Hoe moet een AGB prijssubsidies boeken?

Hoe moet een AGB prijssubsidies boeken?

Prijssubsidies zijn subsidies die rechtstreeks verband houden met de prijs die de klanten aan het autonome gemeentebedrijf (AGB) betalen om een welbepaald goed of een specifieke dienst van het AGB te verkrijgen. De prijssubsidies die de gemeenten aan het AGB toekent, zijn dus tussenkomsten in de prijs van een welbepaald goed of een specifieke dienst die het AGB levert of verstrekt. De gemeente komt per prestatie tussen in het tarief dat het AGB aanrekent aan burgers, verenigingen en andere gebruikers (de medecontractant).

Fiscaalrechtelijk worden de ontvangen prijssubsidies in een AGB anders behandeld dan de algemene of specifieke werkingssubsidies van de gemeente. De BTW-administratie beschouwt prijssubsidies als een deel van de opbrengst die rechtstreeks te maken heeft met de levering van de dienst. Ze zijn een onderdeel van de maatstaf van heffing. De gemeente betaalt op die tussenkomst ook BTW. Het AGB moet de prijssubsidies die het van de gemeente ontvangt dan ook als omzet boeken op de algemene rekening 700/7 (verkopen en dienstprestaties). Om de transacties tussen gemeente en AGB transparant te houden, bevelen we aan om hiervoor specifiek de AR 707 en de ESC 410 (verbonden gemeente) te gebruiken. De te betalen BTW wordt geboekt op AR 475 (te betalen BTW). Voor de gemeente zijn de corresponderende uitgaven toegestane werkingssubsidies die geboekt worden op de algemene rekening 649.

De maatstaf van heffing van de prestatie die het AGB levert, bestaat uit de volledige prijs (exclusief BTW). Die omvat zowel het deel dat de medecontractant betaalt, als het deel dat de gemeente betaalt via de prijssubsidie. De BTW berekend over die maatstaf van heffing is volgens de normale regels aftrekbaar in hoofde van de medecontractant.

In de relatie tussen het AGB en de gemeente als subsidieverlener is er geen sprake van een belastbare handeling en mag er geen factuur of een ander document met vermelding van BTW worden uitgereikt. De afrekening voor de prijssubsidies tussen het AGB en de gemeente zal dus moeten gebeuren op basis van een periodieke afrekeningsstaat, een uitnodiging tot betalen of iets dergelijks.

 

Bijkomende toelichting:

De AGB’s vallen niet onder de BTW-regeling voor openbare besturen en zijn dus gewone belastingplichtigen met recht op aftrek van BTW. Artikel 44 van het BTW-wetboek omschrijft echter een aantal activiteiten, zoals sport, cultuur en vermaak, die vrijgesteld zijn van BTW als ze verricht worden door instellingen die geen winstoogmerk nastreven.  AGB’s die in die domeinen actief zijn, kunnen dus alleen BTW-plichtig zijn als ze een winstoogmerk hebben. Om BTW-plichtige te zijn en van BTW-aftrek gebruik te kunnen maken, moeten ze winst nastreven, realiseren en uitkeren aan de aandeelhouder, de gemeente.

De concrete beoordeling van die kwalificatie gebeurt enkel en alleen door de BTW-administratie. Die kan daarvoor ook onderzoeken of de statutaire bepalingen over het al dan niet winstgevende karakter van het AGB niet louter theoretisch zijn. Daarbij maakt ze een onderscheid tussen de subsidies die de gemeente aan het AGB uitkeert omwille van de nauwe band tussen beide en de algemene dienstverlening enerzijds, en de door de gemeente toegekende prijssubsidies, anderzijds.

De BTW-administratie aanvaardt niet dat subsidies die toegekend worden om het (boekhoudkundige) tekort van het AGB te dekken, meegeteld worden als opbrengsten uit een bepaalde activiteit. Ze beschouwt die als algemene werkingssubsidies en haalt die uit het resultaat om te bepalen of er sprake is van een winstgevend karakter. De subsidies die rechtstreeks verband houden met de prijs daarentegen mogen wel meegeteld worden als opbrengsten uit een bepaalde activiteit om te bepalen of de statutaire bepalingen over het winstoogmerk en het doel om winsten uit te keren al dan niet theoretisch zijn. Meer bijkomende informatie vindt u in de beslissingen en omzendbrieven van de BTW-administratie (Fisconet plus).