Print

Provinciale taakstelling

Een belangrijk onderdeel van het decreet tot afslanking van de provincies behandelt de vernieuwde provinciale taakstelling. Maar wat is de reden voor deze vernieuwde taakstelling?

Het onttrekken van de culturele en persoonsgebonden aangelegenheden aan het provinciaal belang past in het streven naar een efficiënt en effectief overheidsbestuur en ordelijke inrichting van het binnenlands bestuur. Een goede ordening van het overheidsbestuur leidt tot:

  • minder interbestuurlijke concurrentie;
  • daling van beheerskosten;
  • afname administratieve lasten. 

De Vlaamse Regering respecteert in deze de essentie van de provinciale bevoegdheden, door de provincies, het volle initiatiefrecht te laten over de grondgebonden aangelegenheden. Provincies zijn immers territoriaal gedecentraliseerde overheden die zich volgens artikel 2 van het Provinciedecreet, in hoofdorde richten op gebieds- en streekgerichte werking.

Bij grondgebonden bevoegdheden zoals ruimtelijke ordening, leefmilieu, economie is het aangewezen dat bevoegdheden een bovenlokale aanpak krijgen.  Zowel tussen sectoren als tussen gemeenten is hier vaak sprake van belangentegenstellingen of een nood aan belangenafweging.

De persoonsgebonden en culturele aangelegenheden richten zich vooral op personen. Daarom is de Vlaamse Regering van oordeel dat deze aangelegenheden best behartigd worden door die besturen die het dichtst bij de burger staan, zijnde de lokale besturen. Hun lokale verankering zorgt voor betrokkenheid en daarnaast zijn lokale besturen in staat de beste en meest adequate antwoorden te geven op maatschappelijke noden en behoeftes.

Uiteraard is de Vlaamse Regering van mening dat die persoonsgebonden bevoegdheden waarbij een zekere uniformiteit binnen Vlaanderen wenselijk is, door Vlaanderen worden uitgeoefend. Dit gaat bijvoorbeeld over toegang tot bepaalde welzijns- of culturele voorzieningen of subsidies.