Extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm (private EVA)

Wat is een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijk vorm?

Een gemeenschappelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm (hier ook genoemd: "private EVA") is een private rechtspersoon (vereniging, stichting of vennootschap) die door de gemeente belast is met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang. Een gemeente kan een private EVA oprichten voor elke welbepaalde beleidsuitvoerende taak van gemeentelijk belang. Dit heeft als voordeel dat de gemeente structureel kan samenwerken met andere partners.

Kenmerken

Enkele belangrijke kenmerken van een private EVA zijn:

  • Een private EVA is privaatrechtelijk vormgegeven, wat bijvoorbeeld betekent dat het personeel een privaat statuut heeft.
  • De gemeente is per definitie lid van een private EVA. Afhankelijk van de gekozen rechtsvorm moeten er eventueel nog andere deelnemers gevonden worden. Hiervoor gelden de resp. toepasselijke regels van het vennootschapsrecht, verenigingsrecht of stichtingsrecht. In het geval van een private EVA in VZW-vorm zullen er dus nog minstens twee andere deelnemers moeten zijn.
  • Niet elke rechtspersoon mag lid worden van een private EVA. Zo sluit het gemeentedecreet andere gemeenten, provincies, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest uit van lidmaatschap (zie art. 245 GD).
  • De gemeente heeft het altijd voor het zeggen in een private EVA. Ze heeft de meerderheid van stemmen in de algemene vergadering en kan de meerderheid van de leden voordragen in de raad van bestuur (zie art. 246 GD).

Oprichting

De oprichting van de private EVA moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

De gemeente moet het oprichtingsdossier van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm binnen een termijn van 30 dagen, na de beslissing tot oprichting ervan versturen naar de Vlaamse Regering (t.a.v. Agentschap Binnenlands Bestuur, Boudewijnlaan 30, bus 70, 1000 Brussel of via het digitaal loket) De Vlaamse minister bevoegd voor Binnenlands Bestuur heeft een termijn van 100 dagen om de beslissing tot oprichting al dan niet goed te keuren.

Het oprichtingsdossier bestaat minimaal uit drie documenten:

  1. het motiveringsverslag van het college van burgemeester en schepenen. Het motiveringsverslag moet aantonen dat de uitvoering van de uitbesteedde taak niet even goed kan worden uitgevoerd binnen de gemeentelijke organisatie of binnen een autonoom gemeentebedrijf. Deze beheersvormen hebben immers voorrang op de privaatrechtelijke uitvoering;
  2. de gemeenteraadsbeslissing (goedkeuring van de oprichting en de statuten);
  3. de statuten van de private EVA.