Print

Grondwettelijk Hof – Arrest nr. 59/2017 van 18 mei 2017 - Rolnummer 6343 – Beroep tot vernietiging - Het decreet van 3 juli 2015 tot wijziging van diverse decreten subsidiëring lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002

Rechtbank/Hof
Grondwettelijk Hof
Arrestnummer
59/2017
Indiener
Price Leander
Datum uitspraak arrest
donderdag 18 mei 2017
Samenvatting

Het decreet van 3 juli 2015 “tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds” wordt door het Hof vernietigd. Wel houdt het Hof in zijn arrest rekening met de budgettaire moeilijkheden die zouden kunnen volgen uit een vernietiging. Het Grondwettelijk Hof heeft immers geoordeeld dat de gevolgen van de vernietigde bepalingen moeten worden gehandhaafd tot de aanneming van een nieuw decreet en uiterlijk tot het einde van het begrotingsjaar 2018. De toepassing van het vernietigde decreet in het verleden, enerzijds, en de mogelijkheid om er nog toepassing van te maken tot en met het begrotingsjaar 2018, blijft dus onaangetast.

Wat het eerste middel betreft, waarin de schending van artikel 7bis BWHI wordt opgeworpen, is  het Grondwettelijk Hof het standpunt van de Vlaamse Regering bijgetreden en heeft het erkend dat de principieel vereiste gelijke behandeling van de gemeenten die in het Vlaamse Gewest zijn gelegen, als bedoeld in artikel 7bis BWHI, zich slechts uitstrekt tot de decretale regelingen die verband houden met de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid, de werking en de aanstelling of de verkiezing van de organen van de gemeenten, alsook het administratief toezicht (B.8.2). De bestreden subsidieregeling valt echter niet onder het toepassingsgebied van artikel 7bis BWHI, aangezien de bestreden regeling betrekking heeft op de sectorale, c.q. de algemene financiering van de gemeenten (B.8.4).

Ook wat het tweede middel betreft, waarin de schending van artikel 16bis BWHI wordt opgeworpen, heeft het Hof de argumentatie van de Vlaamse Regering gevolgd. Het Hof oordeelde dat de "standstill-clausule" vervat in artikel 16bis BWHI uitsluitend betrekking heeft op “bestaande waarborgen” waarvan uitsluitend “de particulieren” in de rand- en taalgrensgemeenten de “begunstigden” zijn. Aangezien het bestreden decreet enkel de sectorale, c.q. algemene financiering van de gemeenten wijzigt, kan het bestreden decreet geen afbreuk doen aan de bestaande waarborgen die de Franstaligen in de randgemeenten genieten (B.9.4). Aangezien ook artikel 16bis BWHI niet toepasselijk blijkt te zijn, wordt het tweede middel verworpen.

Het derde middel, waarin de  schending van het gelijkheidsbeginsel werd ingeroepen, heeft het Grondwettelijk Hof wel gegrond verklaard. Het Hof stelt eerst en vooral vast dat het verschil in behandeling tussen de randgemeenten en de andere Vlaamse gemeenten in de parlementaire voorbereiding wordt verantwoord door het bijzonder statuut van de randgemeenten en door de coördinatie van de verschillende sectorale subsidies door de vzw de Rand (B.13.3). Het Hof stelt vervolgens vast dat de financiering van initiatieven via de vzw de Rand “parallel” met de sectorale subsidies van de gemeenten wordt geregeld. Een dergelijke subsidiëring kan volgens het Hof niet worden vergeleken met een algemene of specifieke subsidie- of financieringsregeling van de lokale besturen, noch ertoe strekken ze te vervangen (B.16.1).

De aanvullende subsidiëring via de vzw de Rand kan, gelet op de doelstelling van het bestreden decreet, volgens het Hof dan ook niet verantwoorden dat de randgemeenten worden uitgesloten van de forfaitaire financiering van de lokale besturen, via een aanvullende dotatie die afkomstig is van het Vlaams Gemeentefonds. Die aanvullende dotatie strekt er immers juist toe om de sectorale subsidies te integreren, “door elke band te schrappen die bestaat tussen het toegekende bedrag en het beleid dat op lokaal niveau daadwerkelijk wordt gevoerd in de domeinen die voordien voorwaardelijk waren gesubsidieerd” (B.16.3). Het voorgaande wordt volgens het Hof nog versterkt, doordat in de parlementaire voorbereiding een voorstel van verdeling van de in het leven geroepen aanvullende dotatie werd opgesteld rekening houdend met de randgemeenten.

Uit de verdelingstabel die is opgenomen in de parlementaire voorbereiding zou volgens het Hof blijken dat het “noch onmogelijk, noch onverantwoord was om bij de verdeling van de aanvullende dotatie van het Vlaams Gemeentefonds rekening te houden met de randgemeenten”  (B.16.4). Het voorgaande doet het Grondwettelijk Hof besluiten dat de randgemeenten zonder redelijke verantwoording verschillend worden behandeld in de uitoefening van de lokale autonomie die aan alle andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied wordt toegekend, aangezien die andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied een aanvullende dotatie uit het Gemeentefonds krijgen die ertoe strekt die gemeenten “onvoorwaardelijk te ondersteunen” (B.16.5).

Tekst arrest

Arrest

In zake: het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 «tot

wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot

wijziging van het decieet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de

verdeling van het Vlaams Gemeentefonds», ingesteld door de vzw «Association de

Promotion des Droits humains et des Minorités » en Charles Danis.

 

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen,

A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût,

T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van

voorzitter J Spreutels,

 

wijst na beraad het volgende arrest:

 

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 25 januari 2016 ter post

aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 26 januari 2016, is beroep tot vernietiging

ingesteld van het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 «tot wijziging van diverse decreten

houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli

2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams

Gemeentefonds» (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 juli 2015) door de

vzw « Association de Promotion des Droits humains et des Minorités » en Charles Danis,

bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Sohier, advocaat bij de balie te Brussel.

 

De Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Martel en

Mr. K. Caluwaert, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de

verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering

heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

 

Bij beschikking van 7 december 2016 heeft het Hof, na de rechters-verslaggeveis T. Giet

en A. Alen, ter vervanging van rechter R. Leysen, wettig verhinderd op die datum, te hebben

gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden,

tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een

verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten

zullen worden gesloten op 21 december 2016 en de zaak in beraad zal worden genomen.

 

Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd mgediend, is de zaak op 21 december

2016 in beraad genomen.

 

De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met

bedekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

 

II. In rechte

A.1. De verzoekende partijen stellen vast dat het bestreden decreet, dat het Vlaamse Regeerakkoord

2014-2019 uitvoert, een gedifferentieerde regeling van sectorale subsidies instelt ten aanzien van de zes

faciliteitengemeenten van de Brusselse rand zoals bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten op het

gebruik van de talen. Het bestreden decreet stelt een algemene « aanvullende dotatie » ten laste van het Vlaams

Gemeentefonds, berekend op een percentage bepaald in de bijlage bij het decreet, in de plaats van de

financiering die bij verspreide decreten is georganiseerd, terwijl het tegelijkertijd de landgemeenten uitsluit, die

in die aangelegenheid zullen blijven worden geregeld zoals in het verleden en die dus geen enkel percentage in

die aanvullende dotatie zullen genieten.

 

Hoewel de afdeling wetgeving van de Raad van State een advies heeft uitgebracht waann zij van oordeel is

dat het verschil tussen de landgemeenten en de andere gemeenten van het Vlaamse Gewest verantwoord lijkt,

heeft de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) daarentegen bij dat verschil in behandeling een

aanzienlijk voorbehoud gemaakt.

 

A.2. De Vlaamse Regeling herinnert eraan dat het bestreden decreet de vnjheid van de lokale besturen

verruimt door de sectorale subsidies te vervangen door een mechanisme van onvoorwaardelijke

basisfinanciering, ingesteld op basis van het door die gemeenten in 2014 verkregen percentage sectorale

subsidies. Voor de landgemeenten wordt het vroegere systeem gehandhaafd wegens hun bijzonder statuut en

wegens het feit dat sommige gemeenschapsinitiatieven deels worden gecoördineerd door de vzw « de Rand »

 

De nieuwe financieringsregeling moet worden gelezen in het licht van het decreet van 15 juli 2011 - dat het

mogelijk maakt aan de lokale besturen en periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen op te leggen om

subsidiëring te verkrijgen wanneer zij een cultuurbeleid uitvoeren dat overeenstemt met de doelstellingen van de

Vlaamse Regering - en in het licht van het decreet van 12 juli 2013 dat de vzw « de Rand » omvormt tot een

privaatrechtelijk extern verzelfstandigd agentschap - dat precies ertoe strekt ervoor te zorgen dat de

landgemeenten, die weigeren zich te onderwerpen aan de planverplichtingen en dus met kunnen worden

gesubsidieerd, toch subsidies van de vzw « de Rand » kunnen ontvangen voor de ondersteunmg van lokale

culturele initiatieven in het Nedeilands.

 

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

A.3. De eerste verzoekende partij is een vzw waarvan het maatschappelijk doel erin bestaat de

mensenrechten zoals zij verankerd zijn in de Grondwet en in diverse internationaalrechtelijke instrumenten te

bevorderen, onder meer door elke aantasting van die rechten en vrijheden aan te klagen, zij doet blijken van een

belang om de vernietiging te vorderen van het bestreden decreet, dat, naar haar mening, disciminaties op grond

van de taal bevat, die zij met alle wettelijke middelen beoogt te bestnjden Dat collectief belang dat zij verdedigt

valt niet samen met het algemeen belang, noch met het individueel belang van haar leden, en maakt het aldus

voor haar mogelijk een bepaling aan te vechten die een categorie van rechtzoekenden bevoordeelt ten opzichte

van anderen, te dezen, wegens een uitsluitend taalkundig criterium.

 

De tweede verzoeker, met woonplaats in de gemeente Kraainem, is van mening dat hij doet blijken van een

persoonlijk en rechtstreeks belang bij het bestnjden van bepalingen die hem in zijn rechten en belangen schaden,

aangezien zijn gemeente in de toekomst in culturele aangelegenheden niet langer dezelfde subsidies zal kunnen

genieten als de andere gemeenten van het Vlaamse Gewest, hetgeen op termijn zijn culturele rechten zou kunnen

verminderen

 

A.4.1. De Vlaamse Regering werpt de onontvankelijkheid van het beroep wegens ontstentenis van belang

op, waarbij zij van mening is dat de verzoekende partijen geen enkel individueel en rechtstreeks belang erbij

hebben de vernietiging te vorderen en dat hun beroep bijgevolg een actio popularis vormt.

 

A.4.2. Volgens de Vlaamse Regeling sluit het bestreden decreet de landgemeenten niet van het

financieringssysteem uit, maar laat het hen gewoon onderworpen aan de oude regeling, krachtens welke zij een

project moeten indienen alvorens sectorale subsidies te ontvangen voor aangelegenheden inzake cultuur,

onderwijs, lokale sport, kinderarmoede, ontwikkelingssamenwerking of integratie.

 

Ter illustratie, hoewel de gemeente Kraainem onder de vroegere regeling geen enkele subsidie ontving voor

de «jeugdactiviteiten », zullen de andere gemeenten die, in de vroegere regeling, evenmin subsidies «jeugd »

ontvingen, bij de verdeling van het basisbudget van het Vlaams Gemeentefonds voor die activiteiten waarvoor

zij geen subsidies ontvingen, geen groter percentage genieten. Het percentage dat is toegewezen aan elke

gemeente in bijlage 1 bij het bestreden decreet is immers, onder meer, berekend op basis van het totale

subsidiebedrag dat die gemeenten in 2014 ontvingen op basis van de oude fïnancieringsregeling. De nieuwe

regeling heeft derhalve tot gevolg de subsidies van elke Vlaamse gemeente te «bevriezen», terwijl de

landgemeenten, waaronder de gemeente Kraainem, nog een project «jeugd» of een project in een andere

culturele aangelegenheid kunnen indienen en voor die projecten subsidies kunnen ontvangen op basis van de

vroegere fïnancieringsregeling. De Vlaamse Regering besluit dat de inwoners van de landgemeenten, zoals de

tweede verzoeker, zich in een gunstigere situatie bevinden dan de inwoners van de andere Vlaamse gemeenten.

 

A.4.3. De Vlaamse Regering gaat ervan uit dat de verzoekende partijen niet aantonen in welk opzicht,

noch hoe de landgemeenten en hun inwoners door het bestreden decreet rechtstreeks en persoonlijk zouden

worden geschaad.

 

De bewering van een discriminatie op basis van de taal is immers niet gegrond, noch geëxpliciteerd,

aangezien het loutere feit te voorzien in een uitzondering voor de financiering van de gemeenten die een

bijzonder statuut hebben, geen discriminatie op grond van de taal uitmaakt. Derhalve doet het bestreden decreet

geen afbreuk aan het maatschappelijk doel van de eerste verzoekende partij.

Daarenboven richt het bestreden decreet zich slechts tot de gemeenten en verandert een wijziging van de

fmancieringsregeling niets aan de concrete situatie van de inwoners van de landgemeenten die gemeenten

behouden de mogelijkheid van een rechtstreekse financiering van de plaatselijke initiatieven volgens de vroegere

regeling en zij zijn het die voor het ovenige beslissen over de precieze aanwending van de toegewezen middelen.

De Vlaamse Regering leidt daaruit af ofwel dat de gemeente de subsidie ontvangt en dat er geen nadeel is, ofwel

dat zij die niet ontvangt, maar dat zulks dan alleen afhangt van haar verantwoordelijkheid omdat zij zich bij de

voorstelling van haar project niet heeft willen gedragen naar de Vlaamse beleidsprionteiten. Indien de inwoners

van de landgemeenten benadeeld zijn, zou dat derhalve niet zijn wegens het bestreden decreet, maar alleen op

onrechtstreekse en hypothetische wijze, hetgeen, volgens de rechtspraak van het Grondwetteljk Hof, het niet

mogelijk maakt te doen blijken van een belang om de vernietiging te vorderen. Voor het overige lijkt de tweede

verzoeker geen activiteiten te ontwikkelen die door de vzw « de Rand » zouden kunnen worden gesubsidieerd.

 

A.5. De verzoekende partijen betwisten de door de Vlaamse Regering opgeworpen exceptie van

onontvankeljkheid wegens ontstentenis van belang.

 

'Het persoonlijk en rechtstreeks belang van de eerste verzoekende partij is aangetoond aangezien zij de

verdediging van de mensenrechten en de minderheden als maatschappelijk doel heeft, hetgeen overeenstemt met

het thans voorliggende beroep, waarin de schending van rechten en vnjheden, in het bijzonder ten nadele van

bepaalde minderheden, wordt aangevoerd. Te dezen bevat het bestreden decreet discriminaties ten opzichte van

de landgemeenten, en bijgevolg ten opzichte van hun inwoners, door hen op basis van een uitsluitend taalkundig

criterium uit te sluiten van de in het leven geroepen « aanvullende » financiering.

 

De tweede verzoeker doet ook blijken van een persoonlijk en rechtstreeks belang om de vernietiging van

het bestreden decreet te vorderen. Hoewel het juist is dat het decreet slechts de gemeentelijke subsidies beoogt,

zijn die echter bedoeld ter financiering van de culturele activiteiten die worden georganiseerd voor de inwoners

van de Vlaamse gemeenten. De tweede verzoeker zal rechtstreeks de gevolgen van het bestreden decreet

ondergaan, aangezien zijn gemeente mogelijk niet langer zal beschikken over subsidies om culturele activiteiten

in de ruime zin te organiseren, en inzonderheid voor de Franstalige minderheid waarvan hij deel uitmaakt. De

uitsluiting van de landgemeenten van de aanvullende dotatie dreigt dus de toegang van hun inwoner tot een hele

reeks van culturele rechten op substantiële wijze te verminderen, hetgeen afbreuk doet aan een waarborg die hun

door de bijzondere wetgever is gegeven.

