Print

Begraafplaatsen en lijkbezorging

Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. Meerdere gemeenten kunnen zich wel verenigen om over een gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken.

Het geheel van begraafplaatsen op het grondgebied van een gemeente moet alle vormen van lijkbezorging kunnen aanbieden zoals bepaald bij het decreet van 16 januari 2004 op begraafplaatsen en lijkbezorging, met uitzondering van de uitstrooiing van de as op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee.

Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan een crematorium oprichten en beheren.

Ieder gemeentelijk of intergemeentelijk crematorium moet over een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken.

In afwijking van het voorgaande lid, kan evenwel tussen de gemeente die een begraafplaats beheert en het intergemeentelijk samenwerkingsverband dat een aangrenzend intergemeentelijk crematorium beheert een overeenkomst worden afgesloten waarin bepaald wordt dat ze het urnenveld, de strooiweide en het columbarium van de gemeentelijke begraafplaats ter beschikking van het aangrenzende intergemeentelijke crematorium wordt gesteld.

Gemeenten hebben veel over de begraafplaatsen en de lijkbezorging geregeld in een huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en een politiereglement op de begraafplaatsen (naast mogelijke belasting-of retributiereglementen). Een voorbeeld van wat in een huishoudelijk reglement kan voorkomen, is of er al dan niet concessies mogelijk zijn en indien wel, de duurtijd hiervan. Een voorbeeld van wat in een politiereglement kan voorkomen, is o.a. de afmetingen van de graftekens.

Bij fusie zal de nieuwe fusiegemeente de huishoudelijke reglementen en politiereglementen van de oorspronkelijke gemeenten samenvoegen tot één huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en één politiereglement op de begraafplaatsen. Hiervoor kunnen we verwijzen naar Politieverordeningen en andere reglementen.

Volgende elementen vereisen specifieke aandacht bij het harmoniseren van de reglementen:

  • De gemeenten voorzien in een zelfde juridisch regime voor al hun begraafplaatsen. Bijvoorbeeld: als de gemeente concessies toestaat, dan moet zij dit toestaan op al haar begraafplaatsen.
  • De fusiegemeente kan niet bepalen dat inwoners van de vroegere gemeente A enkel op de begraafplaats van deze vroegere gemeente begraven mogen worden of hun asurn bijgezet mag worden of hun as uitgestrooid mag worden. Als inwoners van de vroegere gemeente A op de begraafplaats van de vroegere gemeente B wensen begraven te worden of hun asurn te laten bijzetten of hun as te laten uitstrooien, dan moet dit mogelijk zijn.

  • De duurtijd en de prijs van de concessies die de vroegere gemeenten hebben toegestaan, blijven voor deze concessies behouden. Als de vroegere gemeente A in een langere concessietermijn voor haar concessies voorzag (bijvoorbeeld 50 jaar) dan de nieuwe fusiegemeente (bijvoorbeeld 30 jaar) dan blijft die langere termijn van 50 jaar behouden. De nieuwe gemeente kan die termijn niet terugbrengen tot 30 jaar voor de lopende concessies. Als de fusiegemeente een nieuwe concessie toestaat, geldt uiteraard de (nieuwe) maximale duurtijd die de gemeenteraad van de fusiegemeente heeft vastgelegd.

  • De minimale en de maximale afmetingen waarin de vroegere gemeenten voor hun graven (geconcedeerde en niet-geconcedeerde) voorzagen, blijven voor die graven uiteraard behouden.

Een vrijwillige samenvoeging kan (moet niet) tot gevolg hebben dat bepaalde begraafplaatsen gesloten zullen worden. Het volstaat dan immers dat de nieuwe gemeente over één begraafplaats beschikt waar alle mogelijkheden (begraving, bijzetting in een columbarium of op een urnenveld en verstrooiing op een strooiweide) worden aangeboden. In dit geval moet de fusiegemeente de procedure voor sluiting / ontruiming van artikel 5 van het decreet van 16 januari 2004 volgen.