Geldt de taalwetgeving voor de besturen van eredienst?

Antwoord

De wetgeving op het taalgebruik in bestuurszaken (SWT van 18 juli 1966) legt onder meer vast in welke taal de overheid moet communiceren met haar burgers. De taalwetgeving is van toepassing op de gecentraliseerde en gedecentraliseerde openbare diensten van de staat, van de provinciën, van de agglomeraties, van de federaties van gemeenten en van de gemeenten. Ze is eveneens van toepassing op rechtspersonen die belast zijn met een taak die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat en die de wet of de openbare machten hun hebben toevertrouwd in het algemeen belang.

Het eredienstendecreet bepaalt dat een bestuur van de eredienst een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid is. De taalwetgeving is bijgevolg van toepassing op alle besturen van de eredienst.

Concreet houdt dat in dat het bestuur van de eredienst in het Nederlandse taalgebied steeds de Nederlandse taal gebruikt (opstellen notulen, houden van vergaderingen, verzenden van brieven, opstellen van overeenkomsten enz).

De eigenlijk viering is echter een privé-aangelegenheid en die kan dan ook niet gereglementeerd worden. De mensen spreken tijdens de eredienst wat ze willen. De overheid mag/kan zich bijgevolg niet bemoeien met de gebruikte taal (Latijn, Arabisch, Frans, Russisch, Hebreeuws enz). Dat is een kwestie van scheiding van kerk en staat.