 

Ten gronde

A.6. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 7bis van de bijzondere wet van 8 augustus

1980 tot hervorming der instellingen, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de

Grondwet.

De verzoekende partijen zijn van mening dat de bestreden bepalingen een dubbel verschil in behandeling

tussen de landgemeenten en de andere gemeenten van het Vlaamse Gewest met zich meebrengen, enerzijds, in

zoverre die zes landgemeenten aan bepaalde specifieke en administratieve verplichtingen onderworpen blijven

om sectoiale subsidies te kunnen genieten en, anderzijds, in zoverre die gemeenten zijn uitgesloten van de

aanvullende dotatie, die geacht wordt de inwerkingstelling van de lokale autonomie te verzekeren, in het

bijzonder in culturele aangelegenheden.

-----------

Artikel Ibis van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980 veizekeit dat de bepalingen in velband met de

weiking van de oiganen van de gemeenten die gelegen zijn op het giondgebied van hetzelfde gewest dooi dat

gewest op identieke wijze woiden geiegeld Aangezien de financienng van de plaatsehjke gemeenschappen de

goede weiking van het lokale gezag ïechtstieeks laakt, is het de Vlaamse wetgevei veiboden in die

aangelegenheid enig velschil in te stellen, los van de viaag of dat velschil al dan met in het nadeel van de

landgemeenten speelt

A.7 1. De Vlaamse Regeling hennneit eiaan dat, volgens het anest m 35/2003, de «identieke»

behandeling bepaald bij artikel Ibis van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980 met betekent dat geen enkel

velschil in behandeling zou kunnen woiden ingesteld mdien het veiantwooid is Volgens de Vlaamse Regeling

is artikel 7èw te dezen met van toepassing, aangezien de in dat artikel opgesomde aangelegenheden die zijn

welke woiden beoogd m artikel 6, § 1, VIII, 1° en 7°, van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980, en niet de

financienng van de ondeigeschikte bestuien zoals bedoeld m artikel 6, § 1, VIII, 9° en 10°, van de bijzondeie

wet van 8 augustus 1980

5

Daarenboven doet het bestieden decieet in de in het aangevoelde artikel Ibis opgesomde aangelegenheden

geen afbieuk aan de autonomie of aan de bevoegdheden van de landgemeenten ten opzichte van de andeie

Vlaamse gemeenten, aangezien de landgemeenten vlij blijven om het beleid te ontwikkelen dat zij wensen

A 7 2 Indien het Hof mocht beslissen dat artikel Ibis van de bijzondeie fïnancienngswet te dezen van

toepassing is, quodnon, stelt de Vlaamse Regeling in ondeigeschikte oide vast dat de afdeling wetgeving van de

Raad van State in haai advies dat vei wijst naai het anest ni 35/2003, heeft vastgesteld dat die bepaling mets

toevoegt aan de klassieke definitie van het beginsel van gelijkheid en niet-disci iminatie vei vat in de artikelen 10

en 11 van de Giondwet, zodat zij vooi het ovenge vei wijst naai haai opmeikmgen met betiekking tot het deide

middel

A 8 1 De vei zoekende partijen antwooiden dat de financienng van de gemeenten tot de bevoegdheid van

de gewesten behoort en de goede weiking van het lokale gezag ïechtstieeks laakt, zodat het de Vlaamse

wetgevei veiboden is die aangelegenheid te ïegelen dooi af te wijken van het gelijkheidsbeginsel, In

tegenstelling tot hetgeen dooi de Vlaamse Regeling woidt betoogd, is in de ïechtsleei de inbieng ondeistieept

van artikel 7bis van de bijzondeie wet tot heivoirmng dei instellingen ten opzichte van de artikelen 10 en 11 van

de Giondwet, in zovel ie die bepaling de veiplichting oplegt de gemeenten op identieke wijze te behandelen en

elke gediffeientieeide behandeling veibiedt

De veizoekende partijen betwisten het standpunt van de Vlaamse Regeling, die stelt dat artikel 7bis zich

met uitstiekt tot de bepalingen van artikel 6, § 1, VIII, deide lid, 9° en 10°, die de financienng van de

ondei geschikte bestui en beti effen. Die bepaling beoogt echtei, eneizijds, de algemene financienng van de

ondei geschikte bestui en en, andeizijds, de financienng van de opdi achten welke die lokale bestui en moeten

volbiengen in de tot de bevoegdheid van de gewesten behoiende aangelegenheden, behalve wanneei die

opdiachten betiekking hebben op een aangelegenheid waaivooi de fedeiale oveiheid of de gemeenschappen

bevoegd zijn. Ei kan met woiden aangevoeld, zoals de Vlaamse Regeling doet, dat de aspecten van de

financieiing van de gemeenten de oigamsatie en de weiking van die oiganen met beti effen, zodat de veieisten

van artikel 7bis te dezen van toepassing zijn

A 8 2 De veizoekende partijen stellen daaienboven vast dat de Vlaamse Regeling met betwist dat het

decieet velschillen in behandeling doet ontstaan tussen de landgemeenten en de andeie Vlaamse gemeenten Dat

dubbel velschil in behandeling stiekt in weikelijkheid ertoe een subveisieve financiële stimulus in te stellen

teneinde de landgemeenten ertoe te dwingen te aanvaaiden het Vlaams beleid toe te passen ondei de dieiging

van het al dan met toekennen van subsidies, met schending van het giondwettelijk beginsel van lokale

autonomie Het is echtei net op deigelijk « anti-mindeihedenbeleid » dat artikel 7bis moet woiden toegepast In

elk geval tonen noch de wetgevei, noch de Vlaamse Regeling concieet aan m welk opzicht die velschillen in

behandeling noodzakelijk zijn ten aanzien van enige legitieme doelstelling

A 9 De Vlaamse Regeling ïepliceeit dat de duidelijke tekst van artikel Ibis zich veizet tegen de

inteipietatie van de veizoekende partijen, volgens welke de financieiing van de gemeenten met los kan woiden

gezien van hun « oigamsatie » of van hun « weiking » Die scheiding is immeis dooi de bijzondeie wetgevei zelf

ingesteld en de pailementane vooibeieiding van artikel Ibis bevestigt dat de bijzondeie wetgevei slechts de

aangelegenheden beoogde die hij opsomde, en dus met de financienng van de gemeenten.

A 10 In hun tweede middel zijn de veizoekende partijen van mening dat het dubbele velschil in

behandeling veimeld m het kadei van het eeiste middel artikel 16bis van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980

schendt - dat een ïuime s7an</V///-veiplichting instelt ten aanzien van elke op 14 oktobei 2012 bestaande

waaiboig ten gunste van de paiticuheien in de faciliteitengemeenten -, al dan met in samenhang gelezen met de

artikelen 10 en 11 van de Giondwet Het Hof heeft, in het anest m 101/2008, eveneens eikend dat die

standstill-veiphchtmg de waaiboigen vooi de taalmindeiheden in de gemeenten met een bijzondei statuut

beoogt, zelfs in aangelegenheden die, zoals te dezen, losstaan van het gebiuik van de talen In het thans

vooi liggende geval kan de uitsluiting van de landgemeenten van de aanvullende dotatie tot gevolg hebben de

toegang tot een hele ïeeks van cultuiele ïechten vooi de inwoneis ei van op aanzienlijke wijze te veimindeien

All Volgens de Vlaamse Regeling geldt artikel 16bis van de bijzondeie wet tot heivoiming dei

instellingen slechts vooi de waaiboigen waaiin is vooizien tot 14 oktobei 2012 en alleen ten vooidele van de

paiticulieien, zodat de ito«c/y/;//-veiphchting waaiin is vooizien bij die bepaling zich met uitstiekt tot de,

algemene of bijzondeie, financieiing van de gemeenten Zelfs mdien de uitsluiting van de landgemeenten een

bepeiking van het ïecht op toegang tot een aantal cultuiele ïechten van de inwoneis van die gemeenten met zich

zou meebiengen, tonen de veizoekende partijen niet aan in welk opzicht het bestieden decieet afbieuk zou doen

6

aan een « waaiboig » die is opgevat als een specifieke ïegeling waaivan de Fianstaligen kiachtens het

aangevoerde aitikel 16èw het vooideel genieten.

In de veiondeistelling dat aitikel 16bis te dezen van toepassing is, quod non, stelt de Vlaamse Regeling

vast dat het bestieden decieet geen enkele wijziging in de situatie met zich meebiengt, aangezien de

landgemeenten nog steeds ïecht hebben op de sectoiale subsidies volgens het vioegeie fmancieiingssysteem Het

is dus moeilijk te beweien dat een aanvullende dotatie waaiin is vooizien vooi de andeie Vlaamse gemeenten en

die bij het bestieden decieet in het leven is geioepen, afbieuk kan doen aan bestaande waaiboigen ten vooidele

van de Fianstaligen.

A 12.1. De veizoekende paitijen antwooiden dat de bij het bestieden decieet gewijzigde noimen met

betiekking tot de toekenning van subsidies ofwel zijn aangenomen, ofwel zijn gewijzigd vóói 14 oktobei 2012,

zodat zij op 14 oktobei 2012 bestaande waai boi gen voimen, die woiden bescheimd bij aitikel 16bis van de

bijzondeie wet tot heivoiming dei instellingen De Van<iy////-veiplichting vei vat in die bepaling moet, volgens de

ïechtsleei, een ïuime inteipietatie kiijgen en het Giondwettehjk Hof heeft bevestigd dat zij geldt vooi elke

ïegelgeving, zelfs in aangelegenheden die losstaan van het gebiuik van de talen, die afbieuk kan doen aan de

waaiboigen vooi de taalmindeiheden in de gemeenten met een byzondei statuut, te dezen, de toegang tot een

hele ïeeks van cultuiele ï echten vooi de mwoneis van die gemeenten.

A 12 2 De veizoekende paitijen betwisten de inteipietatie van de Vlaamse Regeling, volgens wie de

5to««&////-veiphchting waaiin is vooizien bij artikel 16bis met van toepassing is op het beheei van de

gemeentefinancien. De pailementaue vooibeieidmg, zowel van de wet van 13 juli 2001 als van de wet van

19 juli 2012, wijst immeis op de wil van de wetgevei om de ïeikwijdte van de teim « waaiboigen » in de zin van

die bepaling met te bepeiken, waaiuit blijkt dat de bevoegdheden in velband met de lokale financienng deel

uitmaken van het toepassingsgebied eivan Bovendien voimen de bepalingen in velband met de toekenning van

subsidies een van de belangiijkste voimen van waaiboigen vooi de landgemeenten om op identieke wijze te

woiden behandeld als de andeie Vlaamse gemeenten, aangezien de uitoefening van de bevoegdheden steeds

vei bonden is met de kwestie van de fmancieiing eivan Artikel 16 bis moet dus woiden toegepast op de

financienng van de lokale actie en op de bepalingen met betiekking tot de toekenning van subsidies, die uiteist

belangiijk zijn vooi de conciete uitvoenng van het cultuuibeleid in de ïuime zin

A.12 3 De veizoekende paitijen betwisten ook het standpunt van de Vlaamse Regeling, volgens wie het

bestieden decieet vooi de ïandgemeentén geen enkele ongunstige veiandeiing met zich zou meebiengen Het

bestreden decieet ïoept immeis een automatische dotatie aan de begiotmg in het leven vooi de Vlaamse

gemeenten, met uitzondeling van enkel de landgemeenten, waai vooi de toekenning van een subsidie afhankelijk

is gesteld van het afgestemd zijn op het algemeen beleid van de Vlaamse Gemeenschap. Zoals de Vlaamse

Regeling in heiinnenng heeft gebiacht, ontvangen de faciliteitengemeenten echtei weinig subsidies, aangezien

zij beslissen de Vlaamse beleidspnonteiten met volledig te volgen De handhaving, vooi die gemeenten, van een

fmancieiingssysteem dat vooi hen met passend is, biengt de wil tot uitdiukking zich te mengen in het lokale

beleid van de landgemeenten

Het systeem leidt aldus tot een echte tweedeling tussen een automatische financienng van de Vlaamse

gemeenten en een discietionane bevoegdheid die de Vlaamse o vei heid zich vooi behoudt ten aanzien van de

piojecten van de landgemeenten Die gemeenten en hun inwoneis woiden deihalve, zondei enige

veiantwooiding, dooi het bestieden decieet ernstig geschaad

A 13 De Vlaamse Regeling ïepliceeit dat het louteie feit dat het bestieden decieet vóói 14 oktobei 2012

aangenomen decieten wijzigt, niet het bewijs voimt dat afbieuk zou zijn gedaan aan een « bestaande waaiboig »

die woidt bescheimd bij het aangevoelde artikel 16bis Integendeel, dooi eivan uit te gaan dat het bestieden

decieet de landgemeenten benadeelt, eikennen de veizoekende partijen dat dat decieet geen waaiboig ten

vooidele van de paiticulieien betieft Daaienboven ontkennen de veizoekende paitijen met dat het bestieden

decieet niets veiandeit aan de situatie van vóói 14 oktobei 2012, zodat het geen afbieuk zou kunnen doen aan de

Va«cfe/;//-veiplichting die voortvloeit uit het aangevoelde artikel 16bis.

A 14 In het deide middel zijn de veizoekende partijen van mening dat het dubbele velschil in behandeling

vei meld in het kadei van het eeiste middel de artikelen 10 en 11 van de Giondwet en het evemedigheidsbeginsel

schendt Zij ooi delen dat hoewel het bij zondei taalstatuut van de landgemeenten een objectief ciitenum voimt,

men tevergeefs de band tussen dat bijzondei statuut en de financienng van de opdiachten van algemeen belang

van de gemeenten van het Vlaamse Gewest zou zoeken Bovendien stellen zij zich viagen ovei de disciiminatie

die bij het bestieden decieet woidt ingesteld ten aanzien van de landgemeenten alleen, tenvijl alle

faciliteitengemeenten aan een bijzondei statuut zijn ondei woipen

7

De veiantwooiding die naar voien woidt gebiacht en die velband houdt met de cooidinatie, dooi de

vzw « de Rand », van het cultuui beleid, veiklaait met waai om het nieuwe systeem vooi de veldeling van de

sectoiale subsidies met op dezelfde wijze in de plaats kon komen van die « cooidinatie » vooi alle gemeenten

van het Vlaamse Gewest. In het advies van VLABEST woidt tiouwens ondeistieept dat dat vei schil in

behandeling het systeem van subsidiéung van de gemeenten complex maakt en ingaat tegen de wil tot

admimstiatieve veieenvoudiging van de decieetgevei Ten slotte, in de veiondeistelling dat met het bestieden

velschil in behandeling een legitieme doelstelling woidt nagestieefd, quod non, zijn de aangewende middelen,

die bestaan in een volstiekte uitsluiting van elke « aanvullende dotatie », volkomen onevemedig.

A 15 De Vlaamse Regeling is van mening dat uit de giondwettehjke ïechtspiaak volgt dat ten aanzien van

de bijzondei mime discietionaiie bevoegdheid van de wetgevei inzake financienng en subsidiéung van de lokale

bestuien, een velschil in behandeling oveiduidelyk moet zijn om de artikelen 10 en 11 van de Giondwet te

schenden

Te dezen woidt het vei schil in behandeling veiklaaid dooi het specifieke statuut van de landgemeenten en

dooi de vaststelling dat de landgemeenten geen gevolg geven aan de Vlaamse pnoiitaiie doelstellingen wat de

gesubsidieeide aangelegenheden betieft Dooi aan de vzw « de Rand » de opdiacht te laten de cultuiele

initiatieven in die gemeenten te cooidineien, heeft de Vlaamse wetgevei een legitieme -tiouwens dooi de

afdeling wetgeving van de Raad van State eikende - keuze gemaakt die binnen zijn beooidelmgsmaige valt,

waaibij hij beslist ondei welke vooi waaiden hij bepaalde initiatieven met oveiheidsgeld wenst te subsidieien.

