om de verjaring te stuiten. Een gewone herinneringsbrief, zoals vermeld in artikel 13, §1 van het Invorderingswetboek, volstaat hiervoor niet. Die is vereist om in een latere fase te kunnen overgaan op maatregelen van tenuitvoerlegging, maar werkt op zichzelf niet verjaringsstuitend.

Als de gemeente nog niet overgegaan is tot maatregelen van tenuitvoerlegging, kan de financieel beheerder de schuldvordering stuiten met een betalingsaanmaning per aangetekende brief. De kost voor deze aangetekende betalingsaanmaning kan verhaald worden op de belastingschuldige. De gemeente vindt hiervoor een rechtsgrond in artikel 20 van het Invorderingswetboek. Een afzonderlijk gemeentelijk reglement is niet nodig,

Wat met bestaande retributiereglementen voor de aanrekening van gewone en aangetekende betalingsaanmaningen?

Omdat de wet al een rechtsgrond biedt voor de aanrekening van de kost voor een aangetekende betalingsaanmaning als verjaringsstuitende handeling, hoeft de gemeente daar zelf niet meer in te voorzien. De kost voor de aangetekende aanmaning wordt volgens het Invorderingswetboek beschouwd als een bijbehoren van de verschuldigde belasting en wordt als dusdanig samen met de belasting ingevorderd. Het gaat niet om een afzonderlijke retributie.

Relevante regelgeving:

Artikel 4, §6 van het decreet van 30 mei 2008

Artikel 13,  §1 van het Invorderingswetboek

Artikelen 20 en 24, eerste lid, 3° van het Invorderingswetboek