Print

Draaiboek afslanking provincies

Om een kwaliteitsvolle en stipte overheveling van de provinciale taken en instellingen te garanderen, is een draaiboek opgemaakt.

Het bevat een gedetailleerd afsprakenkader en een duidelijke timing. Het is een levend document dat tijdens het implementatieproces verder aangevuld wordt. Bedoeld als een praktische handleiding voor de bevoegde administraties en besturen vertrekt het vanuit een aantal gedeelde uitgangspunten:

  • maximaal maatwerk, rekening houdend met de specifieke context waarbinnen elke overdracht gebeurt.
  • een maximale responsabilisering bij de ontvangende entiteiten.  
  • centrale aansturing algemene aspecten (personeel, vastgoed, etc.)

Daarnaast wijst het draaiboek enkele duidelijke taken en verantwoordelijkheden toe.

  • In eerste instantie dienen de bevoegde ministers en de ontvangende lokale besturen de nodige inhoudelijke keuzes te maken om de overgehevelde taken en instellingen maximaal in te passen binnen hun beleid. Het kan bovendien zijn dat deze keuzes een bijkomende juridische doorvertaling behoeven die niet wordt geboden door het huidige ontwerp van decreet dat immers enkel de overdracht regelt. Het spreekt voor zich dat de nodige aanpassingen van het sectorale reglementaire kader toekomen aan de bevoegde ministers en colleges van burgemeester en schepenen.
  • Naast inhoudelijke keuzes moeten ook organisatorische keuzes worden gemaakt. In een aantal gevallen zijn deze het gevolg van inhoudelijke gemaakte keuzes, maar dit zal niet steeds het geval zijn. Ook hier ligt het eindwoord bij de bevoegde ministers en colleges. Binnen de context van de Vlaamse overheid ligt de verantwoordelijkheid voor een aantal beslissingen zelfs finaal bij de leidend ambtenaar.
  • Elk van de keuzes heeft een impact die potentieel verder reikt dan de eigen organisatie of entiteit. Zo heeft de keuze voor deze of gene verzelfstandigingsvorm een impact op de problematiek van het aanvullende pensioen voor de contractuele ambtenaren die naar de Vlaamse overheid worden overgeheveld. De toewijzing van een standplaats heeft een impact op de huisvesting van de Vlaamse ambtenaren in Brussel of de VAC’s en de facilitaire dienstverlening. Het is de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlands Bestuur en het Agentschap Binnenlands Bestuur om de cumulatieve impact van de inhoudelijke en organisatorische keuzes in kaart te brengen en oplossingen aan te reiken. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan aspecten gerelateerd aan personeel, vastgoed, archief en de facilitaire dienstverlening zoals ICT, catering, etc. Dit zal gebeuren door onder meer een proactieve ondersteuning van de bevoegde ministers, administraties en lokale besturen en door het bewaken van de voortgang van de transitietrajecten.