Ten slotte is het aan de gemeente om vnj te beslissen de beleidspiionteiten van de Vlaamse Gemeenschap

zoals ze voortvloeien uit het decieet van 15 juli 2011, al dan niet te volgen Ten minste één van de

faciliteitengemeenten heeft tiouwens leeds subsidies ontvangen in het meiendeel van de gesubsidieeide sectoien

Daaienboven stelt de Vlaamse Regeling vast dat wat het ondeiwijsbeleid of de ontwikkelingssamenweiking

betieft, in veigelijking met sport, jeugd en cultuui, dooi de andeie Vlaamse gemeenten veel mindei subsidies

woiden aangeviaagd

A 16 1 De vei zoekende partijen antwooi den dat de Vlaamse Regeling eikent dat het bestieden decieet een

velschil in behandeling mvoert ondei de gemeenten van het Vlaamse Gewest Wanneei zij gewestsubsidies

aanviagen, bevinden de landgemeenten zich echtei met in een velschillende situatie ten opzichte van de andeie

Vlaamse gemeenten

Ovengens, indien met het bestieden decieet een doel van cooidinatie van de subsidies ten vooi dele van de

lokale bestui en woidt nagestieefd, stellen de veizoekende partijen zich viagen ovei het afgestemd zijn van dat

doel. immeis, waai om alle wetgevingen met betiekking tot de subsidies op heel het giondgebied van het

Nedeilandse taalgebied haimoniseien en tegelijkertijd ze alleen vooi zes faciliteitengemeenten laten

voortbestaan 7 Integendeel, dat velschil m behandeling maakt de ïegehng vooi de toekenning van de subsidies

complex, hetgeen tiouwens de conclusie van VLABEST is

A 16 2 Het bijzondei taalstatuut van de landgemeenten voimt m dat opzicht geen objectief element dat het

mogelijk maakt op het vlak van de subsidiéung en de financienng van de gemeenten een velschil in behandeling

m te stellen dat vei antwooi dt hen van de dooi het bestieden decieet mgestelde automatische financienng uit te

sluiten

In weikelijkheid is de echte doelstelling van dat velschil in behandeling alleen een doelstelling van

inmenging in het interne beleid van de faciliteitengemeenten met een Fianstalige meeideiheid zoals de Vlaamse

Regeling tiouwens heihaaldelijk ondeistieept, zal de financienng van de landgemeenten afhankelijk woiden

gesteld van de inachtneming van de doelstellingen die met het Vlaamse beleid woiden nagestieefd, hetgeen

neeikomt op financiële « chantage »

De bewenng dat de landgemeenten geen subsidies hebben aangeviaagd of ontvangen woidt met gestaafd,

en het zou veiwondeihjk zijn dat alleen de landgemeenten geen subsidies wensen In elk geval zou hun situatie

dan moeten woiden veigeleken met die van andeie Vlaamse gemeenten die geen subsidies hebben aangeviaagd

ofwel zouden die andeie gemeenten ook van het bij het bestieden decieet ingestelde financienngssysteem

moeten woiden uitgesloten, ofwel zouden de landgemeenten met van die ïegehng moeten woiden uitgesloten

A 16.3 In ondei geschikte oide, mocht het Hof van ooideel zijn, quod non, dat het decieet veiantwooid is

en op een objectief ciitenum gegiond is, zijn de gevolgen eivan volkomen onevemedig. Immeis, in de plaats van

de subsidieiing van de gemeenten te veieenvoudigen, leidt het bestieden decieet tot een hybiide en complexe

8

ïegeling, die een oveimaat aan weik zal doen ontstaan, zowel vooi de diensten van de Vlaamse Gemeenschap als

vooi het admimstiatief peisoneel van de landgemeenten, hetgeen VLABEST trouwens heeft bekiitiseeid

Ten aanzien van de ïol van de vzw « de Rand » zien de veizoekende paitijen met in waaiom hij het

mogelijk zou maken de bekiitiseeide velschillen in behandeling te veiantwooiden Hoewel die vzw

daadweikelijk actief is op het giondgebied van de landgemeenten, doet haai bestaan niets af aan de

bevoegdheden van de gemeenten in de gesubsidieeide activiteiten, zodat de actie van een vzw die van een

gemeente met kan vei vangen. Dooi te vei melden dat de landgemeenten het vooi deel van de dooi de vzw « de

Rand » gesubsidieeide activiteiten zullen kunnen genieten, wijst de Vlaamse Regeling nogmaals op de wil

afbieuk te doen aan de 1 echten van de Fianstahge mindeiheid en inzondeiheid aan haai cultuiele rechten . omdat

zij een automatische subsidieiing genieten, zullen de andeie gemeenten die fmancienng kunnen aanwenden vooi

de activiteiten van hun keuze, tenvijl de landgemeenten ondenvoipen blijven aan de contiole van de aanwending

van de subsidieiing vooi de dooi de Vlaamse admimstiatie gekozen activiteiten

A 17 De Vlaamse Regeling ïepliceeit dat het bestieden decieet niet als enig doel heeft een ïeeks van

subsidies te cooidineien • het stiekt ook eitoe een evenwicht te vinden tussen, eneizijds, een blijvende stunng m

bepaalde sectoien en, andeizijds, de beleidsvnjheid van de lokale bestuien, in ïechtstieeks velband met het

decieet van 15 juli 2011 Vooi de landgemeenten heeft de decieetgevei echtei gemeend dat de financiering van

bepaalde beleidsdomeinen vooi waardelijk moet blijven, hetgeen een legitieme doelstelling is in het kadei van het

beleid inzake de fmancienng van de lokale bestui en, en een ïelevante doelstelling is ten aanzien van de

weigenng van bepaalde landgemeenten om die piioiitaiie doelstellingen uit te voelen De veizoekende paitijen

vei gissen zich wanneei zij het hebben ovei « financiële chantage », aangezien de in stand gehouden huidige

ïegeling de autonomie van de landgemeenten m de ontwikkeling van hun eigen beleid, oveieenkomstig de

Vlaamse pnoiïtane doelstellingen, met kan veimindeien Daaienboven gaan de veizoekende paitijen

veikeeidelijk eivan uit dat in alle sectoien waaiop die fmancienng betiekking heeft, die Vlaamse piiontaiie

doelstellingen noodzakelijkei wijs velband zouden houden met de veiplichting het Nedeilands te gebiuiken Ten

slotte, hoewel de handhaving van het huidige systeem vooi de landgemeenten met leidt tot admimstiatieve

veieenvoudiging, volgt daaiuit echtei met dat die gemeenten zouden woiden gediscnmineeid ten nadele van de

andeie, de eventuele admimstiatieve last die eiuit zou voortvloeien, zal niet veiandeien vooi de landgemeenten,

maai zal alleen wegen op de Vlaamse oveiheid zelf

-BTen

aanzien van het bestreden decreet

B 1 Het beroep tot vernietiging is gericht tegen het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 «tot

wijziging van divetse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale bestui en en tot

wijziging van het decieet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de ïegels inzake de dotatie en de

verdeling van het Vlaams Gemeentefonds » (hierna. het Vlaamse decieet van 3 juli 2015),

dat bepaalt •

« HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepahngen betreffende diverse decreten die

uitvoering geven aan het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene

regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en

rapportenngsverphchtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd

9

Art 2 In afdeling 2 van hoofdstuk VI van het decreet van 28 april 1998 betreffende het

Vlaamse integiatiebeleid, vei vangen bij het decreet van 30 apiil 2009 en gewijzigd bij het

decreet van 6 juli 2012, wordt een artikel 28/1 ingevoegd, dat luidt als volgt •

‘ Art 28/1. De bepalingen van deze afdeling zijn alleen van toepassing op de

landgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebiuik van de talen in

bestuurszaken, gecoordineeid op 18 juli 1966

Art. 3. In artikel 29 van hetzelfde decreet, vei vangen bij het decieet van 30 april 2009,

woiden de woorden ‘ steden en ’ opgeheven.

Art 4 In artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009,

worden de woorden ‘ steden en ’ telkens opgeheven

Art 5 In artikel 31 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009,

woiden de wooiden ‘ stad of’ opgeheven.

Art. 6. In artikel 2 van het decreet van 21 maart 2003 betreffende de armoedebestrijding,

gewijzigd bij de decreten van 18 juli 2008 en 20 december 2013, wordt punt 11° vervangen

door wat volgt:

‘11° lokale besturen : de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het

gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 en de Vlaamse

Gemeenschapscommissie, tenzij anders is bepaald ’.

Art. 7. In titel VII van het decreet van 22 juni 2007 inzake ontwikkelingssamenwerking,

gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt een artikel 15/1 ingevoegd dat luidt als

volgt'

‘ Art 15/1 Artikel 16/1 en 16/2 van deze titel zijn alleen van toepassing op de

landgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in

bestuuiszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 ’

Art. 8. Artikel 17 van het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend

ondeiwijsbeleid op lokaal niveau, gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2012, wordt

vei vangen door wat volgt •

‘ Art 17. Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op de landgemeenten, vermeld in

artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli

1966 ’.

Art 9 In paiagraafl van artikel 4 van het decreet van 6 juli 2012 houdende de

ondeisteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal

jeugdbeleid, worden volgende wijzigingen aangebracht.

1° in het eeiste lid woiden de wooiden ‘ gemeenten uit het Nederlandse taalgebied ’

vervangen door dp woorden ‘ de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het

gebruik van de talen in bestuuiszaken, gecooidineerd op 18 juli 1966

10

2° m het laatste lid wordt het wooid ‘ gemeenten ’ telkens vervangen door het woord

‘ randgemeenten

Art. 10. Artikel 4, § 4, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art 11 In artikel 5, § 1, van hetzelfde decieet wordt het eeiste lid vervangen door wat

volgt:

‘ Om het overleg en de inspraak bij de voorbeieiding en de uitvoeiing van het jeugdbeleid

te organiseren, inzonderheid in het kader van het meerjarenplan, en wat de randgemeenten

betreft om voor subsidiëring m aanmerking te komen, licht de gemeenteiaad een jeugdraad op

of erkent de gemeenteraad een al bestaande jeugdraad ’

Art. 12 In artikel 3 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuuibeleid

wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

‘ De bepalingen van titel 2 en titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 3, zijn alleen van toepassing

op de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebiuik van de talen in

bestuuiszaken, gecooidineeid op 18 juli 1966 ’.

Art. 13. In artikel 5 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht •

1° in het eeiste lid worden de woorden ‘ de gemeenten in het Nederlandse taalgebied ’

vervangen dooi de wooiden ‘ de landgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het

gebruik van de talen in bestuuiszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966

2° punt 3° van het tweede lid wordt opgeheven,

3° in het derde lid woiden de wooiden ‘ en het cultuuicentium ’ opgeheven.

Art 14. In titel 3, hoofdstuk 1, van hetzelfde decieet wordt het opschrift vervangen door

wat volgt.

‘ Het cultuurbeleid van de randgemeenten ’

Art 15 In titel 3 van hetzelfde decreet wordt het hoofdstuk 3 dat bestaat uit de

artikelen 10 en 11, opgeheven.

Art. 16. In artikel 38, tweede lid, 1°, van hetzelfde decieet woiden de wooiden 1 vermeld

in artikel 10 ’ vei vangen dooi ‘ toegevoegd als bijlage bij dit decreet ’

Art. 17. hi titel 3, hoofdstuk 6, van hetzelfde decreet wordt afdeling 2, die bestaat uit

artikel 49, opgeheven.

Art. 18. In artikel 2 van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en

subsidiëien van een lokaal sportbeleid, woidt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt.

‘ 15° randgemeenten: de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het

gebiuik van de talen in bestuuiszaken, gecoördmeeid op 18 juli 1966 ’

11

Art. 19 In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het wooid ‘ gemeenten ’ vei vangen door

het woord ‘ landgemeenten

Art 20. In hetzelfde decreet worden in het opsclnift van hoofdstuk 2 het woord

‘ gemeenten ’ vervangen door het woord ‘ randgemeenten ’

Art. 21. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt in het opschrift van afdeling 1 het

woord ‘ gemeenten ’ vervangen dooi het wooid ‘ randgemeenten ’

Art. 22 In hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde decreet wordt in het opschrift van

onderafdeling 1 het woord ‘ gemeenten ’ vei vangen door het woord ‘ randgemeenten ’.

Art. 23 In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het woord ‘ gemeenten ’ vei vangen door

het wooid ‘ randgemeenten ’

Art. 24. In artikel 9 van hetzelfde decieet woidt het woord ‘ gemeente ’ telkens

veivangen door het wooid ‘ landgemeente ’.

Art. 25. In artikel 10 van hetzelfde decieet wordt het woord ‘ gemeente ’ vervangen dooi

het wooid ‘ randgemeente ’.

Art. 26. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decieet wordt het opschiift van afdeling 3

vervangen door wat volgt •

‘ Hoofdstuk 2/1. - De gemeentelijke sportraad en de sportraad voor de Vlaamse

Gemeenschapscommissie ’

Art. 27 In hetzelfde decieet worden in het opschiift van hoofdstuk 4 de woorden ‘ de

Vlaamse beleidspiioriteiten Sport voor Allen ’ veivangen door de woorden ‘ het lokaal Sport

voor Allen-beleid ’

Art 28. In hoofdstuk 4 van hetzelfde decreet worden in het opschrift van afdeling 1 de

woorden ‘ de Vlaamse beleidsprioi iteiten Sport vooi Allen ’ veivangen dooi de wooiden ‘ het

lokaal Sport voor Allen-beleid ’.

Art. 29. In artikel 22 van hetzelfde decreet woiden de wooiden ‘ de Vlaamse

beleidsprioriteiten Sport vooi Allen ’ vervangen door de wooiden ‘ het lokaal Sport vooi

Allen-beleid ’

In hetzelfde artikel 22, §1, 4°, worden de wooiden ‘ opgenomen in dit decieet’

opgeheven.

Art 30. In artikel 23 van hetzelfde decieet woiden de wooiden ‘ de Vlaamse

beleidsprioriteiten Sport vooi Allen ’ vervangen dooi de woorden ‘ het lokaal Sport vooi

Allen-beleid ’.

Art 31 In artikel 24 van hetzelfde decreet woiden volgende wijzigingen aangebracht

1° in het eeiste lid worden de woorden ‘ de Vlaamse beleidspiioriteiten Sport voor

Allen ’ veivangen door de wooiden ‘ het lokaal Sport vooi Allen-beleid

12

2° in punt 1° worden de woorden ‘ de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen ’

vervangen door de woorden ‘ het lokaal Sport voor Allen-beleid

3° in punt 2° worden de wooiden ‘ de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen ’

vervangen dooi de woorden ‘ het lokaal Sport vooi Allen-beleid

Art 32 In artikel 25 tot en met 27 van hetzelfde decreet worden de woorden ‘ de

Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen ’ telkens vervangen dooi de woorden ‘ het

lokaal Sport voor Allen-beleid

Art 33 In artikel 2, eeiste lid, van' het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse

integratie- en inburgeiingsbeleid wordt een punt 31 ° toegevoegd, dat luidt als volgt.

‘31° landgemeenten - de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het

gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966

Art 34. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht:

1° m paragraaf 1 tot en met 3 woiden de woorden ‘ steden en gemeenten’ telkens

vervangen dooi het woord ‘ randgemeenten

2° in paiagiaaf 5 woiden de woorden ‘ stad of gemeente ’ veivangen door het woord

‘ randgemeente

3° in paragraaf 6 worden de woorden ‘ steden en gemeenten ’ veivangen door het wooid

‘ randgemeenten ’

HOOFDSTUK 3 - Wijzigingen van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de

regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds

Art. 35 In het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en

de veldeling van het Vlaams Gemeentefonds, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli

2013, wordt een hoofdstuk Wlquater ingevoegd, dat luidt als volgt •

‘ Hoofdstuk Wlquater. - Bijzondeie bepalingen inzake de vaststelling van de aanvullende

dotatie ’

Art 36 In hetzelfde decieet woidt in hoofdstuk Wlquater, ingevoegd bij artikel 35, een

artikel 19novies ingevoegd, dat luidt als vólgt •

‘ Art. 19novies Vanaf het begrotingsjaar 2016 woidt op de begioting van het Vlaamse

Gewest een aanvullende dotatie met betrekking tot het Vlaams Gemeentefonds ingeschreven.

