Print

Belangenconflicten

Naast de bepalingen i.v.m. belangenvermenging uit het Gemeentedecreet en het OCMW-decreet, legt ook de wetgeving inzake overheidsopdrachten regels op omtrent het voorkomen en oplossen van belangenconflicten. 

Artikel 6 van de Wet inzake overheidsopdrachten benadrukt dat de aanbesteder de nodige maatregelen moet treffen om tijdens de plaatsing en de uitvoering van een overheidsopdracht belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen. Dit om de vertekening van de mededinging te vermijden en om de gelijke behandeling te verzekeren. 

Er is sprake van een belangenconflict wanneer een betrokken ambtenaar, openbare gezagdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht worden hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering in het gedrang te brengen. 

Voor deze personen is het verboden, persoonlijk of via een tussenpersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een overheidsopdracht. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan afgeweken worden, met name wanneer dit de aanbesteder zou beletten om te kunnen voorzien in haar behoeften. 

Een belangenconflict wordt alleszins vermoed: 

  • bij bloed- of aanverwantschap in de recht lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad of in geval van wettelijke samenwoning, met één van de kandidaten of inschrijvers, of ieder ander natuurlijk persoon die voor rekening van één van hen een vertegenwoordigers-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent; 
  • als deze personen zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot zijn van één van de kandidaten of inschrijvers, dan wel in recht of in feite, zelf of via een tussenpersoon, een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefenen. 

De betrokken persoon die zich in toestand van belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken en stelt de aanbesteder schriftelijk en onverwijld hiervan op de hoogte. 

Ook als men één of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van minstens 5% van het maatschappelijk kapitaal van een kandidaat of inschrijver bezit, moet de aanbesteder hiervan in kennis gesteld worden. 

Bijkomend bevat het KB Plaatsing een bepaling die betrekking heeft op draaideurconstructies.

Een draaideurconstructie is de situatie waarin een fysiek persoon die in een recent verleden gewerkt heeft voor een aanbestedende overheid als interne medewerker en die naderhand optreedt in het kader van een overheidsopdracht geplaatst door de aanbestedende overheid voor wie hij in het verleden gewerkt heeft. Er moet een verband bestaan tussen de vroegere

activiteiten van de betrokken persoon bij de aanbestedende overheid en zijn activiteiten in het kader van de opdracht. Dit verbod voor een inschrijver om beroep te doen op een persoon die zich in een dergelijke situatie bevindt, is beperkt in de tijd: twee jaar te rekenen vanaf het ontslag van de betrokken personen, of vanaf eender welke andere vorm van beëindiging van de vroegere activiteiten (bvb oppensioenstelling). De wetgever acht dat na deze termijn de band tussen de betrokken persoon en zijn vroegere werkgever in zodanige mate minder hecht is geworden dat de informatie waarover hij beschikt geen reële belangenconflicten meer zou kunnen scheppen. 

De bepalingen m.b.t. de draaideurconstructie gelden enkel in de richting van het vertrek van een medewerker van de aanbestedende overheid naar een kandidaat of inschrijver. De hypothese waarbij een oud-medewerker van een inschrijver komt werken bij een aanbestedende overheid en daar tussenkomt bij de plaatsing van een overheidsopdracht wordt niet geviseerd door de draaideurconstructie. Neemt niet weg dat het voor elke ambtenaar verboden is tussen te komen in de plaatsing van een overheidsopdracht zodra deze zich bevindt in een situatie van belangenconflict andere dan de draaideurconstructie.

Wanneer een belangenconflict niet effectief kan worden verholpen met minder ingrijpende maatregelen (bvb vervanging van het personeelslid) kan de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uitsluiten.

(artikelen 6 en 69, eerste lid, 5° Wet, artikel 51 KB Plaatsing)