Moet er bij de betaling van de factuur voor het wassen van ruiten rekening gehouden worden met de achterstallige betalingen bij de RSZ?

Moet er bij de betaling van de facturen voor het uitvoeren van diensten m.b.t. ruitenwassing rekening gehouden worden met de achterstallige betalingen bij de RSZ? Welke procedure moet er gevolgd worden?

Wanneer de overheid een "opdracht in onroerende staat" aan een inschrijver gunt, is zij hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale en fiscale schulden van haar opdrachtnemer.

De aanbestedende overheid kan zich van die hoofdelijke aansprakelijkheid enkel bevrijden door:
1° bij elke betaling te verifiëren of de opdrachtnemer op dat ogenblik daadwerkelijk sociale en fiscale schulden heeft;
2° indien zulks het geval is, bij die betaling de nodige inhoudingen te doen ten voordele van de RSZ en de fiscus

Uit opzoekingen is gebleken dat het reinigen van een ruit zijn aard onroerend goed in fiscale materies beschouwd wordt als een "werk in onroerende staat". In het bijzonder in artikel 19, §2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een “werk in onroerende staat” gedefinieerd als “het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt”.

Het reinigen van ramen wordt dus in de diverse wetgevingen blijkbaar op verschillende wijze gekwalificeerd:

  • volgens de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten wordt het schoonmaken van gebouwen beschouwd als een opdracht voor aanneming van diensten, nl. het leveren van manuele prestaties (zie: L. Westhovens, Overheidsopdrachtenzakboekje, uitg. 2010, blz. 46)
  • volgens artikel 19, §2 van het wetboek van de BTW gaat het om een opdracht voor aanneming van werken.

Hoewel de aanbestedende overheid in het concrete geval de opdracht heeft gekwalificeerd als een dienst, kan haar hoofdelijke aansprakelijkheid toch in het geding komen, daar de fiscus deze als een “werk in onroerende staat” kan beschouwen.

De wijze waarop de aanbestedende overheid praktisch te werk dient te gaan, wordt beschreven in de adviezen van 1 augustus 2008 en 19 februari 2009 van de Commissie voor Overheidsopdrachten.