De aanvullende dotatie bedraagt 130 390.328,71 euro vooi het begiotingsjaar 2016 en wordt

niet geïndexeerd ’.

13

Art. 37. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk lllquater een artikel 19decies

ingevoegd, dat luidt als volgt:

‘ Art 19deerns. De lijst met gemeenten en hun aandelen in de aanvullende dotatie,

vermeld in artikel 19novies, waarop ze vanaf het begiotingsjaar 2016 ïecht hebben, worden

bepaald in bijlage 1 die bij dit decreet is gevoegd ’.

Art. 38. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk lllquater een

artikel 19itndecies mgevoegd, dat luidt als volgt:

‘ Art. 19undecies. De gemeentelijke aandelen in de aanvullende dotatie, vermeld in

artikel 19decies, worden aan de gemeenten uitbetaald voor 50 % op het einde van apiil van

het begrotingsjaar, voor 25 % op het einde van oktober van het begrotingsjaar en vooi 25 %

op het einde van januari van het volgende begrotingsjaar ’.

Art. 39. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk lllquater een

artikel 19duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt:

‘Art. 19 duodecies. De bepalingen, vermeld in artikel 6 tot en met 15, zijn niet van

toepassing op de aanvullende dotatie, vermeld in artikel 19novies ’

Art. 40. Aan hetzelfde decreet woidt een bijlage 1 toegevoegd, die bij dit decreet is

gevoegd.

HOOFDSTUK 4 - Slotbepalingen

Art. 41. Dit decieet treedt in werking op 1 januari 2016, met dien verstande dat de

subsidies die toegekend werden in het werkjaai 2015, verantwoord moeten woiden volgens de

bepalingen die van kracht waren vóór de inwerkingtieding van dit decreet »

« Bijlage bij het decreet van 3 juli 2015 tot wijziging van diverse decreten houdende de

subsidiering aan de lokale besturen en tot wijziging van het decieet van 5 juli 2002 tot

vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds

GEMEENTE Totaal %

AALST 2.057.780,34 1,5698 %

AALTER 318.796,75 0,2432 %

AARSCHOT 655.847,64 0,5003 %

AARTSELAAR 258 149,03 0,1969 %

AFFLIGEM 199.766,54 0,1524%

ALKEN 198.240,31 0,1512%

AL VERINGEM 107.251,64 0,081 ^ %

ANTWERPEN 11.751.089,72 8,9643 %

ANZEGEM 248 850,77 0,1898 %

ARDOOIE 122.684,89 0,0936 %

14

ARENDONK 225.542,66 0,1721 %

AS 123.156,89 0,0940 %

ASSE 814.611,16 0,6214 %

ASSENEDE 212.323,91 0,1620%

AVELGEM 153 218,90 0,1169%

BAARLE-HERTOG 152 137,40 0,1161 %

BALEN 351 320,49 0,2680 %

BEERNEM 244.881,45 0,1868%

BEERSE 289 254,20 0,2207 %

BEERSEL 607.609,90 0,4635 %

BEGIJNENDIJK 93.330,51 0,0712 %

BEKKEVOORT 79.006,96 0,0603 %

BERINGEN 992.112,81 0,7568 %

BERLAAR 115 876,77 0,0884 %

BERLARE 240.954,76 0,1838%

BERTEM 96.422,48 0,0736 %

BEVER 4.947,11 0,0038 %

BEVEREN 893 880,58 0,6819%

BIERBEEK 309.168,53 0,2358 %

BILZEN 640.514,71 0,4886 %

BLANKENBERGE 488.238,04 0,3725 %

BOCHOLT 215 222,34 0,1642 %

BOECHOUT 218.009,78 0,1663 %

BONHEIDEN 266.704,82 0,2035 %

BOOM 626 237,73 0,4777 %

BOORTMEERBEEIC 177 593,29 0,1355 %

BORGLOON 240.362,23 0,1834%

BORNEM 641.997,88 0,4897 %

BORSBEEIC 236.868,29 0,1807%

BOUTERSEM 120 754,01 0,0921 %

BRAICEL 149 891,59 0,1143 %

BRASSCHAAT 748 570,77 0,5710%

BRJECHT 380.855,30 0,2905 %

BREDENE 271.868,08 0,2074 %

BREE 355 148,93 0,2709 %

BRUGGE 2.614.389,16 1,9944 %

BUGGENHOUT 219.035,63 0,1671 %

15

DAMME 178.466,18 0,1361 %

DE HAAN 219.004,85 0,1671 %

DE PANNE 217.494,41 0,1659%

DE PINTE 195.835,52 0,1494 %

DEERLIJK 185 021,37 0,1411 %

DEINZE 557 916,77 0,4256 %

DENDERLEEUW 393.605,81 0,3003 %

DENDERMONDE 773 883,42 0,5904 %

DENTERGEM 89 646,93 0,0684 %

DESSEL 128 528,47 0,0980 %

DESTELBERGEN 283 115,20 0,2160%

DIEPENBEEK 267.150,79 0,2038 %

DIEST 670.445,23 0,5114%

DIKSMUIDE 389.036,19 0,2968 %

DILBEEK 1.197.631,10 0,9136 %

DILSEN-STOKKEM 463 117,40 0,3533 %

DUFFEL 289 708,64 0,2210%

EDEGEM 407.395,54 0,3108%

EEKLO 592.924,13 0,4523 %

ERPE-MERE 203.785,99 0,1555 %

ESSEN 311 035,75 0,2373 %

EVERGEM 618 799,03 0,4721 %

GALMAARDEN 129.526,16 0,0988 %

GAVERE 199.538,48 0,1522%

GEEL 982.045,52 0,7492 %

GEETBETS 77.948,22 0,0595 %

GENK 2.198.359,29 1,6770 %

GENT 5.687.578,08 4,3388 %

GERAARDSBERGEN 740.530,64 0,5649 %

GINGELOM 88 061,38 0,0672 %

GISTEL 192 943,95 0,1472 %

GLABBEEK 143.503,83 0,1095%

GOOIK 132 891,29 0,1014%

GRIMBERGEN 1 099.121,34 0,8385 %

GROBBENDONK 181.822,49 0,1387%

HAACHT 217.659,36 0,1660%

HAALTERT 256.953,01 0,1960 %

.HALEN 129 282,77 0,0986 %

HAM . 228 309,90 0,1742%

HAMME 357 168,32 0,2725 %

HAMONT-ACHEL 219 065,42 0,1671 %

16

HARELBEKE 483.157,88 0,3686 %

HASSELT 2.210.368,27 1,6862%

HECHTEL-EKSEL 199.898,10 0,1525%

HEERS 141 581,38 0,1080%

HEIST-OP-DEN-BERG 818.177,10 0,6241 %

HEMIKSEM 192 379,34 0,1468 %

HERENT 363 154,30 0,2770 %

HERENTALS 736.458,17 0,5618%

HERENTHOUT 125 521,10 0,0958 %

HERK-DE-STAD 222 722,19 0,1699%

HERNE 81 824,36 0,0624 %

HERSELT 218.721,79 0,1669%

HERSTAPPE 0,00 0,0000 %

HERZELE 271 002,34 0,2067 %

HEUSDEN-ZOLDER 996 395,87 0,7601 %

HEUVELLAND 121.725,35 0,0929 %

HOEGAARDEN 116.188,73 0,0886 %

HOEILAART 208.114,98 0,1588%

HOESELT 170 009,47 0,1297 %

HOLSBEEK 137 486,27 0,1049 %

HOOGLEDE 192 157,33 0,1466 %

HOOGSTRATEN 334 202,13 0,2549 %

HOREBEKE 3.675,06 0,0028 %

HOUTHALEN-HELCHTEREN 826.248,30 0,6303 %

HOUTHULST 168.362,75 0,1284%

HOVE 147.390,78 0,1124%

HULDENBERG 132 233,16 0,1009%

HULSHOUT 159.125,47 0,1214%

ICHTEGEM 227 150,88 0,1733 %

LEPER 824.673,22 0,6291 %

INGELMUNSTER 178.683,67 0,1363 %

IZEGEM 515.432,00 0,3932 %

JABBEKE 214 786,06 0,1638 %

KALMTHOUT 272.979,47 0,2082 %

KAMPENHOUT 187.180,79 0,1428 %

KAPELLEN 431.008,29 0,3288 %

KAPELLE-OP-DEN-BOS 134.328,89 0,1025%

KAPRIJKE 80.130,16 0,0611 %

KASTERLEE 265.958,70 0,2029 %

KEERBERGEN 202.288,01 0,1543 %

KINROOI 196.696,08 0,1500%

17

KLUISBERGEN 114.418,66 0,0873 %

KNESSELARE 123.284,24 0,0940 %

KNOKKE-HEIST 661 699,53 0,5048 %

KOEKELARE 88.359,40 0,0674 %

KOKSIJDE 458.631,02 0,3499 %

KONTICH 297 437,54 0,2269 %

KORTEMARK 204 675,25 0,1561 %

KORTENAKEN 125.195,27 0,0955 %

KORTENBERG 291.707,31 0,2225 %

KORTESSEM 124.176,58 0,0947 %

KORTRIJK 2.223.064,63 1,6959%

KRUIBEKE 241.281,96 0,1841 %

. KRUISHOUTEM 123.692,85 0,0944 %

KUURNE 228.669,63 0,1744 %

LAAKDAL 245.659,88 0,1874%

LAARNE 222.969,09 0,1701 %

LANAKEN 361.463,70 0,2757 %

LANDEN 309.008,03 0,2357 %

LANGEMARK-POELKAPELLE 124 495,23 0,0950 %

LEBBEKE 266.063,22 0,2030 %

LEDE 260 491,95 0,1987 %

LEDEGEM 131.395,94 0,1002%

LENDELEDE 109.323,37 0,0834 %

LENNIK 131 512,40 0,1003 %

LEOPOLDSBURG 513 989,49 0,3921 %

LEUVEN 2.331 722,77 1,7788%

LICHTERVELDE 124.084,90 0,0947 %

LIEDEKERKE 331.426,14 0,2528 %

LIER 929 413,20 0,7090 %

LIERDE 114.193,89 0,0871 %

LILLE 174.280,60 0,1330 %

LINT 182.549,84 0,1393 %

LINTER 66.662,54 0,0509 %

LOCHRISTI 306 704,72 0,2340 %

LOKEREN 986 373,46 0,7525 %

LOMMEL 741 409,57 0,5656 %

LONDERZEEL 267 625,20 0,2042 %

LO-RENINGE 14.406,56 0,0110%

LOVENDEGEM 138.203,59 0,1054%

LUBBEEK 214.282,51 0,1635%

LUMMEN 219.432,51 0,1674%

18

MAARKEDAL 113.581,78 0,0866 %

MAASEIK 530.007,80 0,4043 %

MAASMECHELEN 1 053.409,46 0,8036 %

MACHELEN 419 587,62 0,3201 %

MALDEGEM 361.630,90 0,2759 %

MALLE 268 754,65 0,2050 %

MECHELEN 2.322.477,30 1,7717%

MEERHOUT 145 639,96 0,1111 %

MEEUWEN-GRUITRODE 220 148,09 0,1679%

MEISE 281.826,92 0,2150%

MELLE 182.360,01 0,1391 %

MENEN 927 696,69 0,7077 %

MERCHTEM 194 943,42 0,1487 %

MERELBEKE 388.453,77 0,2963 %

MERKSPLAS 127.307,66 0,0971 %

MESEN 110.661,78 0,0844 %

MEULEBEKE 183.237,14 0,1398%

MIDDELKERKE 341.679,87 0,2607 %

MOERBEKE 79.664,40 0,0608 %

MOL 938.637,28 0,7160%

MOORSLEDE 180.893,72 0,1380%

MORTSEL 575.138,45 0,4387 %

NAZARETH 214 147,67 0,1634%

NEERPELT 292 240,31 0,2229 %

NEVELE 200 383,12 0,1529%

NIEL 136 818,76 0,1044%

NI EU WERK ER KEN 60.243,45 0,0460 %

NIEUWPOORT 225.852,77 0,1723 %

NIJLEN 308.000,36 0,2350 %

N1NOVE 801 496,60 0,6114%

OLEN 205.620,41 0,1569%

OOSTENDE 1.844.455,70 1,4070%

OOSTERZELE 178.326,82 0,1360 %

OOSTKAMP 374 223,21 0,2855 %

OOSTROZEBEKE 121 179,95 0,0924 %

OPGLABBEEK 185.971,27 0,1419%

OPWIJK 234.460,16 0,1789 %

OUDENAARDE 413 093,15 0,3151 %

OUDENBURG 92.064,41 0,0702 %

OUD-HEVERLEE 198.691,34 0,1516%

OUD-TURNHOUT 217.541,01 0,1660%

19

OVERIJSE 561.565,83 0,4284 %

OVERPELT 358.248,98 0,2733 %

PEER 270.256,11 0,2062 %

PEP1NGEN 108.169,89 0,0825 %

PITTEM 82.820,52 0,0632 %

POPERINGE 313.263,81 0,2390 %

PUTTE 258.987,89 0,1976%

PUURS 309 293,86 0,2359 %

RANST 269.626,08 0,2057 %

RAVELS 236 596,65 0,1805 %

RETIE 179.829,08 0,1372 %

RIEMST 171.410,97 0,1308%

RIJKEVORSEL 187.345,84 0,1429%

ROESELARE 1.980.822,17 1,5111 %

RONSE 776.123,96 0,5921 %

ROOSDAAL 189 818,51 0,1448 %

ROTSELAAR 243 706,95 0,1859%

RUISELEDE 53.854,08 0,0411 %'

RUMST 226.578,49 0,1728%

SCHELLE 137.353,75 0,1048 %

SCHERPENHEUVEL-ZICHEM 322 061,23 0,2457 %

SCHILDE 291 079,39 0,2221 %

SCHOTEN 628.732,52 0,4796 %

SINT-AMANDS 123.159,22 0,0940 %

SINT-GILLIS-WAAS 274.977,45 0,2098 %

SINT-KATELIJNE-WAVER 341.240,11 0,2603 %

SINT-LAUREIN S 114.754,60 0,0875 %

SINT-LIEVENS-HOUTEM 162.441,72 0,1239%

SINT-MARTENS-LATEM 123.748,14 0,0944 %

SINT-NIKLAAS 2.115.258,52 1,6136%

SINT-PIETERS-LEEU W 626 608,28 0,4780 %

SINT-TRUIDEN 1.059.243,49 0,8080 %

SPIERE-HELKIJN 38.241,10 0,0292 %

STABROEK 263.722,98 0,2012%

STADEN 183.324,58 0,1398 %

STEENOKICERZEEL 194.184,92 0,1481 %

STEKENE 257.737,00 0,1966%

TEMSE 720 426,49 0,5496 %

TERNAT 433 982,68 0,3311 %

TERVUREN 382 494,03 0,2918 %

TES SENDERLO 385.777,26 0,2943 %

20

TIELT 533 467,11 0,4070 %

TIELT-WINGE 194 156,69 0,1481 %

TIENEN 802 983,51 0,6126 %

TONGEREN 718 543,41 0,5481 %

TORHOUT 410 220,51 0,3129%

TREMELO 153 711,14 0,1173 %

TURNHOUT 1.543 621,89 1,1776%

VEURNE 224 058,72 0,1709%

VIUVOORDE 1 049 281,89 0,8004 %

VLETEREN 46.036,26 0,0351 %

VOEREN 61.646,68 0,0470 %

VORSELAAR 148 245,83 0,1131 %

VOSSELAAR 176 841,09 0,1349 %

WAARSCHOOT , 130 989,64 0,0999 %

WAASMUNSTER 218 328,11 0,1666%

WACHTEBEKE 118.238,23 0,0902 %

WAREGEM 876.378,62 0,6685 %

WELLEN 83.664,43 0,0638 %

WERVIK 328 846,08 0,2509 %

WESTERLO 396 326,83 0,3023 %

WETTEREN 619 810,76 0,4728 %

WEVELGEM 629 203,26 0,4800 %

WICHELEN 184.262,13 0,1406%

WIELSBEKE 130.506,18 0,0996 %

WIJNEGEM 141.355,39 0,1078 %

WILLEBROEK 552.746,01 0,4217%

WINGENE 229 315,30 0,1749%

WOMMELGEM 132 064,37 0,1007%

W ORTEGEM-PETEGEM 80 614,02 0,0615 %

WUU STWEZEL 284.339,11 0,2169%

ZANDHOVEN 197.881,36 0,1510%

ZAVENTEM 646.866,66 0,4935 %

ZEDELGEM 315.864,76 0,2410 %

ZELE 408.104,48 0,3113 %

ZELZATE 247.946,04 0,1891 %

ZEMST 409.077,38 0,3121 %

ZINGEM 119.293,47 0,0910%

ZOERSEL 349.896,85 0,2669 %

ZOMERGEM 131.902,55 0,1006 %

ZONHOVEN 309.350,63 0,2360 %

ZONNEBEKE 199.268,22 0,1520%

21

ZOTTEGEM 381.928,89 0,2914%

ZOUTLEEUW 127.389,49 0,0972 %

ZUIENKERKE 5.014,44 0,0038 %

ZULTE 231.455,78 0,1766%

ZUTENDAAL 127.551,74 0,0973 %

ZWALM 122.822,19 0,0937 %

ZWEVEGEM 378.987,29 0,2891 %

ZWIJNDRECHT 345 107,02 0,2633 %

TOTAL 130.390.328,71 ' 100%

».

