Print

Intergemeentelijke samenwerking

Wat is intergemeentelijke samenwerking?

Intergemeentelijke samenwerking is de samenwerking op vrijwillige basis tussen twee of meer gemeenten. Dit met het oog op het realiseren van een gemeenschappelijke doelstelling van twee of meer gemeenten.

Welke wetgeving is van toepassing?

Decreet - Voor de samenwerkingsverbanden die nu opgericht worden is het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking van toepassing. Dit decreet werd meerdere malen gewijzigd en voor het laatst bij decreet van 27 april 2016. Onderaan deze pagina vindt u een link naar de huidige tekst van het decreet in de Vlaamse codex.

Uitvoeringsbesluiten - De leden van de organen van een opdrachthoudende of dienstverlenende vereniging enkel kunnen vergoed worden binnen de perken van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende vaststelling van de grenzen en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend. Dit besluit werd eenmaal gewijzigd door het besluit van 8 februari 2013 (B.S. 12 maart 2013).

Vormen van intergemeentelijke samenwerking

Het decreet onderscheidt 5 vormen van samenwerkingsverbanden:

  • Interlokale vereniging: samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid en zonder beheersoverdracht. Een overeenkomst tussen de partners, die tezelfdertijd de statuten omvat, vormt de basis. De interlokale vereniging dient vooral voor de realisatie van in omvang beperkte projecten.
  • Projectvereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid met een sterk vereenvoudigde structuur. Ook hier is er geen beheersoverdracht; de statuten bepalen de werking en worden goedgekeurd door de partners. De projectvereniging is opnieuw bedoeld voor kleinschalige projecten, maar kan wel optreden als afzonderlijke rechtspersoon, met alle implicaties er aan verbonden (bv. de mogelijkheid eigen personeel te hebben).
  • Dienstverlenende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid, zonder beheersoverdracht en met door alle partners goedgekeurde statuten. De dienstverlenende vereniging wil voornamelijk activiteiten ontwikkelen voor de aangesloten gemeenten, op domeinen waarvoor deze geen overdracht van hun beheersbevoegdheid kunnen of willen toestaan.
  • Opdrachthoudende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid en met een beheersoverdracht die statutair vastgelegd is. Daardoor doen de gemeenten afstand van het recht om zelfstandig de opdrachten uit te voeren waarvan de realisatie op grond van hun eigen beslissing toevertrouwd is aan het samenwerkingsverband.
  • Opdrachthoudende vereniging met private deelname: een opdrachthoudende vereniging waaraan privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen overeenkomstig artikel 10, § 2 van het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking. Deze vijfde vorm werd ingevoerd bij het wijzigigsdecreet van 27 april 2016 (B.S. 17 juni 2016) en trad in werking op 27 juni 2016. Uit de voorwaarden van artikel 10, § 2 van het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking blijkt dat deze vorm enkel mogelijk is voor samenwerkingsverbanden in de energie- of afvalsector.

Voor meer informatie over 1 van deze vormen kan u klikken op één van de submenu's van deze pagina.

Evaluatie van het decreet intergemeentelijke samenwerking (februari 2014)

Het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) hebben samen het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking in 2014 grondig geëvalueerd. Het decreet is immers reeds een geruime tijd in werking en in die periode is het Vlaams bestuurlijk landschap gewijzigd onder meer door de mogelijkheden tot verzelfstandiging die geboden worden door het Gemeentedecreet, het OCMW-decreet en het Provinciedecreet.

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur ontving in februari 2014 een evaluatierapport. Het rapport bevat een vijftigtal aanbevelingen. Deze aanbevelingen pleiten voornamelijk voor meer analogie tussen het Gemeentedecreet en het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking.

Studie leidinggebonden nutssectoren

In opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur voerde CapGemini in 2016 een studie uit over de leidinggebonden nutssectoren in Vlaanderen. Deze studie resulteerde in een studierapport dat u hier kan downloaden.

(Gewest)grensoverschrijdende samenwerking

Landsgrensoverschrijdende samenwerking - Verenigingen en gemeenten kunnen deelnemen in rechtspersonen van publiekrecht met grensoverschrijdende werking. Dit kan zowel voor gebieden aan de Nederlandse als aan de Franse grens. De juridische basis uit het decreet van 6 juli 2001 moet dan wel ondersteund worden door de Conventie van Madrid en de aanvullende protocollen.

Gewestgrensoverschrijdende samenwerking - Voor de verenigingen die gewestgrenzen overschrijden is het Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales van toepassing, dat op 1 juli 2014 in werking trad.

Toezicht

Op de interlokale verenigingen is er geen bestuurlijk toezicht voorzien in het decreet van 6 juli 2001. Het toezicht verloopt hier indirect via het algemeen bestuurlijk toezicht op de beslissingen van de gemeenten in verband met die verenigingen.

Op de projectverenigingen is er vanaf 1 mei 2013 een heel beperkt toezicht. Deze verenigingen moeten hun beslissingen niet verzenden naar de toezichthoudende overheid, maar er loopt wel een termijn van toezicht zodra de beslissing werd genomen. De Vlaamse Regering kan binnen die termijn de beslissingen opvragen, schorsen en vernietigen.

Voor de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen is een uitgebreid bestuurlijk toezicht voorzien.

Naast de oprichting zijn ook de statutenwijzigingen aan bijzonder goedkeuringstoezicht onderworpen, meer concreet aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering (met delegatie aan de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden).

Daarnaast zijn alle andere beslissingen van die verenigingen onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht, met een mogelijkheid van schorsing en/of vernietiging door de Vlaamse Regering. Sinds 1 mei 2013 is de figuur van regeringscommissaris afgeschaft en moeten de verenigingen enkel nog een beknopt overzicht van de genomen beslissingen verzenden naar de toezichthoudende overheid (Vlaamse Regering). Het goedkeuringstoezicht blijft ongewijzigd.

Jaarlijkse controle op de presentiegelden

Artikel 15 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende vaststelling van de grenzen en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend, bepaalt dat er door de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen jaarlijks, vóór 31 maart aan de commissaris van de Vlaamse Regering een per mandataris geïndividualiseerd overzicht bezorgd van de in het voorbije boekjaar ontvangen vergoedingen en presentiegelden aan de hand van de door hem voorgeschreven tabellen.

Aangezien de commissaris van de Vlaamse Regering intussen niet meer bestaat, moeten de presentiegelden rechtstreeks ter controle voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering, dit gebeurt via het Agentschap Binnenlands Bestuur. Hiervoor is een modelinzending opgelegd, die verplicht te gebruiken is door alle dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. via een excelbestand. Het excelbestand moet ingevuld worden op dezelfde manier als de vroegere papieren formulieren & is opgedeeld in zeven onderdelen. De zeven deelformulieren kan u openen door onderaan op de tabs in het excelblad te klikken. Om van het ene formulier naar het andere te gaan klikt u op de bijhorende tab. De tab van het actieve formulier wordt vet weergegeven. Als het exceldocument ingevuld is, slaat u het op & stuurt u het door naar het e-mailadres presentiegeldenintercommunales@vlaanderen.be

Het exceldocument met het modelsjabloon is hier te downloaden.