Welke schulden kunnen worden overgenomen?

De gemeenten kunnen autonoom de beslissing treffen over de keuze van de leningen en financieringen die zij wensen te laten overnemen.

Als het maximale bedrag van 500 euro per inwoner, of 20 miljoen euro in totaal, van de samen te voegen gemeenten wordt overschreden, beslissen de samen te voegen gemeenten welke schulden ze overdragen aan de Vlaamse Regering. Waar mogelijk moet bij de schuldovername uiteraard ook rekening gehouden worden met de belangen van de Vlaamse overheid.

Het moet wel gaan om leningen en financieringen aangegaan bij een financiële instelling, zoals:

  • leningen op lange termijn met periodieke of niet-periodieke vervaldagen na de datum van schuldovername;
  • kortlopende thesauriebewijzen (“commercial paper”);
  • kaskredieten;
  • andere vormen van prefinanciering met een debetpositie op de datum van schuldovername.

Volgende schulden komen niet in aanmerking:

  • langlopende thesauriebewijzen (“medium term notes”) of andere financiële schulden die zijn aangegaan bij een andere schuldeiser dan een financiële instelling (bv. bij andere openbare besturen, private investeerders);
  • schulden die voortvloeien uit obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten (bv. erfpacht, recht van opstal, PPS-contracten);
  • leningen waaraan andere zekerheden zijn verbonden.

Bij de schuldovername wordt voorrang gegeven aan klassieke leningen. Dat zijn leningen met een vaste of variabele of herzienbare rentevoet (driemaandelijks, zesmaandelijks, jaarlijks, driejaarlijks of vijfjaarlijks), waarbij de herziening gebeurt op basis van een referentierentevoet, die onafhankelijk van een financiële instelling wordt bepaald.

Bij de schuldovername wordt geen voorrang gegeven aan gestructureerde leningen. Dat zijn leningen waaraan een gestructureerd product is gebonden. Onder gestructureerde producten worden onder andere verstaan: swaps, opties, inflatiegebonden producten en andere. Bij de schuldovername kunnen er leningen zijn die specifieke risico’s bevatten die het beheer ervan complex maken en die, wegens de evolutie van de onderliggende referentie, zoals bijvoorbeeld aandelenkoersen of inflatie, sterk wisselde rentekosten kunnen kennen. De leningen met structuren zullen maar voor de schuldovername in aanmerking komen als de gemeenten het maximale bedrag waar ze recht op hebben niet behalen op basis van leningen zonder bijzondere structuren.

Meer info.