B.2.1. Het Vlaamse decieet van 3juli 2015 omvat in essentie twee -elkaar

aanvullende- onderwerpen, respectievelijk geregeld in hoofdstuk2, enerzijds, en in

hoofdstuk 3 en de bijlage bij het bestieden decieet, anderzijds.

B.2.2 In de eerste plaats worden de bepalingen van acht Vlaamse decieten, waarbij de

subsidiëring van het lokaal beleid in velschillende domeinen wordt georganiseerd, bij

hoofdstuk 2 van het Vlaamse decieet van 3 juli 2015 gewijzigd of opgeheven :

- in het decieet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integiatiebeleid . een nieuw

artikel 28/1 woidt mgevoegd en de artikelen 29 tot 31 worden gewijzigd (artikelen 2 tot 5),

- in het decieet van 21 maart 2003 betreffende de armoedebestrijding: artikel2, 11°,

woidt vervangen (artikel 6),

- in het kaderdecieet van 22 juni 2007 inzake ontwikkelingssamenwerking : een nieuw

artikel 15/1 wordt ingevoegd (artikel 7);

- in het decieet van 30 novembei 2007 betreffende het flankeiend ondeiwijsbeleid op

lokaal niveau . artikel 17 wordt vervangen (artikel 8),

- in het decieet van 6 juli 2012 houdende de ondersteuning en stnnuleiing van het lokaal

jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid : artikel 4, § 1, woidt gewijzigd,

artikel 4, § 4, wordt opgeheven en artikel 5, § 1, woidt vervangen (artikelen 9 tot 11),

22

- in het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuuibeleid : een tweede lid

wordt ingevoegd in artikel 3, artikel 5 wordt gewijzigd, het opschrift van titel 3, hoofdstuk 1,

wordt gewijzigd, titel 3, hoofdstuk 3, en titel 3, hoofdstuk 6, afdeling 2, worden opgeheven,

en artikel 38, tweede lid, 1°, wordt gewijzigd (artikelen 12 tot 17),

- in het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidièien van een lokaal

sportbeleid : een 15° woidt ingevoegd in artikel 2, de artikelen 4, 5, 9 en 10, 22 tot 27, alsook

het opschrift van hoofdstuk 2, het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 2 en het opschrift

van onderafdeling 1 van afdeling 1 van hoofdstuk 2, het opschrift van afdeling 3 van

hoofdstuk 2 en het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 4 woiden gewijzigd (artikelen 18

tot 32) en

- in het decieet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en

inburgeringsbeleid : een 31° wordt mgevoegd in artikel 2 en artikel 13 wordt gewijzigd

(artikelen 33 en 34)

Die acht decreten organiseren verschillende subsidiëi ingswijzen vooi het uitvoeiend

beleid op lokaal vlak in de domeinen jeugd, sport, cultuur, onderwijs, integratie, strijd tegen

kinderarmoede en ontwikkelingssamenwerking.

Het toepassingsgebied van de aldus gewijzigde decreetsbepalingen is, voor wat de

gemeenten van het Nederlandse taalgebied betiefit, vooitaan bepeikt tot de zes randgemeenten

bedoeld in artikel 7 van de gecooidineeide wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de

talen in bestuuiszaken (hierna . de landgemeenten).

B.2.3. In de tweede plaats wijzigt hoofdstuk 3 van het Vlaamse decreet van 3 juli 2015

het decieet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de veldeling van

het Vlaams Gemeentefonds, door vanaf het begrotingsjaai 2016 op de begioting van het

Vlaamse Gewest een aanvullende dotatie met betrekking tot het Vlaams Gemeentefonds in te

schrijven, waarvan het bediag 130 390 328,71 euro bediaagt en die niet wordt geïndexeeid

(artikel 36)

23

De lijst met de Vlaamse gemeenten en hun aandeel in die aanvullende dotatie wordt

bepaald in bijlage 1 bij het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 (artikel 37), die eveneens wordt

toegevoegd aan het voormelde decieet van 5 juli 2002 (artikel 40). Het aandeel in die

aanvullende dotatie wordt aan de gemeenten gespreid uitbetaald, namelijk eind april, eind

oktober en eind januari van het volgende begrotingsjaar (artikel 38) De bedragen van dat

aandeel, opgenomen in de bijlage bij het Vlaamse decreet van 3 juli 2015, variëren van 0 tot

verscheidene miljoenen euro.

De landgemeenten zijn niet vermeld in de bijlage bij het Vlaamse decreet van 3 juli 2015.

B.2.4. Het bestreden decreet tieedt in werking op 1 januari 2016, waarbij de subsidies die

toegekend werden in het weikjaar 2015, verantwooid moeten worden volgens de bepalingen

die van kracht waren vóór de inwerkingtreding van het Vlaamse decreet van 3 juli 2015

(artikel 41)

B3.1. Het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 vervangt aldus een systeem van

voorwaai delijke toekenning van verschillende sectorale subsidies aan de lokale besturen,

georganiseerd door de acht decieten opgesomd in B.2.2, door een - in de bijlage bij het

decreet bepaald - vast aandeel in een algemene aanvullende dotatie van het Vlaams

Gemeentefonds.

De niet-geïndexeerde, aanvullende dotatie van 130 390 328,71 euro van het Vlaams

Gemeentefonds woidt verdeeld ondei de 302 gemeenten van het Nederlandse taalgebied

opgesomd in de bijlage bij het bestreden decreet, die een forfaitair peicentage van die

aanvullende dotatie genieten, dat berekend is tekening houdend met alle subsidies die in 2014

door de Vlaamse gemeenten werden ontvangen op basis van de vioegeie subsidieregeling

Alleen de randgemeenten blijven ondei worpen aan de vioegeie subsidieringsregeling

vooi lokaal beleid

B.3.2. In de parlementaire voorbereiding woidt uiteengezet dat het Vlaamse decreet van

3juli 2015 in het verlengde ligt van het Vlaamse decreet van 15juli 2011 «houdende

vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse

Gewest periodieke plan- en ïappoiteringsveiplichtingen aan lokale bestuien kunnen worden

24

opgelegd » (hierna . het Vlaamse decreet van 15 juli 2011), dat ertoe stiekt « zeei diverse en

gedetailleerde sectorale plan-, rapporterings- en subsidieregelingen te stioomlijnen en de

bureauciatische last die hiermee gepaard ging substantieel te verminderen »(Pari St, Vlaams

Parlement, 2014-2015, nr. 357/1, p 3) De doelstelling bestaat erin een evenwicht te vinden

tussen, eneizijds, de formulering, door de Vlaamse overheid, van Vlaamse beleidsprioriteiten

in bepaalde sectoien en, anderzijds, meer bewegingsvrijheid vooi de lokale besturen (ibid)

Ook wordt uitgelegd dat het bestreden decreet uitvoering geeft aan het Regeerakkoord

van de Vlaamse Regering 2014-2019, waarin wordt gepreciseerd :

« We integreren volgende sectoiale subsidies aan lokale besturen in het Gemeentefonds :

lokaal cultuuibeleid, lokaal jeugdbeleid, lokaal sportbeleid, flankeiend onderwijsbeleid,

bestrijding kinderannoede, gemeentelijke ontwikkelingssamenweiking, integiatiesubsidies.

De veldeling van het totale bedrag dat hierdoor woidt toegevoegd aan het Gemeentefonds, zal

gebeuien overeenkomstig het aandeel dat de gemeenten in 2014 kiijgen uit al deze

subsidieregelingen samen. De groeivoet van het Gemeentefonds is niet van toepassing op dit

bediag. Voor de gemeenten in het Biusselse Hoofdstedelijke Gewest en voor de

faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand blijft de huidige ïegeling van kracht» (ibicl,

pp 3-4).

B.3.3. In de memorie van toelichting bij het bestreden decreet wordt de aparte ïegeling

vooi de randgemeenten als volgt verantwoord .

« Deze aparte regeling is te verantwoorden gelet op het bijzonder statuut van deze

gemeenten, bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebiuik van de talen in bestuurszaken,

gecoördineerd op 18 juli 1966 en gelet op de cooidinatie met vzw De Rand, die in bepaalde

randgemeenten al een beleid uitvoert, onder andere met bedekking tot het jeugd-, sport-, en

cultuuibeleid Aangezien in bepaalde landgemeenten de subsidies via vzw De Rand dus

specifiek naar initiatieven gaan, bijvoorbeeld met bedekking tot de doelstellingen in het kadei

van het sportbeleid, is het aangewezen om ook de subsidies die rechtstreeks aan bepaalde

landgemeenten (namelijk degenen die ingetekend hebben op bepaalde Vlaamse

beleidsprioriteiten) woiden toegekend, te laten kaderen binnen dezelfde doelstellingen en dus

niet op te nemen in de algemene financieiing. De betrokken gemeenten behouden de nodige

vrijheid om binnen deze Vlaamse beleidspiionteiten een eigen beleid te ontwikkelen » (ibid,

p 4; zie ook p. 7)

B.3.4. Bij het onderzoeken van het velschil in behandeling tussen de randgemeenten en

de andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied in het licht van het beginsel van

gelijkheid en met-disciiminatie, heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State

opgemeikt.

25

«4. Het ontwerp bevat een aantal verschillen in behandeling tussen, eneizijds, de

landgemeenten, die niet in aanmerking komen voor de aanvullende dotatie en, anderzijds, de

overige gemeenten in het Nederlandse taalgebied, die wel in aanmerking komen vooi die

dotatie Het ontwerp leidt ook tot een verschil in behandeling tussen de gemeenten in het

Nederlandse taalgebied die m aanmerking komen voor die aanvullende dotatie, in zovene het

aandeel van elke gemeente wordt bepaald aan de hand van het aandeel in de sectoiale

subsidies dat elk van hen in 2014 ontving Hierbij moeten de volgende opmeikingen worden

gemaakt.

Wat de verschillen in behandeling tussen de randgemeenten en de overige gemeenten m

het Nederlandse taalgebied betreft

5.1. Het ontwerp heeft tot gevolg dat er een dubbel verschil in behandeling woidt

ingevoerd tussen de randgemeenten en de overige gemeenten gelegen in het Nederlandse

taalgebied. Enerzijds worden er in de voormelde sectoren specifieke veiplichtingen opgelegd

aan of subsidies voor specifieke opdrachten tei beschikking gesteld van de randgemeenten,

terwijl die veiplichtingen en subsidies niet gelden ten aanzien van de oveiige gemeenten van

het Nederlandse taalgebied Anderzijds komen de landgemeenten niet in aanmerking voor de

aanvullende dotatie om een algemeen beleid in het kader van de lokale autonomie te voeren,

terwijl de overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied wel in aanmerking komen voor

de aanvullende dotatie, ook al ontvangen ze - door het gehanteeide verdelingscriterium - niet

allen een aandeel ervan. Zodoende beschikken de randgemeenten ovei minder middelen voor

de door hen gekozen aangelegenheden van gemeentelijk belang

5 2. Luidens artikel Ibis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 woiden

‘ [ojnvermindeid de bepalingen vermeld in artikel 7, §1, eerste en derde lid, en de

artikelen 279 en 280 van de nieuwe gemeentewet, [...] de samenstelling, organisatie,

bevoegdheid, werking, aanstelling of verkiezing van de organen van en het administratief

toezicht op de gemeenten die gelegen zijn op het grondgebied van eenzelfde gewest door dit

gewest op identieke wijze geregeld ’.

In arrest nr 35/2003 van 25 maart 2003 heeft het Grondwettelijk Hof omtrent deze

bijzondere wetsbepaling het volgende geoordeeld .

‘ B 14.4. Doordat de bijzondere wetgever bepaalt dat de dooi hem opgesomde

aangelegenheden door het gewest “ op identieke wijze ” moeten worden geregeld, heeft hij

willen vermijden dat de gewestbevoegdheid inzake ondergeschikte besturen zou worden

aangewend om aan bepaalde gemeenten zonder verantwoording minder bevoegdheden of

minder autonomie toe te kennen dan aan de andere gemeenten. Het is de gewesten niet

verboden om rekening te houden met objectieve verschillen die een velschillende behandeling

veiantwooiden. Uit de parlementaire vooibereidmg blijkt immers dat een gewestelijke

bepaling kan vooischiijven dat een gemeente of een gioep van gemeenten in vergelijking met

de andere gemeenten van het gewest over minder bevoegdheden of over een minder mime

autonomie zal beschikken, wanneei het onderscheid noodzakelijk is (Pari St, Senaat,

2000-2001, nr. 2-709/1, pp. 20-21, en nr. 2-709/7, p. 12; Pari St., Kamei, 2000-2001,

nr 1280/003, pp. 10-11)

B.14.5 De bestreden bepaling staat derhalve niet eraan in de weg dat categorieën van

gemeenten die zich ten aanzien van een bepaalde maatregel in wezenlijk velschillende

situaties bevinden, op velschillende wijze woiden behandeld, noch dat diezelfde gemeenten,

26

wanneer zij zonder redelijke verantwoording gelijk worden behandeld, zich op de artikelen 10

en 11 van de Grondwet beioepen

Aldus voegt artikel 1bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 niets toe aan de

klassieke betekenis van het gelijkheidsbeginsel, dat immeis een verschil in behandeling

toelaat wanneer hiervoor een redelijke verantwoording bestaat.

5.3. In de memoiie van toelichting bij het ontwerp worden de in randnummer 5.1

vermelde verschillen in behandeling als volgt verantwooid :

‘ Deze aparte regeling is te verantwoorden gelet op het bijzonder statuut van deze

gemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken,

gecooidineeid op 18 juli 1966 en gelet op de coördinatie met VZW De Rand, die in bepaalde

randgemeenten al een beleid uitvoert onder andere met betrekking tot het jeugd-, sport-, en

cultuuibeleid. Aangezien in bepaalde landgemeenten de subsidies via vzw De Rand dus

specifiek naar initiatieven gaan bijvoorbeeld m.b t de doelstellingen in het kader van het

sportbeleid, is het aangewezen om ook de subsidies die ïechtstreeks aan bepaalde

randgemeenten (nl degenen die mgetekend hebben op bepaalde Vlaamse beleidsprioi iteiten)

woiden toegekend, te laten kadeien binnen dezelfde doelstellingen en dus niet op te nemen in

de algemene financiering. De betrokken gemeenten behouden de nodige vrijheid om binnen

deze Vlaamse beleidsprioi iteiten een eigen beleid te ontwikkelen ’.

