Print

Extra administratieve kosten aanrekenen mogelijk naast belasting op opruimen sluikstorten?

Ten gevolge van de toetreding tot het protocol nr. 7 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is de interpretatie van het non bis in idem beginsel  gewijzigd.

Artikel 4 van dit protocol formuleert het non bis in idem beginsel als volgt: “Niemand wordt opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde Staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet het strafprocesrecht van die Staat.”

Het EHRM heeft in de arresten Zototoukhine en Ruotsalainen geoordeeld dat het beginsel non bis in idem van toepassing is op feiten die zowel strafrechtelijk als administratiefrechtelijk worden gesanctioneerd voor zover het gaat over dezelfde persoon en dezelfde feiten, wat ook de juridische kwalificatie is.

Het non bis in idem beginsel verzet zich dus niet tegen het bestaan van verschillende sanctioneringsmogelijkheden naast elkaar maar wel tegen de cumulatieve toepassing van deze sancties voor dezelfde feiten en eenzelfde persoon.

Alle kosten opgenomen in het belastingreglement op sluikstorten die de effectieve kosten voor het opruimen van de gesluikstorte goederen te boven gaan zal aanzien worden als een bijkomende sanctie. Het heffen van administratiekosten zal dus niet getolereerd worden indien het sluikstorten reeds op een andere manier wordt gesanctioneerd.

Bijgevolg houdt de gemeente best rekening met voormelde evolutie in de rechtspraak en wordt het vaststellen van extra administratieve kosten (naast de kosten voor het opruimen) best vermeden.