Moet de gemeentelijke dotatie aan de politie- en hulpverleningszone opgesplitst worden in een werkingssubsidie en een investeringssubsidie?

Antwoord

De gemeente financiert zowel de reguliere werking als de investeringen van de politie- en hulpverleningszones. Dat betekent dat de gemeentelijke dotatie in principe opgesplitst moet worden in een werkingssubsidie (subsidie als tussenkomst in de werking van de zone) en een investeringssubsidie (subsidie om vaste activa te verwerven of te behouden).

De aard van de tussenkomst van de gemeente moet in principe blijken uit de begroting van de zone. De uitgaven en de financiering voor de geplande investeringen moet de zone volgens de regels van de NGB opnemen in de buitengewone dienst.

De gemeente schrijft de dotatie voor de gewone werking in onder de exploitatie-uitgaven. De tussenkomst voor de financiering van de investeringen schrijft ze in haar meerjarenplan in als een investeringssubsidie. Het onderscheid tussen beide heeft belangrijke gevolgen voor het financieel evenwicht van de gemeenten.

Aangezien de politie- en hulverleningszones nog volgens het NGB-systeem werken, bevat hun begroting en boekhouding ook de mogelijkheid om overboekingen op te nemen van de gewone naar de buitengewone dienst. De zones kunnen er dus voor kiezen om bepaalde investeringen (bv. vervangingsinvesteringen, investeringen met een eerder beperkte financiële impact voor de gemeenten) te financieren met een overboeking uit de gewone dienst. Die overboeking heeft geen impact voor de gemeente. Het bedrag dat de zone overboekt blijft bij de gemeente vervat in de werkingssubsidie.

Het behoort tot de lokale autonomie om in overleg tussen de zone en de gemeente te kiezen voor de methode die het beste past bij de concrete lokale situatie en de gemeenschappelijke belangen van de zone en de gemeenten, zonder het basisprincipe uit het oog te verliezen.