In antwoord op de kiitiek van sommige adviesraden wordt hier nog het volgende aan

toegevoegd :

‘ Wat betreft de faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand moet blijvend worden

gewezen op het bijzonder statuut van deze gemeenten en op de coördinatie met de weiking

van vzw De Rand die specifiek naar deze gemeenten en naar deze sectoren toe, reeds

initiatieven subsidieert. Het is deihalve aangewezen om de subsidies die rechtstreeks aan

bepaalde landgemeenten worden toegekend, te laten kaderen binnen dezelfde doelstelling en

dus niet op te nemen in de algemene financiei ing ’.

5.4 De verantwoording van noodzaak tot cooidinatie met de subsidiering dooi de

vzw De Rand lijkt op te gaan voor die sectoren waarvoor die instelling effectief subsidies

verleent, wat volgens de memorie van toelichting het geval lijkt te zijn met bedekking tot het

jeugd-, sport-, en cultuuibeleid. Hoe het ‘ bijzondei statuut ’ van de landgemeenten wat

betieft de andeie sectoien een vei schil in behandeling kan vei antwoorden, wordt evenwel niet

in de memorie van toelichting geexpliciteeid, wat nochtans noodzakelijk is om de

bestaanbaarheid van dit verschil in behandeling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te

veiantwooiden.

Hieromtrent om nadele uitleg gevraagd, verklaaide de gemachtigde •

‘ Er wordt voor geopteerd om de subsidies aan de faciliteitengemeenten in de Vlaamse

Rand in het kadei van de gemeenschapsbevoegdheden op eenzelfde wijze te behandelen,

zodat ze in hun strategische meeijarenplanningen een coherent en tiansveisaal beleid kunnen

voeren m.b.t deze bevoegdheden Door de koppeling van deelrapportagecodes wordt het

zowel voor de gemeente als de toezichthoudende overheid duidelijk in welke mate ei een

tiansveisaal beleid gevoerd wordt en welke financiering de gemeente hieraan koppelt ’

27

De doelstelling om de sectoiale subsidies aan de randgemeenten in alle in het ontwerp

bedoelde sectoren op eenzelfde wijze te behandelen, lijkt de onder 5.1 vermelde verschillen in

behandeling voor de sectoren waai voor de noodzaak tot coördinatie met de subsidiëring door

de vzw De Rand niet geldt, redelijk te kunnen verantwoorden. Het verdient aanbeveling de

voormelde toelichting in de memorie van toelichting op te nemen.

5.5 Evenwel dient te worden opgemerkt dat de sectorale subsidies aan de gemeenten in

de sectoren integratie en inburgeiing, armoedebestrijding, ontwikkelingssamenwerking,

flankerend onderwijsbeleid, lokaal jeugdbeleid, lokaal cultuurbeleid en lokaal sportbeleid

worden toegekend binnen de beschikbare begrotingskredieten. De in randnummer 5 1

vermelde velschillen in behandeling zouden onevenredige gevolgen hebben indien er niet in

begrotingskredieten zou worden voorzien voor de sectoiale subsidieregelingen die blijven

gelden voor de randgemeenten, terwijl de oveiige gemeenten van het Nederlandse taalgebied

van de aanvullende dotatie zouden genieten waarin de bepalingen van hoofdstuk 3 van het

ontwerp vooizien »(ibid, pp 99-101)

Ten aanzien van het belang om m rechte op te freden

B.4. De eerste verzoekende party is een vzw waarvan het maatschappelijk doel erin

bestaat de mensenrechten en de rechten van de minderheden zoals zij zijn veiankerd in de

Grondwet en in diverse internationaalrechtelijke instrumenten te bevorderen en, in

voorkomend geval, in rechte op te treden om een aantasting van die rechten aan te klagen; zij

verantwoordt haar belang om de vernietiging van het bestreden decreet te vorderen door het

feit dat dat decreet, naai haar mening, discriminaties op grond van de taal bevat

De tweede verzoekende partij is een particuliei die haai woonplaats heeft in de gemeente

Kiaainem, zij is van mening dat zij doet blijken van een persoonlijk en rechtstreeks belang

om de vernietiging te voideren, aangezien haar gemeente in de toekomst niet langer dezelfde

subsidies zal kunnen genieten als de andere gemeenten van het Vlaamse Gewest, hetgeen op

termijn haar culturele i echten zou kunnen verminderen

B.5 De Vlaamse Regering werpt de onontvankelijkheid van het beroep wegens gebrek

aan belang op, omdat zij van mening is dat de verzoekende partijen geen enkel individueel en

rechtstieeks belang eibij hebben de vernietiging te vordeien. Het bestreden decreet zou

immeis geen enkele disci iminatie op grond van de taal bevatten en een inwoner van een

randgemeente doet niet blijken van een belang om het financieringssysteem van zijn

gemeente aan te vechten, aangezien hij daardoor slechts op indirecte of hypothetische wijze

zou kunnen worden geraakt

28

B.6.1. De Grondwet en de bijzondeie wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof

veieisen dat elke natuurlijke peisoon of rechtspersoon die een beioep tot vernietiging instelt

doet blijken van een belang. Van het vei eiste belang doen slechts blijken de personen wier

situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt,

bijgevolg is de actiopopularis niet toelaatbaar.

B.6.2. Wanneer een vereniging zondei winstoogmerk die niet haar persoonlijk belang

aanvoeit, voor het Hof optreedt, is vereist dat haai maatschappelijk doel van bijzondeie aard

is en, derhalve, ondeischeiden van het algemeen belang; dat zij een collectief belang

verdedigt; dat haar maatschappelijk doel dooi de bestreden norm kan worden geraakt; dat ten

slotte met blijkt dat dit maatschappelijk doel niet of niet meei werkelijk wordt nagestreefd.

B.6.3. Bij het bestreden decieet vervangt het Vlaamse Gewest het systeem van

vooiwaardelijke subsidiëring van de gemeenten in verschillende domeinen door een

forfaitaire en automatische tegemoetkoming van het Vlaams Gemeentefonds voor alle

Vlaamse gemeenten, met uitzondering van de zes randgemeenten, die onderworpen blijven

aan de vroegere regeling van sectorale subsidiëring

Zonder dat de omschrijving van het maatschappelijk doel van de eeiste verzoekende

partij letterlijk moet worden genomen als een middel dat zij aanwendt om gelijk welke norm

aan te vechten ondei het vooiwendsel dat elke norm een weeislag heeft op iemands rechten,

kan ervan worden uitgegaan dat het zich onderscheidt van het algemeen belang

Volgens de eeiste veizoekende partij zou het bestreden decieet afbreuk doen aan haar

maatschappelijk doel, in zoverre het Vlaamse Gewest aldus een discriminatie op giond van

een taalcriterium zou hebben ingesteld en in zovene dat decreet de rechtssituatie van de

randgemeenten en van de inwoneis van die gemeenten, die bijzondere waaiborgen genieten,

zou kunnen raken.

Aldus bepeikt, hangt het ondeizoek van dat belang samen met de draagwijdte die aan het

bestreden decreet moet worden gegeven Bijgevolg valt het onderzoek van de

ontvankelijkheid, wat de eerste verzoekende paitij betieft, samen met het ondeizoek van de

giond van de zaak

29

B 6 4. De tweede verzoekende partij voert ter staving van haar belang geen aantasting

aan van de specifieke waarborgen die zij als inwonei van een landgemeente geniet, maar

alleen een aantasting van haar culturele ïechten, die haar gemeente op termijn zou kunnen

vermindeien bij ontstentenis van subsidiëring in het culturele domein in de ruime zin.

De tweede verzoekende partij kan niet rechtstreeks en ongunstig worden geiaakt door een

decreet dat de financiering van de Vlaamse gemeenten regelt. Al zou een dei gelijk decreet dat de

omvang bepaalt van de financiële middelen van de gemeenten weliswaar indirect een weeislag

kunnen hebben op de situatie van de inwoners van die gemeenten, dan neemt zulks toch met weg

dat het de randgemeenten zelf zijn die te dezen door dat decreet rechtstreeks kunnen worden

geraakt Het zich beroepen op de gevolgen van het decreet, volstaat niet om aan te tonen dat de

tweede verzoekende partij lechtstieeks in haar individuele situatie zou kunnen woiden geiaakt.

Voor het overige dient te worden vastgesteld dat het bestieden decieet de regeling wijzigt voor

de subsidiering van de gemeenten in domeinen die het cultuiele domein alleen oveistijgen.

De tweede verzoekende partij doet dus met blijken van het vereiste belang, zodat het

beioep tot vernietiging in die mate onontvankelijk is.

Ten gronde

B 7 De verzoekende paitij is van mening dat de bestreden bepalingen een dubbel

velschil in behandeling tussen de landgemeenten en de andeie gemeenten van het

Nederlandse taalgebied inhouden, eneizijds, in zoverre de zes randgemeenten ondeiwoipen

blijven aan bepaalde specifieke en administratieve veiplichtingen om sectoiale subsidies te

kunnen genieten, en, andeizijds, in zovene die gemeenten woiden uitgesloten van de

aanvullende dotatie die ertoe stiekt de inwerkingstelling van de lokale autonomie, in het

bijzonder in culturele aangelegenheden, te veizekeien

Volgens de verzoekende partij zou dat dubbele verschil in behandeling een schending

inhouden van •

30

- artikel Ibis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot heivoiming dei instellingen,

al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Giondwet (eerste middel);

- artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot heivorming dei

instellingen, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Giondwet

(tweede middel) en

- de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het evenredigheidsbeginsel (deide middel).

Ten aanzienvan het eerste middel

B8 1 Artikel Ibis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der

instellingen, ingevoegd bij artikel 8 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende

overdiacht van diveise bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen, bepaalt.

«Onverminderd de bepalingen vermeld in artikel 7, § 1, eerste en deide lid, en de

artikelen 279 en 280 van de nieuwe gemeentewet, worden de samenstelling, oiganisatie,

bevoegdheid, werking, aanstelling of verkiezing van de organen van en het administratief

toezicht op de gemeenten die gelegen zijn op het grondgebied van eenzelfde gewest dooi dit

gewest op identieke wijze geiegeld ».

B.8.2. Kiachtens artikel 7bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 zijn de

gewesten ertoe gehouden, onverminderd de uitdrukkelijk vernielde bepalingen, «de

samenstelling, organisatie, bevoegdheid, werking, aanstelling of verkiezing van de organen

van en het administiatief toezicht op de gemeenten die gelegen zijn op het giondgebied van

eenzelfde gewest », op identieke wijze te ïegelen.

Die bepaling strekte ertoe te voorzien in een wetgevend kadei vooi de uitoefening, dooi

de gewesten, «van hun meuwverwoiven bevoegdheden met betrekking tot de samenstelling,

oiganisatie, bevoegdheid, werking, aanstelling of veikiezing van hun organen of het

toezicht» (Pari St, Senaat, 2000-2001, nr. 2-709/1, p. 20, zie ook ibid, p. 12), na de

regionalisei ing van de oiganieke wetgeving met betrekking tot de gemeenten en de

provincies, bij artikel 4 van de voormelde bijzondere wet van 13 juli 2001

31

Artikel Ibis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreft echter slechts de in die

bepaling opgesomde bevoegdheden, zonder alle bevoegdheden van de gewesten ten aanzien

van de ondergeschikte besturen te beogen, waaronder de bevoegdheden - toegewezen vóór de

bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 doorgevoerde uitbreiding van de gewestbevoegdheden

ten aanzien van de ondeigeschikte bestuien - met bedekking tot de algemene financiering van

de gemeenten (artikel 6, § 1, VIII, eeiste lid, 9°, van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980)

of met betrekking tot de financiering van de opdrachten uit te voeren dooi de gemeenten in de

tot de bevoegdheid van de gewesten behorende aangelegenheden, behalve wanneer de

opdiachten betrekking hebben op een aangelegenheid waarvoor de federale oveiheid of de

gemeenschappen bevoegd zijn (artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 10°, van de bijzondere wet van

8 augustus 1980).

B.8 3 Zoals in B 2 en B.3 is vermeld, wijzigt het bestieden decieet regels in verband met

de subsidiering van sectorale opdiachten van de gemeenten in de domeinen jeugd, sport,

cultuur, onderwijs, integratie, stiijd tegen kindeiaimoede en ontwikkelingssamenweiking,

enerzijds, en stelt het een algemene financiering van de gemeenten in via een onder de

bevoegdheid van het Vlaams Gemeentefonds vallende aanvullende dotatie, anderzijds.

Vooi alle andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied dan de randgemeenten

worden de sectorale subsidies die ondei de voormelde domeinen vallen, vervangen door een

algemeen aandeel in die aanvullende dotatie, die valt ondei de gewestbevoegdheid inzake de

algemene financiering van de gemeenten, opgevat als een financienng toegekend aan de

gemeenten «volgens criteiia die niet ïechtstreeks gebonden zijn aan een specifieke taak of

opdracht » (Pari St, Kamer, B Z 1988, m. 516/1, p. 18).

B 8 4. Wat betieft de twee, elkaai aanvullende, ondei delen die bedekking hebben op

hetzij de sectorale, hetzij de algemene financiering van de gemeenten, valt het bestieden

decreet met onder het toepassingsgebied van artikel Ibis van de bijzondere wet van

8 augustus 1980.

B 8.5. Het eeiste middel is niet gegrond.

32

Ten aanzien van het tweede middel

B9 1 Artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der

instellingen, mgevoegd bij artikel 9 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 en gewijzigd bij

artikel 2 van de bijzondere wet van 19 juli 2012, bepaalt:

«De decieten, ïeglementen en administratieve handelingen van de gemeenschappen en

de gewesten en de handelingen, reglementen en verordeningen van de plaatselijke besturen

mogen geen afbreuk doen aan de op 14 oktober 2012 bestaande waaiborgen die de

Fianstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van

de talen in bestuuiszaken, gecooidineeid op 18 juli 1966, en de Nederlandstaligen,

respectievelijk Franstaligen en Duitstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 8

van diezelfde wetten ».

B.9.2. In de parlementaire voorbereiding van die bepaling wordt aangegeven dat eimee

« wordt beoogd aan de rand- en faciliteitengemeenten te garanderen dat de thans bestaande

garanties ook na de ïegionalisering van de organieke gemeentewet en gemeentekieswet

onverkort zullen worden gehandhaafd » (.Pari St, Senaat, 2000-2001, nr. 2-709/1, p. 21), en

dat de wetgever, met het begiip « gaianties », « het geheel [beoogde] van de thans geldende

bepalingen die een specifieke regeling voor de in de tekst vermelde particulieren instellen, en

in het algemeen alle bepalingen die particulieren, en voornamelijk de mandatarissen in de

gemeenten bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de gecoördineerde wetten, beschermen » (Pari

St, Kamer, 2000-2001, DOC 50-1280/003, p. 10, zie ook Pari St, Senaat, 2000-2001,

nr. 2-709/7, pp 11-12).

B 9 3 Hoewel artikel 2 van de byzondeie wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging van

artikel 16bis van de bijzondeie wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en

van artikel 5bis van de bijzondeie wet van 12januan 1989 met betrekking tot de Biusselse

instellingen » artikel 16his heeft gewijzigd, dooreen « bijwerking »tot 14 oktobei 2012 uit te

voeien van de « standstill»-clausule veivat in die bepaling (Pari St, Senaat, 2011-2012,

nr. 5-1566/1, p 1, en nr 5-1563/4, p. 10), en uitdiukkelijk heeft gepieciseerd dat die

« standstill »-clausule van toepassing is op de gemeenschappen en de lokale bestui en {Pari

St, Senaat, 2011-2012, m. 5-1566/1, p. 3 en m. 5-1563/4, pp. 11 en 39), heeft het evenwel

met de begunstigden van de « bestaande waarboigen » gewijzigd die, sinds de aanneming van

artikel 16bis, worden opgevat als de particulieien in de gemeenten beoogd in de artikelen 7 en

8 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuuiszaken.

