Wanneer is er sprake van belangenvermenging tussen lid van de gemeenteraad en lid van een kerkraad?

Antwoord

Artikel 27 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat het voor een gemeenteraadslid verboden is deel te nemen aan de bespreking en de stemming over de vaststelling of goedkeuring van het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening van een instantie waaraan hij rekenschap verschuldigd is of waarvan hij tot het uitvoerend orgaan behoort. Dit artikel is ook van toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen ( zie artikel 50 van het decreet over het lokaal bestuur).

Het is de bedoeling van de decreetgever geweest te verhinderen dat de belanghebbenden niet alleen door hun stemming aan de besluitvorming zouden deelnemen maar ook dat zij bij de bespreking op hun collega’s een ongeoorloofd geachte invloed zouden uitoefenen.

Het verbod heeft een ruime draagwijdte en geldt ongeacht de aard of de rechtsvorm van de instantie waarvan de rekening voorligt. Een duidelijk voorbeeld is hier een kerkbestuur. Een gemeenteraadslid, een schepen of de burgmeester zal dus niet kunnen deelnemen aan de bespreking en de stemming over de vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening, het meerjarenplan, en het budget van de kerkfabriek als hij of zij lid is van de kerkraad.”