33

B.9 4. Zoals in B 2 en B.3 is vernield, wijzigt het bestreden decreet regels in verband met

de subsidiëring van sectorale opdrachten van de gemeenten in de domeinen jeugd, sport,

cultuur, ondeiwijs, integratie, strijd tegen kinderarmoede en ontwikkelingssamenwerking,

eneizijds, en stelt het een algemene financiering van de gemeenten in via een ondei de

bevoegdheid van het Vlaams Gemeentefonds vallende aanvullende dotatie, anderzijds

Met betrekking tot het ondeiwerp ervan, dat ofwel de sectorale, ofwel de algemene

financiering van de gemeenten betreft, kan het bestreden decreet geen afbreuk doen aan de

waarborgen die de Franstaligen in de landgemeenten genieten krachtens artikel 16bis van de

bijzondere wet van 8 augustus 1980 en kan het decreet die bepaling niet schenden

B.9 5. Het tweede middel is niet gegrond

Ten aanzien van het derde middel

B.10.1 Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in

behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een

objectief ciiterium berust en het ïedelijk veiantwoord is

Het bestaan van een deigelijke veiantwooiding moet woiden beoordeeld rekening

houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter

zake geldende beginselen, het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden

wanneer vaststaat dat er geen ïedelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de

aangewende middelen en het beoogde doel

B.10 2. Daaienboven is het evenredigheidsbeginsel inheient aan de uitoefening van elke

bevoegdheid.

B. 11.1 Zoals in B.2 en B 3 is vernield, wijzigt het bestieden decreet regels in verband

met de subsidiëiing van sectorale opdrachten van de gemeenten in de domeinen jeugd, sport,

cultuur, ondeiwijs, integratie, strijd tegen kindeiannoede en ontwikkelingssamenwerking,

34

enerzijds, en stelt het een algemene financiering van de gemeenten in via een ondei de

bevoegdheid van het Vlaams Gemeentefonds vallende aanvullende dotatie, andeizijds.

De mogelijkheden tot sectorale subsidiering van de gemeenten, die zijn georganiseerd in

de acht decreten die worden gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, betreffen voortaan, voor

wat de gemeenten van het Nederlandse taalgebied betieft, slechts de randgemeenten

(hoofdstuk 2), teiwijl die landgemeenten woiden uitgesloten van de aanvullende dotatie van

het Vlaams Gemeentefonds (hoofdstuk 3 en bijlage).

Het bestreden decreet stelt dei halve, wat de financieiing van de gemeenten betreft, een

dubbel verschil in behandeling in tussen de randgemeenten en alle andere gemeenten van het

Nedeilandse taalgebied

B 11 2. Het Hof dient te onderzoeken of dat dubbele verschil in behandeling bestaanbaar

is met de artikelen 10 en 11 van de Giondwet, inzonderheid voor wat de gevolgen van het

bestreden decreet betieft voor de landgemeenten, in zoverre zij aan de vroegere

subsidiëringsiegeling ondei worpen blijven en van de aanvullende dotatie worden uitgesloten

B.12.1. Zoals zij zijn gewijzigd bij het bestreden decreet, zijn de verschillende in B.2.2

opgesomde decreetsbepalingen, vooi wat de gemeenten van het Nederlandse taalgebied

betreft, enkel nog van toepassing op de randgemeenten.

B.12.2. Overeenkomstig de artikelen 28 en 28/1 van het Vlaamse decreet van 28 april

1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid hebben de randgemeenten « de regierol » over

het integratiebeleid op hun grondgebied door voor de uitwerking, sturing, afstemming en

uitvoering van het inclusieve integiatiebeleid te zorgen. Oveieenkomstig de artikelen 29 tot

31 van hetzelfde decreet, kan de Vlaamse Regeling, binnen de peiken van de beschikbaie

begrotingskredieten, aan die gemeenten een integiatiesubsidie toekennen op basis van de

strategische meerjaienplanning van de gemeenten, waarbij de gemeenten die voor die subsidie

in aanmerking komen in beginsel de gemeenten zijn die m het verleden reeds een dergelijke

subsidie hebben genoten - waarvan de lijst is opgesteld bij het ministeneel besluit van

4 november 2013-, onder voorbehoud van de procedure vastgelegd in het ministerieel besluit

van 20 febiuari 2014, dat een andeie gemeente de mogelijkheid biedt om, binnen de gienzen

35

van de beschikbare extra budgettaire middelen, tijdens de beleidscyclus 2014-2019 de

toekenning van die subsidie aan te vragen.

Krachtens artikel 32 van hetzelfde decreet zijn de bepalingen van het

Planlastendecieet - dat wil zeggen het Vlaamse decieet van 15 juli 2011 - van toepassing op

het lokale integratiebeleid

B.12 3. Overeenkomstig artikel 18/1 van het Vlaamse decreet van 21 maart 2003

betreffende de armoedebestrijding kan de Vlaamse Regering, binnen de perken van de

begrotingskredieten, aan de lokale besturen - de randgemeenten en de Vlaamse

Gemeenschapscommissie, overeenkomstig artikel 2, 11°, van hetzelfde decreet - een subsidie

toekennen met het oog op de bestrijding van kinderarmoede.

De subsidiëring van de randgemeenten is ondei worpen aan het Vlaamse decreet van

15 juli 2011 en om voor die subsidiëring in aanmèrking te komen, moeten de randgemeenten

een kinderarmoedebestrijdingsbeleid voeien dat is opgenomen in de stiategische

meeijarenplanning van de lokale besturen

De Vlaamse Regering legt de modaliteiten van en de voorwaarden voor de toekenning

van die subsidies vast, waaibij de lijst van de in aanmerking komende gemeenten en van de

bedragen van die subsidies is vastgesteld bij het ministeneel besluit van 7 febiuari 2014.

B.12 4. Overeenkomstig artikel 15/1 van het Vlaamse kaderdecieet van 22 juni 2007

inzake ontwikkelingssamenwerking zijn de artikelen 16/1 en 16/2 van hetzelfde decreet alleen

van toepassing op de landgemeenten. Die artikelen bepalen dat de Vlaamse Regeling de

gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking ondersteunt, inzonderheid via het impulsbeleid

gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking, met name door middel van cofinanciering dooi

de lokale overheid.

De artikelen 3 tot 9 van het besluit van de Vlaamse Regeling van 7 december 2012

bepalen de toekenningsmodaliteiten en de hoogte van de subsidie in het kadei van het

impulsbeleid gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking, binnen de peiken van de daaivooi

bestemde begrotingskiedieten.

36

B.12.5. Overeenkomstig artikel 17 van het Vlaamse decreet van 30 november 2007

betieffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau is hoofdstuk IV, met als opschrift

« Subsidies ter stimulering van het flankerend onderwijsbeleid », alleen van toepassing op de

landgemeenten. De artikelen 18 en volgende van hetzelfde decreet bepalen dat, binnen de

beschikbare begrotingskredieten, m subsidies wordt voorzien voor projecten in de gemeenten

die het Vlaamse onderwijsbeleid versterken. Om vooi de subsidies, vermeld m artikel 18, in

aanmeiking te komen, moeten de gemeenten een neutraal school- en netoverschrijdend

flankerend onderwijsbeleid voeren dat is opgenomen in de strategische meerjarenplanning

van de gemeente, en de actieplannen die de gemeente in samenwei king met lokale actoren

opzet om vorm te geven aan het flankerend onderwijsbeleid, gedeeltelijk mee financieel

ondersteunen.

Krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktobei 2012 «betreffende de

bepaling van de beleidspiioiiteiten en de regeling van de proceduie voor de toekenning van

subsidies in het kader van het decreet van 30 novembei 2007 betieffende het flankerend

onderwijsbeleid op lokaal niveau », zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering

van 12 juli 2013, worden de lokale invulling van de Vlaamse beleidspiioriteiten in het kader

van het lokale flankerend onderwijsbeleid en de subsidieaanvraag met betrekking tot het

lokale flankerend onderwijsbeleid beoordeeld door een commissie, die een ïangschikking van

de gemeenten opmaakt met het oog op de veldeling van de subsidies (artikelen 2/1 tot 7). Die

Commissie kan ook de uitvoering van de lokale invulling van de beleidsprioriteiten en de

aanwending van de subsidies ter plaatse bekijken (artikel 8)

B.12 6 Krachtens artikel 4, § 1, van het Vlaamse decreet van 6 juli 2012 « houdende de

ondeisteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het piovinciaal

jeugdbeleid » veileent de Vlaamse Regeling, ondei de vooiwaaiden vermeld in dat decreet,

aan de landgemeenten subsidies voor de ondeisteuning van het jeugdweik, met het oog op de

uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het jeugdbeleid en het jeugdwerk die

zijn bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012.

Oveieenkomstig artikel 4, § 3, van hetzelfde decreet kunnen de subsidies die de

gemeentebesturen ontvangen, uitsluitend aangewend worden voor de ondei steuning van

jeugdweikinitiatieven die hun zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige

37

gebied Brussel-Hoofdstad; die jeugdweikinitiatieven moeten het Nederlands gebiuiken bij

hun weiking

Krachtens artikel 3 van het voormelde decreet van 6 juli 2012 is het Vlaamse decreet van

15 juli 2011 van toepassing op de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het jeugdbeleid,

oveieenkomstig artikel 4, § 1.

Artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet bepaalt dat om het oveileg en de inspiaak bij de

voorbereiding en de uitvoering van het jeugdbeleid te organiseren, en wat de randgemeenten

betieft, om voor subsidiëring in aanmerking te komen, de gemeenteraad een jeugdraad opricht

of de gemeentelaad een al bestaande jeugdraad eikent

De artikelen 2 tot 3/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 decembei 2012

leggen de voorwaaiden vast voor de toekenning van subsidies aan de gemeenten, met name

de inachtneming van de lapporteiingsveiplichtingen waarin is vooizien bij artikel 10 van het

Vlaamse decreet van 15 juli 2011.

B 12.7. Krachtens artikel 3, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 6 juli 2012

betreffende het lokaal cultuurbeleid zijn de bepalingen van titel 2 en titel 3, hoofdstuk 1 tot en

met 3, van hetzelfde decieet alleen van toepassing op de randgemeenten. Kiachtens artikel 5

ervan heeft het voormelde decreet van 6 juli 2012 tot doel het lokaal cultuurbeleid van de

landgemeenten, uitgewerkt in een strategische meeijarenplanning, te ondeisteunen. Krachtens

de artikelen 6 tot 9 van hetzelfde decreet worden, volgens de dooi de Vlaamse Regering

vastgelegde voorwaarden en modaliteiten voor de verdeling, subsidies toegekend voor de

ondersteuning van het lokale cultuurbeleid, op basis van de Vlaamse beleidspiionteiten

inzake een kwalitatief en duurzaam lokaal cultuui beleid of inzake een laagdrempelige

openbaie bibliotheek, aangepast aan de hedendaagse behoeften, die, met name, minstens

75 pet van haar budget aan Nederlandstalige publicaties moet besteden. Oveieenkomstig

artikel 4 worden de subsidies berekend op basis van de bevolkingscijfer.

Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 «ter uitvoeiing

van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het lokaal cultuurbeleid », gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regeling van 4juli 2012, bepaalt dat de aanviagen voor subsidies

onderworpen zijn aan het Vlaamse decreet van 15 juli 2011. De artikelen 4 en 8 van hetzelfde

38

besluit organiseren een systeem waarbij de subsidie wordt toegekend ofwel op basis van de

subsidie tijdens het werkjaar 2013 indien de gemeente ïeeds is gesubsidieerd, ofwel op basis

van een forfaitaire enveloppe naar gelang van het bevolkingscijfer van de gemeente.

Oveieenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015 worden de subsidies

geïndexeerd op grond van de afgevlakte gezondheidsindex

B 12 8 Het Vlaamse decreet van 6 juli 2012 « houdende het stimuleren en subsidiëren

van een lokaal sportbeleid » organiseert de subsidiëring van de randgemeenten vooi het

voeren van een Sport voor Allen-beleid. Die subsidiering, met een bedrag van 2,4 euio per

jaar per inwoner als voldaan is aan de voorwaarden vermeld in dat decieet en aan de

vooi waarden bepaald door de Vlaamse Regering, moet, binnen de perken van de begioting,

de uitvoering beogen van de Vlaamse beleidsprioriteiten opgesomd in artikel 5 van hetzelfde

decreet (artikel 8). Die subsidies worden door de randgemeente met minstens 30 pet

vermeerderd (artikel 9) Een organisatie kan worden erkend en gesubsidieerd voor de

begeleiding van de gemeenten in het kadei van het lokaal Sport voor Allen-beleid

(artikelen 22 en volgende)

De artikelen 4 en volgende en 23 en volgende van het besluit van de Vlaamse Regering

van 16 novembei 2012 « betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende

het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid » bepalen, respectievelijk, de

subsidieringsvoorwaarden voor de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen voor de

gemeenten, en voor een ei kende organisatie voor de begeleiding van de gemeenten.

B.12 9. Artikel 13 van het Vlaamse decreet van 7 juni 2013 « betieffende het Vlaamse

integratie- en inburgeiingsbeleid » bepaalt dat de Vlaamse'Regering, binnen de perken van de

beschikbaie begiotingskredieten, aan de randgemeenten een integiatiesubsidie kan toekennen

met het oog op de realisatie van de doelstellingen van het integiatiebeleid, vermeld in artikel 4

van hetzelfde decreet Bij de aanvang van de meerjarenplanning 2014-2019 komen alleen

landgemeenten die in het verleden al een subsidie voor een mtegratiedienst of vooi het

opstarten van een integiatiedienst hebben ontvangen, voor een integiatiesubsidie in

aanmerking; de overige randgemeenten kunnen alleen voor subsidiëring in aamneiking

komen vooi zover ei voldoende extia middelen op de begroting beschikbaai zijn.

39

Die bepaling is echter nog niet in weiking.

B.12 10. Uit het voorgaande volgt dat de randgemeenten door hoofdstuk 2 van het

Vlaamse decreet van 3 juli 2015 onderworpen blijven aan verschillende regelingen inzake

sectoiale subsidiëring, geïndexeerd op grond van de afgevlakte gezondheidsindex,

overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015

De toekenning van die sectorale subsidies is niet alleen afhankelijk gemaakt van de

inachtneming van de Vlaamse beleidspiioriteiten en van de ïapporteringsverplichtingen

waaiin is voorzien bij het Vlaamse decreet van 15 juli 2011, maar hangt, in vooikomend

geval, ook af van een vroegeie subsidiëring, en van de grenzen van de beschikbare

begrotingskredieten.

B.13.1 Zoals is vermeld in B.2, beoogt het bestreden decieet de sectorale subsidies aan

de lokale besturen inzake cultuur, jeugdbeleid, sportbeleid, flankerend onderwijsbeleid,

armoedebestrijding, ontwikkelingssamenwerking en integratie- en mburgeringsbeleid te

vervangen door een vast aandeel in een aanvullende dotatie van het Vlaams Gemeentefonds.

Aldus beoogt de decieetgever de beleidsvrijheid van de lokale bestui en bij de aanwending

van die overheidsmiddelen te venuimen. Vooi de zes randgemeenten blijven evenwel in de

voormelde aangelegenheden de subsidieregelingen van klacht.

B.13.2. In de parlementaire vooibereiding van het bestieden decieet wordt de

velschillende behandeling van de randgemeenten als volgt verantwoord •

« Deze aparte regeling is te verantwoorden gelet op het bijzonder statuut van deze

gemeenten, bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebiuik van de talen in bestuurszaken,

gecoördineerd op 18 juli 1966 en gelet op de coöidinatie met VZW De Rand, die in bepaalde

randgemeenten al een beleid uitvoert, onder andere met betrekking tot het jeugd-, sport-, en

cultuurbeleid Aangezien in bepaalde landgemeenten de subsidies via vzw De Rand dus

specifiek naar initiatieven gaan bijvoorbeeld mbt de doelstellingen in het kader van het

sportbeleid, is het aangewezen om ook de subsidies die ïechtstreeks aan bepaalde

randgemeenten (nl. degenen die ingetekend hebben op bepaalde Vlaamse beleidsprioriteiten)

worden toegekend, te laten kaderen binnen dezelfde doelstellingen en dus niet op te nemen in

de algemene financieiing De betiokken gemeenten behouden de nodige vrijheid om binnen

deze Vlaamse beleidsprioi iteiten een eigen beleid te ontwikkelen.

40

Het ontwerp opteert er dus bewust voor om de subsidies aan de faciliteitengemeenten in

de Vlaamse Rand in het kader van de gemeenschapsbevoegdheden op eenzelfde wijze te

behandelen, zodat ze in hun strategische meerjarenplanningen een coherent en transversaal

beleid kunnen voeren met betrekking tot deze bevoegdheden. Door de koppeling van

deelrapportagecodes wordt het zowel voor de gemeente als de toezichthoudende oveiheid

duidelijk in welke mate er een transversaal beleid gevoerd wordt en welke financiering de

gemeente hieraan koppelt » (Pari St, Vlaams Parlement, 2014-2015, nr. 357/1, p. 4).

B 13 3. Het verschil in behandeling tussen de randgemeenten en de andere Vlaamse

gemeenten wordt dus in de parlementaire voorbereiding verantwoord door het bijzondere

statuut van de randgemeenten en door de coördinatie van de verschillende sectorale subsidies

door de vzw « de Rand ».

B.14.1. Vóór de aanneming van het bestreden decreet werden alle Vlaamse gemeenten,

waaronder de randgemeenten, op dezelfde wijze behandeld met betrekking tot de toekenning

van de voormelde sectorale subsidies aan de gemeenten Die sectorale subsidies werden enkel

aan de gemeenten toegekend mits voldaan weid aan de vooiwaarden bedoeld in de

verschillende in B 12 in herinnering gebrachte wetgevingen, die van toepassing blijven op de

randgemeenten.

B14 2 Vóór de totstandkoming van de bestreden bepalingen bestonden er met

betrekking tot het jeugd-, sport- en cultuurbeleid evenwel aanvullende

subsidieringsmogelijkheden in de landgemeenten via het extern veizelfstandigd agentschap

vzw « de Rand »(hierna . de vzw « de Rand »).

B.14.3. De parlementaiie vooibeieiding van het decieet van 12 juli 2013 « tot wijziging

van diverse bepalingen van het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de

vzw ‘ De Rand ’ tot een privaatrechtelijk voimgegeven extern verzelfstandigd agentschap »

vermeldt hieiomtient.

« Om te voorkomen dat lokale Nederlandstalige initiatieven in de randgemeenten niet

meer kunnen gefinancieid woiden dooi de Vlaamse overheid omdat het betiokken

gemeentebestuur met mtekent op de Vlaamse beleidsprioriteiten, weid afgesproken dat de

vooibehouden kiedieten zullen worden overgeheveld naar het EVA (extern verzelfstandigd

agentschap) vzw ‘ De Rand ’ die de opdracht kiijgt deze initiatieven te ondeisteunen » (Pari

St, Vlaams Parlement, 2012-2013, m 2062/1, p 4)

41

B.14 4. Bij artikel 3 van het voormelde decreet van 12 juli 2013 werd in het decreet van

7 mei 2004 een nieuw artikel 10/1 mgevoegd dat luidt •

« De Vlaamse Regering kan een subsidie verlenen aan de VZW de Rand vooi de

uitvoering van een of meer beleidsprioriteiten voor het jeugdbeleid, het (lokaal) sportbeleid en

het cultuurbeleid, ten behoeve van de Nederlandstalige initiatieven in de Vlaamse Rand rond

Brussel.

De beleidsprioriteiten, vermeld in het eerste lid, zijn de beleidsprioriteiten vastgelegd

door of krachtens :

1° artikel 4, § 1, eerste en tweede lid, van het decreet van 6 juli 2012 houdende de

ondeisteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal

jeugdbeleid;

2° artikel 5, tweede lid, 2°, van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het lokaal

cultuurbeleid, voor zover het de ondersteuning betreft van de privaatrechtelijke bibliotheken

van Kraainem en Di ogenbos;

3° aitikel 5 van het decieet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van

een lokaal sportbeleid.

De subsidie wordt verleend voor de ondeisteuning van plaatselijke initiatieven in de zes

landgemeenten die geen subsidie hebben aangeviaagd in het kader van de subsidieregelingen,

vermeld in het tweede lid, en dient aangewend te worden voor de ondeisteuning van deze

initiatieven

Om in aanmerking te komen voor subsidiering dient de VZW de Rand, in samenwerking

met de plaatselijke Nederlandstalige initiatieven, een beleidsplan op te maken, waarin

aangegeven wordt op welke manier invulling kan gegeven worden aan de Vlaamse

beleidsprioi iteiten, vermeld m het tweede lid.

De subsidie wordt veileend ondei de voorwaarden en modaliteiten vastgelegd in de

decreten, vermeld in het tweede lid. Deze voorwaarden en modaliteiten worden

geconcietiseerd in een samenwerkingsoveieenkomst tussen de Vlaamse ministers bevoegd

voor Jeugd, Sport en Cultuur, en de VZW ‘ de Rand ’ ».

B.14.5 Het voormelde decieet verleent de vzw «de Rand» de opdracht om, in

samenwerking met de plaatselijke Nedeilandstalige initiatieven inzake jeugdweik, sport en

cultuui, gezamenlijke beleidsplannen in te dienen bij de Vlaamse Regering. Die

beleidsplannen moeten invulling geven aan de beleidsprioriteiten die de Vlaamse Regering

vooi de respectieve sectoren heeft vastgelegd (Pari St, Vlaams Parlement, 2012-2013,

nr 2062/1, p 4).

42

B.14.6. De vzw «de Rand» is in het leven geroepen bij het decieet van de Vlaamse

Gemeenschap van 17 december 1996 « houdende oprichting van de vzw ‘ De Rand ’ voor de

ondersteuning van het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse rand rond Biussel »,

opgeheven en vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 « houdende omvorming van de

vzw ‘ De Rand ’ tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en

houdende vaststelling van de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant inzake de

ondersteuning van de Vlaamse Rand », gewijzigd bij de decreten van 12 juli 2013 en van

25 april 2014

De vzw«de Rand» is een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd

agentschap in de zin van de artikelen 29 tot 31 van het Vlaamse kaderdecreet bestuurlijk

beleid van 18 juli 2003, waarin de Vlaamse Regering gemachtigd is te participeren (artikel 3)

Haar missie bestaat erin « het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse Rand ïond Biussel te

ondersteunen, uit te stralen en te bevordeien » (artikel 4). Ter uitvoering van artikel 8 is een

samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de vzw « de Rand », de Vlaamse Regering en

de provincie Vlaams-Brabant, die dooi de Vlaamse Regering is goedgekeurd op 17 juli 2015

en door de deputatie van Vlaams-Brabant op 20 augustus 2015. De Vlaamse Regering is

gemachtigd om personeel tei beschikking te stellen van de vzw « de Rand » (artikel 11) en het

beheer van culturele infrastiucturen aan haar over te dragen (artikel 12).

B.14.7. De vzw « de Rand » geniet een jaarlijkse subsidie opgenomen in de begroting

van de Vlaamse Gemeenschap (artikel 10). De Vlaamse Regering kan ook een subsidie

verlenen aan de vzw « de Rand » vooi de uitvoering van een of meer beleidsprioiiteiten voor

het jeugdbeleid, het lokaal sportbeleid en het cultuurbeleid, ten behoeve van de

Nederlandstalige initiatieven in de Vlaamse Rand rond Brussel De subsidie woidt verleend

voor de ondeisteunmg van plaatsehjke initiatieven in de zes landgemeenten die geen subsidie

hebben aangeviaagd in het kader van de sectoiale subsidieiegelingen in de voormelde

aangelegenheden en dient te woiden aangewend vooi de ondersteuning van deze initiatieven

(artikel 10/1).

B. 15.1 Het komt de decieetgevei toe om, voor de bevoegdheden die hem zijn

toegewezen, en tekening houdend met zijn budgettaire mogelijkheden, te beslissen of en

onder welke voorwaarden hij bepaalde initiatieven of instellingen met oveiheidsmiddelen wil

subsidiëren.

43

Het komt hem eveneens toe om, in de uitoefening van zijn bevoegdheid met betrekking

tot de algemene financiering van de gemeenten (artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 9°, van de

bijzondere wet van 8 augustus 1980), de middelen en de criteria voor de verdeling van de

middelen van het Vlaams Gemeentefonds vast te stellen en de toe te passen

wegingscoëfficiènt te bepalen. „

B.15.2. De subsidiering van initiatieven of instellingen zoals de vzw « de Rand » kan

evenwel niet worden vergeleken met de algemene of specifieke fmancieiing van de

gemeenten.

B.15.3. Zoals in B.14.2 tot B.14.4 is vermeld, wordt bij het nieuwe artikel 10/1 van het

decreet van 7 mei 2004, ingevoegd bij het decieet van 12 juli 2013, ten aanzien van de

vzw « de Rand » een aanvullend subsidiemechanisme geregeld dat ertoe strekt te voorkomen

dat lokale Nederlandstalige initiatieven op het vlak van jeugdwerk, sport en cultuur de

subsidies van de Vlaamse overheid mislopen wanneer de randgemeenten met zouden

intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteiten in die aangelegenheden.

Die aanvullende subsidiering maakt het de Vlaamse overheid aldus mogelijk om bepaalde

plaatselijke activiteiten en initiatieven in het Nederlands financieel te ondersteunen via de

vzw « de Rand », rekening houdend met het feit dat de uitemdelijke begunstigden van die

subsidiering instellingen, verenigingen en bui gei s in de randgemeenten zijn, die een bijzonder

taalstatuut in het eentalige Nederlandse taalgebied genieten.

B 15.4. Uit de veidelingstabel die als bijlage bij de memoiie van toelichting bij het

bestreden decreet is gevoegd (Pari St, Vlaams Parlement, 2014-2015, nr. 357/1, pp 13-19),

blijkt dat een aantal landgemeenten in 2014 subsidies hebben gekregen in de drie domeinen

jeugd, sport en cultuur waaiin de vzw « de Rand » optreedt, hetgeen inhoudt dat zij aan de

voorwaarden voor het veikiijgen van die sectorale subsidies hebben voldaan

B.16 1 Uit het voorgaande blijkt dat de subsidieiing van plaatselijke Nedeilandstalige

initiatieven, via de vzw « de Rand », parallel met de sectoiale subsidies van de gemeenten

wordt geregeld, die bij het bestreden decieet enkel ten aanzien van de randgemeenten wordt

gehandhaafd. Die subsidiering via een extern verzelfstandigd agentschap kan niet worden

44

vergeleken met een algemene of specifieke subsidie- of financienngsregeling van de lokale

besturen, die de gemeenten zijn, noch ertoe strekken ze te vervangen

B 16.2. De keuze om een aanvullende subsidiering in de domeinen sport, jeugd en

cultuur in de randgemeenten te ïegelen, kan evenmin verantwoorden dat die gemeenten

worden uitgesloten van de forfaitaire fmancieiing van de lokale besturen, via een aanvullende

dotatie die afkomstig is van het Vlaams Gemeentefonds.

B 16.3. Met die bij het bestreden decreet in het leven geroepen forfaitaire aanvullende

dotatie woiden de sectoiale subsidies immers in de betiokken domeinen gemtegieeid, door

elke band te schrappen die bestaat tussen het toegekende bedrag en het beleid dat op lokaal

niveau daadwerkelijk wordt gevoerd in de domeinen die voordien voorwaardelijk werden

gesubsidieerd

Het bestreden decreet geeft aldus concreet gestalte aan een van de doelstellingen van het

Vlaamse regeei akkoord 2014-2019, dat ertoe strekt de lokale autonomie van de steden en

gemeenten te vergioten, door te kiezen voor een onvooiwaardelijke basisfinanciering {Pari

St, Vlaams Parlement, 2014-2015, nr. 357/1, p. 3).

Door van een aandeel in die forfaitaiie dotatie te worden uitgesloten, wordt aan de

randgemeenten, in de aangelegenheden bedoeld in B.2 2, de uitoefening van de lokale

autonomie ontzegd die bij het bestieden decreet aan alle andeie gemeenten van het

Nedeilandse taalgebied woidt toegekend.

B 16.4. De parlementaire voorbereiding van het bestreden decieet toont trouwens aan dat

een vooistel van veldeling van de in het leven geroepen aanvullende dotatie weid opgesteld

rekening houdend met de randgemeenten, en dat die blijkens het ontwerp van decreet een

peicentage van die aanvullende dotatie zouden hebben gekiegen.

Uit de veidelingstabel die als bijlage bij de memorie van toelichting bij het bestieden

decieet is gevoegd {Pari St, Vlaams Pailement, 2014-2015, nr. 357/1, pp. 13-19), blijkt

immers dat de landgemeenten een percentage van de aanvullende dotatie zouden hebben

genoten . de gemeente Drogenbos zou 25 000 euro (zijnde 0,0191 pet.) hebben genoten, de

gemeente Kraainem 32 534,40 euro (0,0248 pet), de gemeente Linkebeek 68 527,68 euio

45

(0,0523 pet.), de gemeente Sint-Genesius-Rode 205 158,34 euro (0,1565 pet), de gemeente

Wemmel 305 876,51 euro (0,2333 pet.) en de gemeente Wezembeek-Oppem 59 787,36 euro

(0,0456 pet).

Uit diezelfde tabel bleken bovendien twee bedragen voor het totaal van de aanvullende

dotatie, een totaal van 131 087 213,00 euro, en een ander totaal «zonder

faciliteitengemeenten » van 130 390 328,71 euio (ibid., p. 19). Het is dat laatste bedrag dat

uiteindelijk de algemene enveloppe van de aanvullende dotatie van het Vlaams

Gemeentefonds vormt

Die tabel bevestigt dat het noch onmogelijk, noch onverantwoord was om bij de

verdeling van de aanvullende dotatie van het Vlaams Gemeentefonds rekening te houden met

de landgemeenten.

B 16.5. Door de randgemeenten een percentage in de aanvullende dotatie van het Vlaams

Gemeentefonds te ontzeggen, ontzegt het bestreden decreet die gemeenten de voormelde

bedragen en de waarboig een automatische financiering te verkrijgen met het oog op de

verwezenlijking van verschillende soorten van lokaal beleid, waarbij die algemene

aanvullende dotatie nochtans ertoe strekt die onvoorwaardelijk te ondersteunen ten aanzien

van alle andeie gemeenten van het Nederlandse taalgebied De randgemeenten worden aldus

zondei redelijke verantwooiding verschillend behandeld in de uitoefening van de lokale

autonomie die aan alle andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied wordt toegekend.

B.17. Het derde middel is gegiond

46

Ten aanzien van de handhaving van de gevolgen

B.18 Teneinde rekening te houden met de budgettaire moeilijkheden die zouden kunnen

volgen uit die vernietiging en de decreetgevei toe te staan nieuwe bepalingen aan te nemen,

dienen de gevolgen van de vernietigde bepalingen te worden gehandhaafd met toepassing van

artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelyk Hof, zoals

is aangegeven in het beschikkend gedeelte

47

Om die redenen,

het Hof

- vernietigt het Vlaamse decreet van 3juli 2015 «tot wijziging van diverse decieten

houdende de subsidiering aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli

2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de veldeling van het Vlaams

Gemeentefonds »;

- handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen tot de aanneming, dooi de

decreetgever, van een nieuw decreet en uiterlijk tot het einde van het begiotingsjaar 2018.

Aldus gewezen in het Frans, het Nedeilands en het Duits, overeenkomstig aitikel 65 van

de bijzondeie wet van 6 januaii 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 18 mei 2017

De griffier, De voorzitter,

P.-Y. Dutilleux J Spieutels